‘It looks like a tomb,’ muttered Frodo, and bent forwards with a curious sense of foreboding, to look more closely at it. Gandalf came quickly to his side. On the slab runes were deeply engraven:

#batman#dc#dc comics#bruce wayne#dick grayson#tim drake#batfam#dc fanart#batfamily




seen from Latvia
seen from South Korea
seen from United States
seen from Iraq
seen from Türkiye
seen from Latvia
seen from India
seen from India

seen from Australia
seen from Lithuania
seen from Latvia
seen from Brazil
seen from Latvia

seen from Italy

seen from United States
seen from Latvia
seen from Yemen
seen from Türkiye
seen from Lithuania

seen from Spain
‘It looks like a tomb,’ muttered Frodo, and bent forwards with a curious sense of foreboding, to look more closely at it. Gandalf came quickly to his side. On the slab runes were deeply engraven:
met mijn hoofd vol middeleeuwen
'Het is nu te laat om jezelf te gaan kwellen. Je bent al lang geleden van ons vervreemd, doordat je ons buitensloot, en misschien was het wel onze eigen schuld. Ik heb gezien hoe je je best hebt gedaan voor je moeder, hoe je jezelf hebt gedwongen om te doen wat ze wilde, maar het was allemaal vals, kind. Dat weet zij ook, maar je kon niet meer geven dan je te geven had en daarom hoef je jezelf geen verwijten te maken. Je hebt meer voor haar gedaan dan veel liefhebbende zonen wellicht hebben gedaan.
Een paar regels om me eraan te herinneren dat ik ook nog besta. Men is niet meer gekomen. hoeveel tijd is er verstreken sinds mijn bezoek? Ik weet het niet. Lange tijd. En ik? Onbetwistbaar stervende, punt uit. Vanwaar deze zekerheid? Probeer na te denken. Ik kan het niet. Grandioos lijden. Ik zwel op. Als ik eens barstte? Het plafond stijgt en daalt, stijgt en daalt, ritmisch, zoals toen ik een foetus was. Eveneens te vermelden is een luid geruis van water, een verschijnsel misschien analoog met de luchtspiegeling in de woestijn. Het raam. ik zal niet meer zien, daar ik helaas niet meer in staat ben mijn hoofd om te draaien. Loden licht opnieuw, dicht, wervelend licht, dat zich in diepe trechters graaft met heldere bodem, of moet ik misschien zeggen, lucht, zuigend licht. Alles is gereed. Behalve ik. Ik word de dood in geboren, als ik het zo mag uitdrukken. Dat is mijn indruk. Vreemde zwangerschap. De voeten zijn er al uitgekomen, uit de grote kut van het bestaan. Gunstige ligging hoop ik. Mijn hoofd zal het laatst sterven. Houd je handen in. Ik kan het niet. De verscheurde verscheurd. Als mijn geschiedenis is afgelopen zal ik nog leven. Veelbelovende vertraging. Niets meer over mij. Ik zal geen ik meer zeggen.
Of ik romantisch ben? als een gek. Maar tegelijkertijd ben ik zo cynisch als de laatste kruidenier. Ik verras mezelf soms: 'Wat doe je? Je gedraagt je als de laatste van de Duitse romantici!' En dan word ik ineens weer een kleingeestig, grijsgroen, kleverig wezentje.
Een van Seymours honderdvierentachtig gedichten - slechts bij de eerste inslag schokkend; bij de tweede een bemoedigende lofzang op de levenden zoals ik er geen tweede ken - gaat over een eminente asceet die op zijn sterfbed ligt, omringd door gebeden zingende priesters en discipelen, en zich tot het uiterste inspant om te horen wat de wasvrouw op de binnenplaats zegt over de was van de buurman. De oude heer, zo maakt Seymour duidelijk, wenst vaag dat de priesters een beetje zachter deden.
Wat een vreemde aarde, waarop wij gewend zijn te leven.