HET PROTESTLIED GEHOORD DOOR VIJFTIG JAAR POLITIEK
Zelden kom ik een boekomslag tegen die zo sprekend de inhoud in beeld brengt. Het enkele beeld, als eerste kennismaking met het boek, geeft één op één weer waar de tekst over gaat. Een gebalde vuist op deze omslag steekt strijdvaardig in de lucht. Die vuist is een gitaarkop met zes stemknoppen. De vingers lijken op pianotoetsen. De kleuren heldhaftig rood tegen een diepzinnig blauw, met als steunkleur beigewit zodat het witte van de titel extra goed uitkomt. Het beeld dekt de lading zogezegd. Want het boek met titel "Op de vuist" van Laurens Ham beschrijft vijftig jaar politiek en protestliedjes in Nederland. De uitgave gaat vooral over de onverschrokken onvrede over en ongezouten kritiek op de politieke lijn in het Nederlandse van de afgelopen halve eeuw. In de teksten gaat het dan minder over het berijmde protest dan over de soms ongerijmde historie van het staatkundige Nederland. Het is een uitgebreid en gedegen naslagwerk, een plek in de boekenkast van een middelbare geschiedenisklas waardig.
Laurens Ham heeft in de bestaande literatuur over deze periode veel wetenswaardigheden opgediept. Feiten waarvan ik het bestaan niet kende. Juist daarom is het boek uiterst leesbaar, omdat het deuren opent waarvan ik niet eens wist dat daar een deur was. Hij verzamelt vooral uiteenlopende politiek getinte liedjes in een uitgebreide Spotify-playlist. En vindt in vrijwel iedere tekst wel een aanwijzing van protest. De proloog, waarin Ham zijn boek een voorzet geeft, begint dan ook met schijnbaar onschuldige versjes uit een theatershow van Herman van Veen over de sociaal bewogen eend Alfred Jodocus Kwak. De kinderserie die voor de goede verstaander en beste kijker echter waarschuwingen bevat tegen het neo-facisme en de apartheid. Zo diept Ham in de door hem besproken historie van het lied menige protestregel op. Soms verholen aanwezig, maar meestal duidelijk hoorbaar gezongen. Hij zet deze onvrede en het verzet af tegen de samenleving en de politiek. Muziek is een middel om mensen samen te brengen om te strijden voor de goede zaak. Gaandeweg het boek gaat het dan meer over politiek en nog zijdelings over de muziek. Hoewel ieder hoofdstuk wordt afgesloten met een luisterlijst behorend bij de behandelde periode.
Het start in de woelige jaren 60 van de vorige eeuw. Een tijd van revolte, revolutie, opstand, ommekeer; alles moet anders, want alles wat was is niet goed genoeg voor de tegendraadse jeugd. Om te tonen dat het conservatieve Nederland had afgedaan en er een nieuwe samenleving klaar stond, lieten de progressieve landgenoten het hoofdhaar groeien en hesen zich in werkkleding als spijkerbroek en schapenjas. Men is tegen het leger en voor een sociale samenleving. Geen barricade is hoog genoeg om het protest vanaf te schreeuwen. Eerst is de protesttekst dan nog braaf en modieus met Boudewijn de Groot die een in slaap gedutte president toezingt, maar Armand komt al sterker uit de hoek met “Wat het klootjesvolk wil weten”. Maar voor zijn luisterlijsten diept Laurens Ham onbekend gebleven liedjes uit de vergetelheid op. Een handreiking om ernaar op zoek te gaan in de zoekmachines op internet.
Door de jaren heen wordt het protest met en in de muziek dwarser. Slaat het kroost van de bloemenkinderen van na de oorlog hard op die jaren terug. Want wat is er van al dat protest terecht gekomen? De muziek keert zich tegen de beat, de teksten protesteren tegen de mislukkingen van de eens zo gemoedelijke revolutie. Er komen voor de muziekliefhebber veel bekende namen langs. Artiesten die in de massa kwamen boven drijven met aansprekende liedjes, maar ook zij die onder het maaiveld bleven met toch steekhoudende songs. Voor de in de vaderlandse geschiedenis geïnteresseerde lezer is dit boek ook een aanrader. Ham heeft veel bronnen geraadpleegd om een zo compleet mogelijk beeld te geven van de maatschappij waarmee de protestjeugd maar al te graag figuurlijk op de vuist wilde.
“Op de vuist” is een uitgebreid handboek, omdat de laatste 50 jaren er op politiek gebied leesbaar in worden behandeld. In het kielzog daarvan de geschiedenis van het protestlied is aangeroerd. Daarbij is Ham ook nauwgezet te werk gegaan; heeft bekende, minder bekende en onbekende artiesten tegen het licht van onvrede en opstand gehouden. Het boek sluit dan ook af met een lijvige discografie, zodat ik nog eens op zoek kan en gaan luisteren naar albums en singles die mijn opstandige bloed sneller zullen doen stromen. Maar ook een lijst van radio- en televisieprogramma’s, mijn uitzending-gemist-knop op de afstandsbediening zal overuren draaien. En dan zijn er nog de boeken en artikelen die doorgelezen en ingezien zijn. Laurens Ham is niet over één nacht ijs gegaan, maar heeft zich gedegen in de materie verdiept. Er is een goed leesbaar boek van gekomen, want politiek wordt minder saai wanneer de muziek er vat op krijgt. Dat gaat dan van Vietnamprotest en beatliedjes tot straatrap, hiphop en boerenrock via punk en nederpop. Van Frans Halsema en Robert Long tot Opgezwolle en Lange Frans via Cobi Schreijer en De Heideroosjes. Maar natuurlijk ook Klein Orkest en Frank Boeijen, en Jules de Corte, Hans Teeuwen en Vader Abraham niet te vergeten. “Er zijn vele landen waar bijna geen water is om in te zwemmen, zo weinig zelfs dat je er niet eens je snavel mee kan poetsen, ja zo weinig zelfs dat sommige dieren van dorst doodgaan”, om met het begin te eindigen.
“OP DE VUIST, vijftig jaar politiek en protestliedjes in Nederland” van Laurens Ham. Uitgeverij Ambo/Anthos, 2020.













