Het Schutterspark Het ligt aan het einde van de straat waar ik al mijn hele leven woon, het Schutterspark, een plek waar ik een groot deel van mijn jeugd heb doorgebracht.
Het is de plek waar ik vroeger met de buren hun hond uit liet, want zelf had ik er geen. Dit is het park waar ik met mijn ouders en broertje tamme kastanjes verzamelde in de herfst. Waar ik leerde schaatsen op de vijver in de koude winters. Waar ik blij was wanneer de lente weer kwam en de speeltuin weer open ging. Het park waar ik ’s zomers met mijn dekens in de ‘berenkuil’ ging picknicken en waar ik tot de straatlampen brandde doorspeelde. Dit park betekent heel veel voor mij en ik weet ook veel over dit park te vertellen. Over hoe mijn oma tijdens de tweede wereldoorlog schuilde in de tunnel onder de mijnberg. Hoe de geiten in de kinderboerderij mijn dierenvoer - met zakje en al - probeerde op te eten. Over mijn moeder en hoe zij zich inzette om de speeltuin te behouden. Deze zomer tijdens een wandeling met mijn moeder kwam ik er achter dat ik nog niet alles over deze plaats weet. Eerder die week was ze met de neef van mijn vader door het park gelopen, vertelde ze mij terwijl we richting het Engelsbroek liepen. Samen met de neef van mijn vader had ze daar eerder die week ook gelopen, hij had een grote schep bij zich en droeg hoge laarzen. Bij een groepje berkenbomen liepen ze naar het water van de Roode Beek. Hij stapte met zijn laarzen het ondiepe water in en begon al zoekend her en der te scheppen terwijl mijn moeder aan de kant vragend toekeek. “Op deze plaats in de beek zijn de misbaksels van middeleeuws aardewerk te vinden”, zei hij tegen mijn moeder. Ze zag niets speciaals, maar nog voor ze hem er iets over kon zeggen merkte ze pas op dat het gene, waarvan zij dacht dat het stenen waren die in de beek lagen, eigenlijk honderden scherven waren, misschien wel duizenden. Mijn vader zijn neef had inmiddels een aantal stukken aardewerk in zijn handen, misbaksels van middeleeuwse potjes en kruiken. De misbaksels lagen verspreid in de loop van de beek over een afstand van misschien 5 meter, een paar meter verder nog een plek met stukken aardewerk. Mijn moeder en ik waren er inmiddels bij de Roode Beek aangekomen en ze liet mij de scherven zien. Heel weinig mensen weten van deze plaats vertelde ze. Dat er vroeger pottenbakkers waren geweest in Brunssum, dat wist ik, maar het was toen wat ver van mijn bed. Nu had ik een stuk aardewerk in mijn handen, die iemand anders honderden jaren geleden ook in zijn of haar handen had gehad. Zo lang geleden... en het enige wat nog herinnerde aan deze mensen waren de vinger afdrukken in de gebakken klei en de honderden, zo niet duizenden scherven.
Wie waren deze mensen?















