In einer Nacht zum Gangster geworden und sich 3 Anzeigen ergattert - in Deutschland einfacher wie scheißen gehen.
seen from China

seen from United States
seen from United States
seen from Singapore
seen from United States
seen from China
seen from United States

seen from United States

seen from United States
seen from New Zealand
seen from United States
seen from Türkiye

seen from United States
seen from China
seen from Malaysia

seen from Malaysia
seen from Japan
seen from China
seen from United States
seen from United States
In einer Nacht zum Gangster geworden und sich 3 Anzeigen ergattert - in Deutschland einfacher wie scheißen gehen.
Nalatend plichtsbesef van de onderwijsinspectie
Wanneer we het hebben over rechten en plichten, dan kunnen we ervan uitgaan dat we hier allemaal dagelijks in meer of mindere mate mee te maken hebben. Op ieder bestaand recht volgt de plicht van iemand anders om iets te doen of om iets te laten. De overheid heeft bijvoorbeeld de plicht om in onderwijs te voorzien. En elk kind in ons land heeft vervolgens het recht om onderwijs te kunnen volgen.
Scholen hebben onder andere de (zorg)plicht om ervoor te zorgen dat elk kind een leerplek vindt om passend onderwijs te kunnen volgen. Ook moet een school bijvoorbeeld kunnen aantonen dat de docenten voldoen aan de opgestelde bekwaamheidseisen die sinds 1 augustus 2017 gelden. Het is de bedoeling dat deze eisen de focus leggen op het leren van de leerling en op de kern van het beroep als docent. In het bijbehorende Besluit bekwaamheidseisen onderwijspersoneel staat beschreven waar mensen die lesgeven aan een onderwijsinstelling aan moeten voldoen. Globaal komt dit neer op het bezitten van vakinhoudelijke, vakdidactische en pedagogische bekwaamheden die vervolgens uitgebreid per onderdeel worden toegelicht.
Wanneer ik vervolgens inzoom op microniveau binnen de schoolmuren, heb ik als docent in het voortgezet onderwijs ten eerste de plicht om te voldoen aan bovenstaande bekwaamheden. Niet meer dan logisch, lijkt me zo. De leerlingen hebben immers recht op goed en passend onderwijs dat verzorgd wordt door HBO- of universitair geschoolde docenten die met een persoonlijk enthousiasme hun kennis in een bepaald vakgebied mogen etaleren en overbrengen. Maar daar blijft het niet bij. De maatschappij vraagt op allerlei gebieden steeds meer van iedereen. Dat gegeven heeft ook zijn weerslag op het persoonlijke welbevinden van de leerlingen. Het is een feit dat wanneer er problemen op de achtergrond spelen, dit onherroepelijk invloed kan hebben op de cognitieve successen en studievoortgang. Voor thematieken als pesten, het aangaan van sociale contacten, ruzies, negatieve online beïnvloeding, faalangst en andere voorkomende onderwerpen die de leerlingen bezighouden mogen we als docenten niet de ogen sluiten.
Elke docent is een belangrijke schakel in een overkoepelend onderwijsgeheel, dat iets weg lijkt te hebben van de vriendelijk ogende Matroesjka-poppetjes die telkens weer een kleiner poppetje in zich herbergen. Zo is elke individuele docent onderdeel van een team, met daarin een hoofdverantwoordelijke in de vorm van een teamleider. De teamleiders maken deel uit van het managementteam van de school. Dit managementteam staat onder leiding van een directeur. De school is vervolgens weer onderdeel van een scholenstichting met een hoofdbestuur dat diverse andere scholen coördineert. Elke school staat ook onder toezicht van de Onderwijsinspectie. Deze Onderwijsinspectie is verantwoordelijk voor het controleren van de scholen en de besturen. En laat het nou juist dáár zijn misgegaan de afgelopen jaren.
Onlangs kwam uit onderzoek van de NOS en Nieuwsuur namelijk naar voren dat deze Onderwijsinspectie reeds sinds 2014 heeft verzuimd om alle basisscholen in Nederland eens in de vier jaar te bezoeken, zoals was afgesproken. Deze toezegging werd in 2021 versoepeld, maar desondanks werd twee derde van de scholen blijkbaar niet bezocht. Tevens werd de Tweede Kamer jarenlang verkeerd geïnformeerd hierover. Het is een kwalijke zaak, die op een hoogst ongemakkelijk moment naar voren komt. Nederland zakt al jaren dramatisch qua leerprestaties op de onderdelen taal en rekenen in vergelijking met andere Europese landen. De tekorten aan leraren lopen daarnaast haast synchroon aan deze daling. Het is ons goed recht om onze zorgen uit te spreken over deze situatie én over de staat van ons onderwijs in het algemeen. De Onderwijsinspectie heeft daarbij een plicht te vervullen: in hun voorbeeldfunctie een objectief oordeel vellen over de onderwijskwaliteit van alle scholen om zodoende een belangrijke bijdrage te leveren aan het verbeteren van het algemene onderwijsniveau. Een grootse taak, waarbij verzuim en nalatende verantwoordelijkheid ongewenst en niet-helpend zijn.
Ook
Eltje Doddema
View On WordPress
Auto gestolen?
Hoe zit het met de verantwoordelijkheid voor een lease auto? Ligt die verantwoordelijkheid geheel bij de werkgever of bij de werknemer? Waar ligt het kantelpunt?
In de zaak die de Hoge Raad op 11 juli 2014 heeft behandeld, speelde het volgende.
Een werknemer had van de werkgever een lease auto ter beschikking gekregen. De werknemer mocht deze auto ook privé gebruiken. Hij betaalde daarvoor maandelijks een bijdrage.
In de leaseregeling is opgenomen dat de werknemer de leaseauto als “goed huisvader” dient te behandelen. Ook is opgenomen dat als er schade is aan de auto, de werkgever die kosten op de werknemer kan verhalen. Dat kan alleen als de werknemer als slecht huisvader heeft gehandeld.
Wat gebeurde er nu?
De auto werd gestolen. Er werd een onderzoek ingesteld naar die diefstal. De werknemer vertelde dat hij de auto voor de deur van de woning van zijn vriend had geparkeerd. Hij opende de voordeur van de woning van zijn vriend met de sleutel. Aan die sleutelbos, zat ook de autosleutel. De werknemer had de sleutelbos op de voordeur laten zitten, waarna hij de woning is binnengetreden. De voordeur liet hij ondertussen openstaan. Toen de werknemer weer bij de deur kwam, was de sleutelbos verdwenen én de leaseauto.
De verzekering dekte de schade niet. Die stelt dat er sprake is van grove nalatigheid. Dat wordt niet gedekt door de verzekering. Het schadebedrag van ruim € 29.000,- wordt in rekening gebracht bij de werkgever. De werkgever is niet blij. Zij wil deze schade op de werknemer verhalen. Kan dat?
De werkgever stelt dat de werknemer roekeloos, dan wel onzorgvuldig heeft gehandeld, waardoor de auto is gestolen.
De kantonrechter, het gerechtshof en de Hoge Raad delen dit standpunt niet. Waarom niet?
De verzekeringsovereenkomst die de werkgever had gesloten, bood een beperktere dekking dan doorgaans gebruikelijk is. Het uitgangspunt van de wettelijke regeling is dat verzekeringen alleen niet uitkeren wanneer er sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid. Deze verzekering keerde niet uit, wanneer er sprake was van opzet, grove schuld, grove roekloosheid of onzorgvuldig handelen. Dat is een ruimere uitleg en een beperktere dekking. De werknemer had niet opzettelijk of bewust roekeloos gehandeld. Wellicht wel onzorgvuldig, maar dat is niet genoeg. De werkgever bleef dus aansprakelijk voor de slordigheid van de werknemer.
De Hoge Raad vindt dit terecht, omdat de werkgever de verzekering heeft afgesloten en niet de werknemer. De werknemer hoefde niet op de hoogte te zijn van de beperkte dekking die de verzekering biedt. Wanneer de werknemer zelf een verzekering had gesloten, had hij waarschijnlijk wel een ruimere dekking gekozen, althans in ieder geval de keuze gehad, en was zich dan bewust geweest van de risico’s die hij liep.
Uit dit artikel blijkt maar weer dat werkgevers nogal snel gehouden worden om risico’s te verzekeren. Doen ze dat niet, dan komen de kosten voor rekening van de werkgever en niet voor de werknemer.
Kinderalimentatie, hoe komt dat tot stand?
Wanneer ouders uit elkaar gaan, blijven zij gezamenlijk verantwoordelijk voor de zorg en opvoeding van hun kinderen. Dat heeft betrekking op de feitelijke zorg, maar ook op de financiële verplichtingen. Er zullen afspraken gemaakt moeten worden over wie welke bijdrage doet in de kosten van de kinderen. Hoe wordt die bijdrage nou vastgesteld?
Allereerst zal de behoefte van de kinderen vastgesteld moeten worden. Duidelijk moet immers zijn welk bedrag er nodig is om de kosten van de kinderen te voldoen. Om de behoefte van de kinderen vast te stellen, is een systeem ontwikkeld. Dit systeem is tot stand gekomen naar aanleiding van onderzoek door het CBS. Uit dit onderzoek blijkt dat naar mate er meer kinderen tot een gezin behoren, de totale kosten van de kinderen wel stijgen, maar dat de gemiddelde kosten per kind dalen.
Welke kosten van de kinderen zijn betrokken in dit onderzoek? Dat zijn niet alleen de directe uitgaven voor een kind. Er wordt gekeken naar de woonlasten en gebruikerslasten. De wasmachine draait immers vaker, er wordt vaker gedoucht, etc. De kosten voor verzekeringen, medische kosten, de kosten voor kleding, eten, drinken, sport, vakanties, etc. worden allemaal meegenomen.
Aan de hand van deze gegevens, samen met het gezinsinkomen, leeftijd van de kinderen en gezinssamenstelling, is een tabel opgesteld. Die tabel geeft de behoefte weer.
De behoefte is het uitgangspunt. Nadat deze is vastgesteld, wordt gekeken welke bijdrage ieder van de ouders hierin kan voldoen. Op grond van het netto-inkomen van iedere ouders wordt er een berekening gemaakt.
Voor ouders is van belang om goed te beseffen welke kosten er allemaal voldaan dienen te worden uit de kinderalimentatie en dus hoe de berekening van de behoefte tot stand is gekomen. Vaak zien we dat ouders de behoefte erg hoog vinden. Zij kijken naar de uitgaven die zij direct doen voor het kind. Zoals uit dit artikel blijkt, valt er meer onder de behoefte dan alleen de directe uitgaven voor het kind.
De kinderalimentatie wordt doorgaans betaald aan de ouder bij wie het kind het hoofdverblijf heeft. Die ouder zal van de kinderalimentatie bijna alle kosten voor de kinderen dienen te betalen. Beide ouders betalen zelf de kosten voor het dagelijks levensonderhoud [eten en drinken] wanneer een kind bij hem of haar is.
Tot wanneer is kinderalimentatie verschuldigd? In ieder geval tot de leeftijd van 18 jaar. Wanneer kinderen op hun 18e nog naar school gaan/studeren, dan wel een beperkt inkomen hebben, wordt deze onderhoudsverplichting verlengd tot het kind de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt.
Voor meerderjarige kinderen (tussen 18 en 21 jaar) is er geen systeem om de behoefte vast te stellen. De behoefte is wel anders, zeker als een kind studeert. In die gevallen wordt er doorgaans uitgegaan van de studiefinancieringsnorm.
Het is van belang om, als u uit elkaar gaat, goede afspraken te maken over de verzorging van de kinderen. Daarbij is het heel relevant om goed in kaart te brengen welke kosten er zijn. Wie voldoet welke kosten? Hier voorafgaand uitgebreid met elkaar over praten én afspraken over maken, voorkomt veel ellende op de lange termijn.
Door: Marcia Geerts
Thuiswerken versus aansprakelijkheid van de werkgever
Het is van deze tijd, thuiswerken. Van werknemers wordt meer gevergd. Verwacht wordt dat een werknemer zich flexibel opstelt. Daartegenover zal ook een werkgever zich flexibel op moeten stellen. Dat uit zich onder andere in het toestaan dat een werknemer thuis werkt. Maar hoe vertaalt zich dat thuiswerken tegenover de werkgeversaansprakelijkheid?
Op grond van artikel 658 van boek 7 BW, is een werkgever verantwoordelijk voor de werkplek. Het artikel bevat een zorgplicht welke rust op de werkgever. Die zorgplicht ziet erop dat de werkgever moet zorgen voor de veiligheid van de werkomgeving. Uit dit artikel blijkt dat de werkgever die maatregelen moet nemen die redelijkerwijs nodig zijn om te voorkomen dat de werknemer in de uitoefening van zijn functie schade lijdt. In het geval van schade zal de werkgever aan moeten tonen dat hij zijn zorgplicht is nagekomen. De bewijslast dat de werkplek wel veilig was en de werkgever dus niet aansprakelijk is voor de schade, rust op de werkgever.
Hoe doet een werkgever dit bij thuiswerken? Op de zakelijke werkvloer, in de onderneming, heeft de werkgever invloed. Hij kan de Arbo-regels toepassen. De hoogte van het bureau, de stoel, het computerscherm, maar ook of de vloer van het kantoor veilig is en de werknemer bijvoorbeeld niet uitglijdt en letsel oploopt. De werkgever kan die controle niet uitoefenen bij de werknemer thuis. Mag hij daar zomaar binnen komen? Kan hij de werknemer verplichten om een bepaald bureau aan te schaffen en een aparte ruimte in te richten als werkplek? Daar ligt een spanningsveld.
De vraag is of werkgevers zich dit realiseren. Wanneer een werknemer letsel oploop in zijn/haar woning, terwijl hij zijn werkzaamheden uitoefent, is die plek, de woning, de werkplek. De werkgever is dan aansprakelijk, tenzij de werkgever aantoont dat die plek wel veilig was. Hoe doet de werkgever dat?
het wetsartikel over de veilige werkplek, ziet niet alleen op fysiek letsel, maar ook op ander letsel. Wanneer een werknemer een burn-out oploopt, kan een werkgever daar op grond van dit artikel ook aansprakelijk voor zijn. Hoe zit het met een werknemer die thuis werkt en veel te veel uren achter elkaar werkt, geen pauze neemt en zich dus niet houdt aan de arbeidstijdenwet? De werknemer raakt overwerkt, krijgt een burn-out en is ziek. Is de werkgever aansprakelijk voor dat letsel? Kan hij controle uitoefenen?
Deze nieuwe problematiek zal zich in de komende jaren wel verder uit kristalliseren. Ik verwacht dat er procedures zullen volgen over deze kwestie. Het is goed om dit nu te realiseren. Ook hiervoor geldt namelijk dat in het belang van de werknemer en de werkgever is om te ‘voorkomen’ in plaats van te ‘genezen’. Dus, waar het gaat om thuiswerken, is het ook van belang om aandacht te hebben voor de werkomgeving. Als werkgever dien je ook dan je verantwoordelijkheid te nemen ten aanzien van de werkplek, je bent daar ook aansprakelijk voor.
Botsen
#Amsterdam Een Amsterdams homostel wordt stelselmatig bedreigd door de buren, zelfs met de dood.