Lotte Stoops woont sinds 5 jaar in Laken. In 2016 maakte ze met buurtbewoners werk van het terug openstellen van het parkje rond het Monument voor de Arbeid, aan de brug van Laken. Met succes. Au bord de l’eau kreeg veel aandacht, sleepte subsidies in de wacht en de hekken gingen weg.
Lotte: ‘Deze buurt aan het kanaal is arm en jong. Er zijn weinig ontmoetingsplekken. Ook groen ontbreekt. En in die buurt was het enige miniparkje dàt er was afgesloten met een groot hek. Ooit was het anders. Bij de buurtbewoners die al jaren in de wijk wonen (en dat zijn vooral gekleurde Brusselaars) zit het park in hun mémoire collectif. Het was een pleisterplek. De vele nieuwe ‘witte’ inwijkelingen in Laken hebben dat niet meer meegemaakt.
Dichtbij het standbeeld heb je een wijds horizontaal uitzicht over het water. Ideaal om wat rond te hangen, te verpozen en naar de zonsondergang te kijken. Dat wilden we terug. We begonnen met een feest en elke zondag van eind april tot oktober een activiteit. We hingen slingers op met veel kleur, er was muziek. En telkens was er iemand van au bord de l’eau om een het oogje in het zeil te houden. De kers op de taart was een tijdelijk zwembad in de zomer.
We lokten veel volk, kansarm of kansrijk, volk van alle slag. Dat was precies ook de bedoeling. Aan onze bar was er gratis water en grenadine. Daar hebben we veel grote gezinnen blij mee gemaakt. Als kinderen komen, dan volgen er ook volwassenen. Bij mooi weer is het makkelijker mensen te lokken en activiteiten te organiseren. Nu zijn er geen activiteiten. Ik hoop dat het park de winter overleeft en dat het in ere wordt gehouden, zodat we volgend voorjaar kunnen voortdoen. In het park krijg ik het gevoel dat we samen iets kunnen opbouwen. Dat maakt me gelukkig.’