Nationalisme en populisme zijn sentimenten die niet zijn voorbehouden aan types met kaalgeschoren hoofden en getatoeëerde armen. Nu AkzoNobel in de belangstelling staat van de Amerikaanse branchegenoot PPG en Unilever het hof wordt gemaakt door het eveneens Amerikaanse Kraft Heinz, blijken ook de mannen in pakken in staat tot nationalistische retoriek. Kamerleden en werkgevers buitelen over elkaar heen om de vaderlandse “kroonjuwelen” te verdedigen tegen de buitenlandse “aasgieren”, vertegenwoordigers van het “sprinkhaankapitalisme”. “Koop Nederlandse aandelen,” smeekte Unilever-topman Paul Polman de institutionele beleggers, “dan helpen we elkaar”.
Vooropgesteld: dit is nogal hypocriet. Juist AkzoNobel en Unilever zijn zelf ook groot geworden door overnames. “Nobel” komt van het Zweedse Nobel Industries, dat Akzo in 1994 kocht. Unilever is niet eens helemaal Nederlands. Het is, net als Shell, ontstaan uit een Brits-Nederlandse fusie en is nog steeds half Brits.
Maar veel belangrijker: dit zijn nu eenmaal de spelregels. Als een bedrijf beursgenoteerd is, is het te koop. De aandeelhouders zijn de eigenaren, en het staat hen vrij hun bezit te verkopen. Presteert het bedrijf slecht, dan zijn er veel verkopers, daalt de beurskoers, en wordt het bedrijf een aantrekkelijke prooi voor een overname. De dreiging van een overname, met andere woorden, houdt het management bij de les. Beschermingsconstructies maken het management lui, verkleinen de kans op een lucratief overnamebod, drukken zo de beurskoers en zijn dus niet in het belang van de aandeelhouder.
Aandeelhouders hebben geen boodschap aan werkgelegenheid of “maatschappelijk verantwoord ondernemen” - de grote hobby van Paul Polman. Ze willen rendement op hun investering. Niet omdat het slechte mensen zijn, maar omdat dat hun taak is. Het zijn in grote meerderheid professionele beleggers, die ervoor moeten zorgen dat u straks een net pensioen krijgt. Het algemeen belang bewaken, en de werkgelegenheid, en de Nederlandse innovatiekracht - allemaal prachtig, maar dat moet de overheid maar doen.
Dat de managers van beursgenoteerde bedrijven, en hun belangenbehartiger VNO-NCW, nu pleiten voor meer beschermingsconstructies, dat is nog wel te begrijpen. Zij vliegen er immers als eerste uit na een Amerikaanse overname. Maar dat ook politici, en zelfs politici van het liberale D66, dit soort geluiden laten horen, dat is vreemd. Marktwerking is altijd en overal geweldig, behalve op de aandelenbeurs? Het moet niet gekker worden.
Maar goed. Als de overheid iets wil doen tegen buitenlandse overnames van “strategische” Nederlandse bedrijven, dan heeft ze een veel effectiever wapen tot haar beschikking dan regelgeving: zelf aandelen kopen. Met een belang van vijf procent kun je een overname gewoonlijk wel tegenhouden, dus dan hebben we het over € 6 miljard voor Unilever en nog eens een miljard voor AkzoNobel. Dat soort bedragen zijn makkelijk op te brengen, zo zagen we toen de banken gered moesten worden.
Het zal een beetje wennen zijn, na ruim dertig jaar privatiseren, maar als je echt vindt dat deze bedrijven voor Nederland behouden moeten blijven, dan kun je dat als mede-eigenaar afdwingen.
Dus als u de komende tijd niets hoort over een staatsdeelneming in AkzoNobel, dan weet u dat de politieke bezorgdheid vooral voor de bühne was. Populisme dus.
Dit stuk verscheen eerder in NoordZ, de maandelijkse ondernemersbijlage bij het Dagblad van het Noorden en de Leeuwarder Courant.