DE VLUCHTIGE GESTALTE VAN DE HUNBEDBOUWER VORMGEGEVEN
Wanneer ik nu over het veld langs de Slokkert boven het Drentse dorp Rolde loop, en ik mijn ogen tot spleetjes knijp, zie ik zo die boeren die op deze plek hunebedden bouwden. Ik zie ze slepen met draagstenen en dekstenen. De geordende hoop keien wordt netjes afgewerkt met stopstenen en een aarden dekheuvel. Een grafkamer, zodanig ontworpen en gebouwd dat deze zo nu en dan kan worden heropend om lichamen bij te plaatsen. Een heilige plek waar de levenden omgingen met de dood, lees ik in de uitgave "Het leven van boeren die hunebedden bouwden". Schrijver Hein Klompmaker stelt in dit boek dat hunebedden in de prehistorie ook het verleden symboliseerden: het besef van een vergane tijd van het lichaam, die werd voortgezet in een vergeestelijkte vorm. De voorouders bleven 'aanwezig' en bleven hun rol spelen in het dagelijks leven van de overlevenden. Kortom, hunebedden hielden de dood levend.
Daar bij die hunebedden in Rolde, D17 en D18 genoemd, is een 20e eeuwse begraafplaats gesitueerd. Zo komen het neolithicum en de moderne tijd stemmig samen, want in de dood zijn wij allen gelijk. Klompmaker probeert in zijn boek te achterhalen, zoals de titel ervan al doet vermoeden, hoe de boeren die hunebedden bouwden leefden. Hoe zag Drenthe er in hun tijd uit en waarom maakten ze deze hunebedden. Om daar achter te komen, iets van dat verleden bloot te leggen, gaat hij niet over één nacht ijs. Minutieus als een archeoloog die opgravingen laat hij in woorden de geschiedenis spreken. Alle facetten die een leefgemeenschap menselijk maken komen aan de orde. Ze ontsluiten mij de waarheid van het fantasiebeeld dat ik krijg daar bij Rolde, en op andere plaatsen in Drenthe waar deze steenhopen in het landschap oprijzen.
Hein Klompmaker, historicus en publicist en van 1988 tot 2018 directeur van het Hunebedcentrum in Borger, merkt het hunebed aan als een plaats delict. Om op die manier als hoofdinspecteur Tom Barnaby in Midsomer Murders of Doyle’s Sherlock Holmes, en zo zijn er nog meerdere detective personages te noemen, aan het werk te gaan en het verleden te onderzoeken. Dit deel van het boek is het meest spannend, want het leest als een verhaal waarin het mysterie rond deze grafkamers wordt opgelost. Iedere aanwijzing op het veld wordt gemarkeerd, uitgespit en veilig gesteld. Er hoeft geen misdaad te worden opgelost of een dader gezocht die een misdrijf heeft begaan. Maar op dezelfde manier als dat een opsporingsambtenaar te werk gaat kan de archeoloog in het verleden graven. Het is als het ware het oplossen van een cold case, maar dan in omgekeerde richting.
Klompmaker bevraagt zijn onderwerp gedetailleerd om nauwgezette antwoorden te omschrijven. Hadden zij besef van tijd. Trokken ze rond, maakten ze reizen zoals wij dat doen of verplaatsten ze zich enkel om er beter van te worden in de zin van het vergaren van voedsel. Of het bezoek van andere gebieden en groepen mensen om hun eigen groep in stand te houden, dus bruiden te zoeken ter voorkoming van inteelt. Zo zijn er meer redenen om te weten waarom individuen zich uit de voeten maken. Dat de jagers-verzamelaars, rondtrekkende groepen mensen die hun dagelijkse kost gaandeweg bij elkaar sprokkelen, zich op een gegeven moment vestigen op een bepaalde plek. Van jager worden ze boer en gaan het land bewerken, beplanten deze en laten het begrazen door vee. Zo kunnen ze relatief makkelijk aan voedsel komen. Deze landbouwtransitie is een nieuwe levenswijze die vanuit dat neolithicum doorklinkt tot in onze huidige tijd.
Vanuit die omslag is een artist impression te maken van de manier van leven in de prehistorie. Dat is wat Klompmaker namelijk doet, in woorden en verhalen - puttend uit zijn eigen door studie opgedane kennis en die van anderen voor hem, gewag maken van de boeren die hunebedden bouwden. Daarbij is het belangrijk iets te weten over hun communicatieve vaardigheden bijvoorbeeld. De taal is daarbij onmisbaar, de spraak is een geëigend middel om gedachten kenbaar te maken. Verhalen gingen in die tijd van mond tot mond, van generatie op generatie. Zo kon het verleden doorlopen tot in een toenmalig heden. Zo konden kindskinderen meer te weten komen over hun voorouders. Leren van het verleden. Vaardigheden overdragen. Kennis overnemen.
De verteller is van betekenis in een tijd waarin niet iedereen of bijna niemand het alfabet als uitdrukking machtig is, dat het schrijven nog niet is 'uitgevonden' om verhalen op schrift te stellen. Die verteller kan zijn verhaal romantiseren. Het oor hoort en de mond spreekt, het is maar net wat het oor wil horen om de mond te laten spreken. Zo kan de mondelinge geschiedschrijving misvormd raken, en kunnen wij nu met een gekleurde blik naar het verleden kijken terwijl die historie zwart op wit minder idyllisch is. Klompmaker haalt onder meer de Bijbel erbij als bron in de geschiedenis. Hij bekijkt het boek dan niet vanuit een religieus oogpunt, maar sec als geschrift van kennis in en uit die tijd. En mede daardoor is dit heilige boek goud waard.
Wanneer het in zijn boek gaat over het leven van de boeren die hunebedden bouwden, dat Klompmaker op de biografische gegevens van deze omvangrijke groep mensen ingaat, dan wordt het geschrevene minder wetenschappelijk en meer filosofisch. Het leest minder zakelijk en meer als een avontuur. Want dat is toch wat ik graag wil weten wanneer ik op dat veld boven Rolde sta. Hoe deze mensen daar toen hebben geleefd. De poort tot die kennis van hun leefwijze is min of meer dat hunebed. Van daaruit kan ik mijn blik op het verleden richten. En met Hein Klompmaker als ter zake kundige, die iedere achtergrond en elke bijzonderheid in zijn boek heeft bloot gelegd, kan ik bij D17 en D18 mij zelf een hunebedbouwer wanen. Mij door zijn woorden inleven in de Trechterbekercultuur. Als het ware in de voetsporen lopen, zoals de pelgrim in Jeruzalem de stappen van Jezus nagaat. Wat ze gezien moeten hebben, daar op die plek toen. Wat ze gedacht hebben en waarvan ze droomden. Hoe ze konden overleven in de in onze ogen nu erbarmelijke omstandigheden.
Daarop gaat Klompmaker ook uitgebreid in, zet verbanden en legt relaties met bijvoorbeeld het verhaal over Robinson Crusoë. Dat is juist het meest interessante aan dit boek over de boeren die hunebedden bouwden, dat de schrijver het fenomeen van alle kanten heeft bekeken en ieder facet heeft vergeleken met voor de huidige tijd herkenbare onderwerpen. Zo is de uitgave geen saai boek geworden dat vertelt over een stoffig verleden. Het is een levendig en bij tijd en wijle speelse vertelling, waardoor de dode personen levende mensen geworden. De vluchtige gestaltes die als witte wieven uit de heidemist opdoemen. Klompmaker heeft ze tot leven gewekt in en door zijn speurwerk. Geen wonder dat ik het rumoer rond de bouw van hunebed D17 hoor klinken wanneer ik op die plek rondloop. De werkzaamheden voor ogen krijg, omdat ik me daarin zo kan inleven na het lezen van het grondige speurwerk van Hein Klompmaker.
https://www.vangorcum.nl/zoeken/100-407_Het-leven-van-boeren-die-Hunebedden-bouwden
het leven van boeren die HUNEBEDDEN bouwden, een collectieve biografie, Hein Klompmaker. Uitgeverij Koninklijke van Gorcum, 2021.









