Na 30 werkzame jaren in de kunst heeft Simon Oud zijn werken op een rij gezet. En hij ziet dat het goed is. Dat hij beeld heeft gegeven aan zijn beleving, zijn gevoel. Hij maakt van die drie decennia een boek. Om als portfolio te kunnen laten zien wat hij kan, wie hij is. Want Simon is zijn kunst. Blader ik door het boek dan maak ik kennis met hem, kruip ik onder zijn huid. Het is mooi vormgegeven, dat boek. Op het omslag een kleine vrijstaande woning aan de vaart, omringd door kale bomen en een horizon in nevel. Een kleurloze opname als een kleurrijke herinnering, een aandenken aan zijn jonge jaren in het West-Friese Bovenkarspel. Op de achterkant van het in hard kaft gebonden boek een vertaling van die plek in een ruimtelijk object. Met veel aandacht is de uitgave samengesteld, op eendere manier zoals Simon Oud zijn werk benadert en construeert.
Kunstduizendpoot Alex de Vries schrijft er een heldere biografie in als voorwoord. Een inleiding op het werk dat zich veelkleurig in vorm en afbeelding de toon zet op de pagina’s daarna. Dat zijn jeugd vroeger zijn kunst later vormt. Dat de manier van vormgeven besloten ligt in de streek waar hij opgroeit. In zijn kunst, die eerst na tegengestelde omzwervingen in werk en leven tot stand komt, is het polderlandschap en zijn vaders tuinbouwbedrijf te herkennen. Oud omsluit erin de weidsheid van de omgeving. De ruimte in een notendop.
Zijn werk kwam ik eerder tegen in Jubbega bij Kunstlokaal No.8 in een duo-tentoonstelling. De Vries geeft in zijn voorwoord van het oeuvreboek al een duidelijk zicht op kunst en kunstenaar. Maar ik vul dit hier aan met mijn ervaring met het beeldend werk van Simon Oud.
"Tijdens een eerste tentoonstelling in het kunstlokaal in Jubbega liet Simon Oud zijn “kavels” schakelen aan de contouren van tere huizen uit betonijzer van mede exposant Wieke Terpstra. De platte vlakken worden ruimtelijk, in beweging en tegenbeweging, en ogen als de grondvesten, het fundament, voor de blootgelegde kwetsbare binnenruimten. Dat was toen, in 2011. Nu, in 2015, laat het werk van Simon Oud zich uitstekend en misschien nog wel beter relateren aan dat van Ton van Kints.
Ogen Ouds driedimensionale composities nog steeds als de eerste frivole variaties op de kubus, ze ontstijgen ditmaal wel de gebogen vormen van dikke lappen grond. Die buigingen naar en in de ruimte bezitten nog wel de getoonde drones, maar het andere werk is een spel van vlak en lijn – allesbehalve recht toe recht aan. Uit zink en messing laat Oud zijn plastieken optrekken en neerzetten. De vormen bestaan onzichtbaar al in de ruimte, ongezien om door deze kunstenaar zichtbaar gemaakt te worden. De abstracte volumes zet hij neer om de gedachte ruimten. De regelmatige driehoeken, vierkanten en veelhoeken omsluiten onregelmatig inhouden. De vlakken samen gesmeed tot hoekige en scherp gerande maar aangenaam ogende objecten. Stalen diamanten hebben vele facetten en schitteren metaal dof. Geen edelmetaal derhalve, maar poogt dat wel te zijn.
In de vingers van Oud kan een kubus gaan dansen omdat de vlakken tegen elkaar schuren in een spontane houding. Dat regelmatige veelvlak wordt een onregelmatig platonisch lichaam waarin figuren zich spiegelen. Een mathematische kunstbeschouwing. Het spel van reflecteren, draaien en verschuiven maakt de vorm tot lastig in een enkele blik te vatten volume. Er langs en omheen gaand valt het licht in gewijzigde samenstelling langs de beeldvlakken. Zo blijven de plompe voorstellingen speels in houding en uitstraling. Het vormonderzoek van Oud kent daarbij geen zichtbare grenzen."
De rechtlijnigheid van de poldersloten die door de akkers trekken, de scheefgezakte bebouwing door hergebruik van materialen; het maakt al vroeg indruk op de jonge Simon. Hij zal deze elementen later gebruiken in zijn meetkundige objecten, zijn kijk op ruimtelijk werk. Vrijwel geen enkele lijn staat haaks op de ander, ieder vlak is nergens kantig. De samenstellingen ademen de tijd. En begrenzen de ruimte. Zowel in zichzelf als de plek waar het is neergezet of waar het hangt. De inspiratie, de aanzet voor de opzet, ligt in de omgeving maar ook in het gereedschap, de werktuigen en de voertuigen op het land. Deze oprijzende elementen zijn disharmonie in de landelijke compositie.
Het bedrijf van vader Oud, het telen van gewassen in kassen en op de volle grond, waar Simon al vroeg in zijn vrije uren van school aan het werk wordt gezet. Het polijsten van ploegijzer en eg-metaal biologeert hem, in zijn kunst later maakt hij van die handvaardigheid gebruik door de soldeerlijnen af te vlakken. De scherpte uit zijn werk te halen, de objecten uit hun verband.
Onderweg door het leven, op weg in stad en over land, heeft Simon Oud een scherp oog voor onbedoeld merkwaardige opstellingen en inrichtingen. Lukraak door mensen neergezet afgedankt materiaal of getrokken wegmarkeringen. Zijn cameralens staat er open voor. Het is grondstof voor zijn objecten. Maar daarnaast zijn de foto’s ook autonome beelden. Ze gaan mee in het boek en leggen een relatie met de ernaast afgebeelde objecten. Zo is de beeldtaal van Oud eenduidig. In zijn eigen werk en met het oog voor wat anderen van het straatbeeld maken. Niets wordt daarbij door Simon zelf geënsceneerd. Hij komt het aldus tegen, ziet het zo en legt het vast. Waar anderen aan voorbij lopen.
Zo kun je ook makkelijk aan de kunst van Oud voorbij gaan, omdat het eenvoudig in het leven past, er simpelweg bij hoort, onlosmakelijk. Dat is meteen ook de kracht van het werk. Uit het leven voortgekomen past het zich eraan aan. Het hoort er bij, automatisch. Het is de as waarom het wiel kan draaien. Niet zichtbaar of ongezien, maar toch een sterkte waardoor er beweging blijft.
De objecten ontstaan intuïtief. Oud maakt geen schetsen of modellen om de te beschouwen ruimte op voorhand in de vingers te krijgen. Hij stapelt de vlakken alsof ze op die manier in natuurlijke harmonie al aanwezig zijn. "Het beeld komt tot stand door het zoekend te bouwen en objectmatig van buiten naar binnen te werken", schrijft Alex de Vries onder meer in zijn voorwoord. "Hij vormt direct uit plaatmateriaal dat per beeld een andere weerstand biedt en daardoor tot een specifieke vorm leidt."
In het boek kan ik het werk van Simon Oud door de jaren van ontstaan volgen. De groei van zijn objecten van geposeerde onderdelen van gereedschap en elementen uit de omgeving tot ongedwongen platte volumes. Ruimten die geen inhoud hebben, slechts de sfeer een omtrek geven. De monumentale gedachte is versimpeld tot een vlak met enkel lengte en breedte. Het bepaalt de bewegingsvrijheid van de plek die het inneemt als geheel en de ruimte er omheen. Hij stelt daarmee dus niet het object centraal, maar de ruimte waarin het zich bevindt op dat moment. De Vries schrijft enkele alinea's verder: "Waar de foto's van Simon Oud een beeldend dagboek vormen, schragen de sculpturen die hij maakt (...) zijn denken."
SIMON OUD, 30 jaar kunstenaar. Uitgeverij De Zwaluw, 2021.