Best goed
"Het gaat best goed, hoor!", roep ik opgewekt als ze me vragen hoe ‘t met me gaat. Alleen een goed verstaander hoort aan ‘t woordje ‘best’ dat ik nog een beetje op zoek ben naar hoe ik het tweede deel van mijn leven kan leven, wil leven, gá leven. Stap voor stap begint het gelukkig vorm te krijgen, nu een jaar nadat ik Tumor ontdekte, een jaar waarin ik volkomen op drift ben geraakt.
Ja, het gaat best goed me me, al zeg ik het zelf. Ik ben trots op wat mijn lijf al weer allemaal kan, het voelt soms zelfs als vanouds: ik zoef regelmatig langs de Rotte op mijn nieuwe snelle fiets en ook de borstcrawl begin ik steeds beter onder de knie krijgen. Ik word vrolijk van het springerige van mijn nieuwe grijze haar én van mijn nieuwe wimpers. Ik ben trots op mijn nieuwe baan waar ik binnenkort ga starten. Ik ben als een kind zo blij dat we binnenkort - onder het motto “Hoera, ik leef nog” - lekker luxe met z’n viertjes op vakantie gaan.
En toch is Angst nooit ver weg. Angst die me opeens laat trillen als een rietje over één of ander onbenullig pijntje. Angst die Zoon - zo jong nog - de stiltes laat ‘lezen’ om zeker te zijn dat het goed gaat. Angst die Dochter - al zo groot - af en toe in haar dromen bezoekt en haar overstuur laat wakker worden. En Angst die Man heel bewust voor zichzelf houdt om mij geen angst aan te jagen.














