Een boekverslag maken en een boekbespreking houden
Kies een boek en laat het aan de docent zien.
Maak het verslag op de computer.
Een boekverslag op de computer maken heeft een aantal voordelen:
Het is een stuk netter en je kunt er gemakkelijker verbeteringen in maken.
Bovendien mag je spellingcontrole gebruiken!
Maak een inhoudsopgave zodag je zelf ook zeker weet dat je alle onderdelen hebt uitgewerkt. Voeg hier ook de paginanummers aan toe.
Nummer de pagina’s van het verslag. Bij toekomstige werkstukken zul je dit ook altijd moeten doen dus is het handig als je hier nu al aan went. Het is een controle voor jezelf maar ook voor de school dat alle pagina’s aanwezig zijn.
Maak gebruik van “kopjes” bij de uitwerking. Zo blijft het verslag overzichtelijk.
Gebruik een goed te lezen lettertype: Arial 12
Start op tijd met het maken van je boekverslag. Zo kun je nog vragen stellen wanneer je hulp nodig hebt. Stel het verslag niet uit tot de laatste dag. Een kapotte computer of lege printer wordt niet geaccepteerd.
Maak gaatjes in het verslag en stop het in een snelhechter. Zo ziet het er netjes uit en kan het makkelijker door de docent worden nagekeken.
Wanneer je dyslexie hebt kan het misschien helpen om niet alleen te kijken voor het gewone boek maar ook om te vragen of er een luisterboek is. Op deze manier kun je meelezen.
Titelpagina met een plaatje van het boek, de titel en schrijver en je eigen naam
Waarom heb je het boek gekozen
Wat voor genre is het boek (thriller, liefdesverhaal, humor)
Beschrijving van de hoofdpersonen
In welke plaats en tijd speelt het verhaal zich af
Samenvatting (niet meer dan 2 a4-tjes)
De schrijver en eventueel de illustrator
Dit onderdeel is misschien wel het belangrijkste van het leesverslag.
Probeer hier dan ook genoeg aandacht aan te besteden. Vertel wat je van het boek vond. Antwoord niet alleen maar met “leuk” of “stom”.
Een antwoord als “niet leuk want ik vind lezen stom” wordt ook niet echt gewaardeerd. Geef duidelijk en goed gemotiveerd aan wat jouw mening van het boek is. Gebruik bij het beschrijven van je eigen mening beoordelingswoorden. Je kunt hierbij denken aan:
Spannend –saai – werkelijk- onwerkelijk – grappig – droevig – waarschijnlijk – onwaarschijnlijk – begrijpelijk – onbegrijpelijk – gevoelig – doet me niets – zet me aan het denken – laat me koud – bekend – onbekend – interessant – oninteressant – verrassend – voorspelbaar – herkenbaar – niet herkenbaar – vlot verteld – langdradig – overzichtelijk – niet overzichtelijk – griezelig – rustgevend – kinderachtig – voor mijn leeftijd – moeilijk – gemakkelijk – ontroerend – niet ontroerend – laat me meeleven – doet me niets – opgewekt – zielig – origineel – niet origineel – sfeervol – sfeerloos – leerzaam – niet leerzaam – mooi – niet mooi – geloofwaardig – ongeloofwaardig – waardevol – waardeloos –
Kies tenminste 5 woorden uit bovenstaande lijst die je bij het boek vindt passen. Het is belangrijk na te gaan, waarom je een beoordelingswoord hebt gekozen. Als je dat uitlegt, geef je een reden. Een reden noemen we ook wel een argument.
Je bespreking bestaat uit:
Je laat het boek aan de klas zien.
Je vertelt iets over het verhaal
Je vertelt iets over de schrijver
Je laat misschien plaatjes of een trailer zien (of een pp presentatie)
Je leest een stukje voor (ongeveer 2 bladzijdes)
Je legt uit waarom je het boek gelezen hebt
Je krijgt meteen een cijfer voor je bespreking en zo snel mogelijk een cijfer voor je verslag.