Een collegezaal vol met onvruchtbare stellen. Wel honderd. En daar zaten wij tussen. We mochten dan wel dikke vette losers zijn op het gebied van zwanger worden, gelukkig waren we niet de enige losers. Deze informatieve bijeenkomst in het ziekenhuis was speciaal bedoeld voor koppels die aan het IVF- of ICSI-traject gingen beginnen. Van al deze stellen zou 50 procent door de behandeling zwanger worden. Aan de ene kant hoopgevend veel, maar aan de andere kant angstaanjagend weinig, realiseerde ik me. Uiteraard maar net afhankelijk van aan welke kant je eindigt.
Op een groot scherm voorin de zaal kwamen meer van zulke percentages en statistieken voorbij. Daarna plaatjes, die ik bijna allemaal zelf ook al gegoogled had, dus ik vond dat ik niet heel goed hoefde op te letten. Bij een tot gigantische proporties opgeblazen afbeelding van de follikelpunctie, waarbij een dikke naald van ongeveer tweeënhalve meter dwars door de wand van een reuzevagina op jacht ging naar follikels zo groot als strandballen, keek ik de zaal in. Om met nóg meer afgrijzen vervuld te raken.
Dit zijn van die gelegenheden waarbij je van tevoren hoopt geen bekenden tegen te komen. Geen buren, collega's of vrienden van vrienden. Los van het hele Wij Zijn Onvruchtbare Losers-complex dat ik vooral had, is het allemaal best persoonlijk en er staan je nogal wat gênante momenten te wachten. Ik wil het van hen niet weten en zij hoeven het van mij niet te weten. Van al die mensen die je dus liever niet tegenkomt is er één categorie mensen die je absoluut niet wilt tegenkomen. Waarvoor je een flinke som geld zou willen betalen om mis te lopen. Die je in hoofd al lang gedelete hebt en die dus niet zo brutaal moeten zijn om in het echte leven opeens weer op te duiken.
Een rij of drie voor ons zat mijn ex Henk. Met Henk had ik tien jaar eerder een kortstondige relatie. Relatie is eigenlijk niet het goede woord. Ik spreek liever van vergissing. Achteraf schaam ik me nog altijd diep dat Henks naam in mijn boekje van veroveringen staat. Hij was niet bijster intelligent, hij was niet grappig, hij was zelfs niet eens echt aardig. En hij was ook niet echt knap. Sterker nog, ik vond hem toen al ontzettend lomp en lelijk en zo te zien was hij dat nog steeds. Ik had al jaren en jaren geen enkele gedachte meer aan Henk gewijd, tot hij een me een paar maanden eerder opeens als vriend op Facebook wilde toevoegen. En nu zat hij dus hier een paar rijen voor me, naast een vrouw die een enorme jaren-tachtig-bril op haar neus had staan.
De rest van de voorlichtingsavond is volledig aan me voorbij gegaan. Het enige wat me bezighield was hoe ik ervoor ging zorgen dat Henk mij niet zag en dat Koen Henk niet zag. Er mocht geen enkele confrontatie zijn met Henk! Waarom dat opeens van levensbelang werd, weet ik niet, maar als ik er niet in zou slagen een ontmoeting te voorkomen, zou ook de hele ICSI gedoemd zijn te mislukken, dat wist ik zeker. Terwijl ik een vluchtroute aan het uitstippelen was, luisterde Koen aandachtig naar een verhaal over de zin en onzin van wijde onderbroeken en bevroren embryo's die net als spinazie altijd iets aan kwaliteit verliezen als ze ontdooid worden.
We zaten achterin de zaal, niet ver van de uitgang. Als we onze jassen alvast aan zouden doen, en onze tassen vast pakten, konden we als eerste bij de uitgang zijn. Dan roetsj roetsj naar de parkeergarage, betalen, kaartje trekken en wegwezen.
'Doe je jas aan,' fluisterde ik.
'Ik heb het niet koud,' fluisterde Koen terug.
'Doe je jas aan!'
'Ik hoor je wel, maar ik heb het niet koud!'
'Nee, maar doe hem gewoon vast aan, dan kunnen we straks meteen weg.'
'Het is net begonnen!'
Ik vroeg me af of hij me heel vreemd zou vinden als ik hem zou dwingen zijn jas aan te trekken. En hem zodra het was afgelopen hysterisch zwijgend mee zou sleuren naar de parkeergarage. Hij keek nu af en toe bezorgd opzij. Waarschijnlijk vond hij nu al dat ik me raar gedroeg. En ik was nog niet eens aan de hormonen.
Wordt vervolgd.