We waren samen aan het lachen. Jij straalde met je slappe lach en je deed een gek dansje. Een serie van blije sprongetjes, met je tong die bijna uit je mond hing. Je hoofd stuiterde van links naar rechts en je haar vloog heen en weer. Dan stopte het dansje en al lachend verontschuldigde je je. Je verontschuldigde je voor zo raar te doen.
Maar ik zat daar, hulpeloos naar jou te kijken. Ik kon niet meer spreken. Ik kon me niet meer bewegen. Ik had zonet een supernova zien gebeuren vlak voor mijn ogen en niets was nog echt. En terwijl je sorry zei, vroeg ik me af hoe het mogelijk was. Hoe kon je zo onwetend zijn? Hoe kon het dat je het niet eens besefte? Hoe durfde je je te verontschuldigen voor hoe geweldig je was?











