ONGEDACHTE BEELDEN IN KLEURRIJK POTLOODGRIJS
De kunst van Hans Vonk gaat vele richtingen in, is zo divers als de gedachten van de maker en blijft daardoor bij de emotie van hemzelf. Dat gevoel is niet altijd zo meteen te volgen, ook al omdat de werken meest abstracties van zijn werkelijkheid zijn. Zijn gedachtebeelden die alle kanten op kunnen schieten. Het lijkt niet een gemakkelijke opgave om voor de soms ongedachte beelden een uitweg te vinden. Natuurlijke structuren spelen een rol, maar worden aldus vastgelegd zodat deze de eigen zeggingskracht verliezen. Daarvoor in de plek weet Vonk niet altijd een nieuwe boeiende expressie te verwerken. Schilderijen vallen voor wat betreft de zichtbaarheid, ofwel de kijkbaarheid, nog weleens uit elkaar. Dan weet Vonk nauwelijks aan te spreken en vallen de beelden stil. De abstractie staat de expressieve aanpak in de weg.
De kunstenaar verkent zijn eigen kunnen. In de lust een eigen stijl te ontwikkelen experimenteert en improviseert hij evenwel niet in het wilde weg. Er blijft de drang om door grenzen te breken, om met grote gebaren buiten de lijnen te kleuren. Letterlijk.
Wat ik van Hans Vonk te zien krijg is een smalle dwarsdoorsnede van wat het gezamenlijke werk tot nu toe gemaakt inhoudt. Vonk verantwoordt zichzelf: “Mijn schilderproces wordt gevoed door de fascinatie voor natuur en nieuwsgierigheid naar ontwikkelingen op maatschappelijk en cultureel gebied.” Dat is een hele mond vol. Maar eigenlijk wil ik dat allemaal niet weten voordat ik mijn ogen de kost geef. Wil ik niet weten dat “er sprake is van direct aan de natuur gerelateerde doeken waar geabstraheerde structuren de boventoon voeren”. Ik moet dat zelf kunnen zien en aanvoelen. Het werk moet mij dat zeggen. Maar ik krijg deze volzinnen onder mijn neus geduwd wanneer ik Hans Vonk tref in een museale zetting. Hij wil van mij horen wat ik van zijn werk vind. Ik vind er iets van, maar sta dan met de mond vol tanden, omdat ik rapper van pen ben dan goed van de tongriem gesneden.
Deze kunstenaar wil niet vast zitten aan normen en waarden die in de kunst maatstaf zijn. Hij wil vrij van vaste opvattingen en heersende stijlen zijn ding doen. Eigenlijk in zichzelf een tegenbeweging zijn van wat nu standaard is of schijnt te zijn. Hij denkt door spontaan, intuïtief bijna, aan zijn composities te werken zich te blijven ontwikkelen in de richting die hij uiteindelijk voor zichzelf zal bepalen. Want al die ongedachte beelden zullen ooit ergens gestroomlijnd moeten worden om een groep van liefhebbers in zijn werk te kunnen blijven boeien. “Beelden die de beschouwer de ene keer direct zullen treffen, en die een andere keer meer een beroep op zijn of haar verbeeldingskracht zullen doen.” Verbeeldingskracht dat is nodig, zeker, omdat het ongedachte beelden betreffen, het oog moet er aan wennen voordat de schoonheid wordt ingezien.
Er is een handvol werk wat mij meteen treft. Dat is dan meestal dat werk wat minder los in elkaar zit. Een weinig aan elementen heeft en een ingehouden kleurschakering kent. Het geeft de blik houvast en stuurt de ogen niet alle richtingen op. Een opbouw van spanning in een juiste boog. Het lijkt me dat Vonk daarin zijn zeggingskracht tot uitdrukking kan brengen. Want er is wel veel te zien in een enkel kader. De schilder overtroeft zijn hand en geeft teveel prijs. Meer blijkt dan minder. In de blauwe vormgeving waarop twee rode elementen elkaar in evenwicht houden is minder dan weer meer. Het karakteriseert de wil van Vonk om bij wijze van spreken buiten de pot te blijven pissen. Overspel te plegen in de kunst.
In de tekeningen die ik heb gezien overstijgt Vonk het kunnen van zijn schilderingen. In een veelheid van getrokken lijnen is een grote kijkbaarheid gelegd. Het zijn interessante beelden van natuurlijke organismen, min of meet tastbaar op papier gezet. Fijnzinnig uitgewerkt. Het is er vol rumoer, dat wel, maar met minder drukte dan de kleurigheid van de schilderijen. In afgewogen arcering worden de contrastrijk opgezette platen tot een feestje voor het oog. Zo kan potloodgrijs kleurrijk zijn.
Hans Vonk heeft nog een weg te gaan. En die zal zeker met vallen en opstaan betreden worden. Door vooral bij zichzelf te blijven en zijn emoties te stroomlijnen, uiteenlopend in onderwerpkeuze en deze met enige spontaniteit te verwerken, kan hij ver komen.














