Vondsten van ver
De verzameling van Ome George
Onlangs besloot de broer van mijn schoonvader, hier in huis ome George genoemd, zijn volledig collectie natuurvondsten aan mij te schenken. Hoewel de verzameling slechts drie stukken telt, ben ik er buitengewoon blij mee. Ten eerste omdat het drie uitstekend geconserveerde stukken zijn, zo goed als puntgaaf, ten tweede omdat alle vondsten voorzien zijn van een vindplaats en jaartal en ten slotte omdat de vondsten afkomstig zijn van plaatsen waar ik nog nooit ben geweest en voorlopig ook niet zal komen. Het geheel zat verpakt in een plastic bak met op de deksel een kort begeleidend schrijven:
“De salamander en het slangetje heb ik in 1988 gevonden in Queensland (Australië) en het zeepaardje op het strand van Costa da Caparica in Portugal (vlakbij Lissabon) in 1992.”
Omdat zo’n plastic bak, u kent ze wel van de afhaalchinees, wel praktisch, maar niet mooi is, besloot ik de stukken een charmanter onderkomen te geven. De Australisch stukken gingen samen in een lijst het zeepaardje op een sokkel.
Om een natuurvondst zoals het hoort op te bergen, is het fijn wanneer je naast de vindplaats en het jaartal (datum) ook een naam kan noteren. Het liefst de juiste en zo specifiek mogelijk. Omdat bij deze stukken een naam ontbrak, moest ik daar even achteraan.
Hippocampus hippocampus op sokkel.
Het zeepaardje
Hoewel ik niet heel veel verstand heb van zeepaardjes, ik heb me daar nooit mee bezig gehouden, zelf heb ik er nog nooit een gevonden, was het op naam brengen van het gekregen zeepaardje een sinecure. In de Portugese wateren komen namelijk precies dezelfde zeepaardjes voor als in bij ons. En dat zijn welgeteld twee soorten: het kortsluit- en het langsnuitzeepaardje. En zoals de namen suggereren zijn die twee aan de hand van de snuit van elkaar te onderscheiden. Beter nog kan dat op basis van de volgende volgende kenmerken:
Langsnuitzeepaardje (Hippocampus guttulatus): 1. Snuit buisvormig, langer dan 1/3 van de koplengte en met kleine eindstandige bek. 2. Kop en lichaam doorgaans met lange aanhangsels. 3. Oogdiameter duidelijk kleiner dan halve snuitlengte.
Kortsnuitzerpaardje (Hippocampus hippocampus) : 1. Snuit iets opgewipt, tot maximaal 1/3 van de koplengte en met een kleine eindstandige bek. 2. Kop loodrecht op de lengte-as van het lichaam; kop en lichaam zonder of met slechts enkele lange aanhangsels. 3. Oogdiameter ongeveer even groot als de halve snuitlengte.
De kruipbeesten
Zo eenvoudig als het was het zeepaardje te determineren, zo lastig vermoedde ik dat het zou worden de kruipbeesten op naam te brengen. Dit omdat kruipbeesten in het algemeen en die uit den vreemde in het bijzonder, verre van mijn specialiteit zijn. Mijn kennis was, zeg maar, net toereikend genoeg om te kunnen constateren dat ik geen salamander en slang had gekregen, had gekregen, maar dat ik te maken had met twee onbepaalde maar hagedissen. Salamanders hebben namelijk geen schubben en slangen geen pootjes.
Saiphos equalis
Three-toed skink
Geheel tegen de verwachtingen in bleek de slangachtige hagedis vrij eenvoudig op naam te brengen. Het slangachtige lichaam en de ‘lullige’ haast rudimentaire pootjes maakte dat ik er zo een naam op kon plakken. Dat bleken namelijk specifieke kenmerken voor een three-toed skink. En omdat in Australië alleen de yellow-bellied three-toed skink (Saiphos equalis) voorkomt was een determinatie tot op soort zo gepiept. Wat betreft de andere hagedis was dat een iets ander verhaal, die had namelijk een voorkomen als vele andere hagedissen.
Cryptoblepharus virgatus
Cryptoblepharus virgatus
De skinken oftewel de familie der Scincidae vormen de grootste familie binnen de hagedissen in Australië. Zo goed als alle leden van de familie hebben ten opzichte van hun lichaam kenmerkende korte pootjes. Een groot deel van de familie heeft, in tegenstelling tot de yellow-bellied three-toed skink, een ogenschijnlijk gelijke lichaamsbouw: een bouw die wat weg heeft van onze eigen zandhagedis, maar dan wat smaller en met nog kortere pootjes.
Omdat het door mij gekregen hagedisje voldeed aan bovengenoemde bouwplan durfde ik er wel van uit te gaan dat het ook een skink betrof. De vraag was alleen welke. En omdat ik daar op basis van de lichaamsvorm dus weinig over kon zeggen, probeerde ik het op basis van de kleur. Met name de specifieke schakering daarvan.
Op basis van de twee ‘witte’ verticale strepen die vanaf de ogen tot basis van de staart over het lichaam lopen en de wat lichter streep over de rug wist ik het reptiel na ampel onderzoek op naam te brengen. Het bleek een fence skink (Cryptoblepharus virgatus), een vrij algemene soort in Queensland.
Bronnen
Portugal heeft de grootste kolonie zeepaardjes van de wereld
Australiangeographic.com
Australian.museum













