Dit waren nog 2 pagina’s uit de scriptie die relevant waren voor mijn betoog.
seen from Türkiye
seen from United States

seen from United States
seen from United States
seen from United States
seen from United States
seen from China

seen from United States

seen from Malaysia
seen from Malaysia
seen from Russia
seen from United States
seen from United States

seen from United States
seen from China
seen from Malaysia
seen from United States
seen from Russia

seen from Argentina

seen from Germany
Dit waren nog 2 pagina’s uit de scriptie die relevant waren voor mijn betoog.
Concreet: Wat ga je nog doen?
Even alles op een rij:
x Vrijdag 27 Mei aanstaande bezoek ik TEDxAmsterdamWoman
x 11 Juni ga ik naar een biotalk van Mediamatic & bezoek ik Twijfel Zaaien
x Er komt een beeldende conclusie die ik vóór 5 Juni wil presenteren
TEDxAmsterdamWoman
Ingeloot voor het congres en ticket is betaald: aanstaande Vrijdag heel de dag luisteren naar inspirerende mensen. Review volgt later, natuurlijk.
Terugblik ‘I-Artist’
Omdat ik graag mijn onderzoek wilde ondersteunen met wetenschappelijke teksten of andere informatiebronnen, ben ik opzoek gegaan naar teksten over de slashgeneratie en cross-over.
Uiteindelijk ben ik een scriptie tegengekomen van Josephine van Kranendonk uit September 2010. Inmiddels dus al een beetje verouderd, maar omdat het gefocust was op Rotterdam vond ik dit zelf wel interessant en prettig. Omdat ik hier vandaan kom, dacht ik ook wat meer te weten over de kunstprojecten die worden behandeld in de scriptie.
Dit was niet persé het geval. Er stonden ook heel veel demografische kenmerken in die voor mij niet zo relevant of boeiend waren waar ik mijzelf echt doorheen moest ploegen. Ik zal hieronder proberen samen te vatten wat ik zelf uit de teksten heb gehaald. Dit is geen correcte samenvatting van heel de scriptie, en ook niet een samenvatting van alles wat ik interessant vond. Ik probeer vooral de punten er uit te halen die voor dit onderzoek, voor mij, van waarde zijn. In mijn betoog had ik vooral de schoolsystemen naar voren gebracht, terwijl het uiteindelijk bij mij niet om schoolsysteem ging, maar het eigen pad wat ik onderzoek.
Allereerst vond ik het interessant om te lezen hoe het begrip kunstenaarschap is veranderd. Natuurlijk wist ik dit wel al, maar het lezen in termen zorgt ervoor dat je het beter snapt en een plek kan geven.
Om te weten wat er is veranderd, moet je eigenlijk weten hoe het eerst gesteld was. Het eerste gebruik van het begrip kunstenaarschap voert ons terug naar de tijd van de Romantiek. In deze periode werd de kunstenaar gezien als een genie, een bijna mytische status die tot op de dag van vandaag wordt toegekend aan de kunstenaar. Door de jaren heen is dit veranderd en aangepast. Camiel van Winkel, auteur van het boek “De mythe van het kunstenaarschap” stelt dat de kunstenaar altijd iets is van dit moment. De kunstenaar verbeeldt de geest van de tijd. Zo werd er in de tijd van het Modernisme andere waardes gehecht aan de kunstenaar dan in de Romantiek. Ook nu kan je er van uit gaan dat ontwikkelingen als globalisering, commercialisering en aangrijpende technologische veranderingen invloed uitoefenen op het begrip kunstenaarschap.
In het essay van Camiel beschrijft hij 3 modellen van het kunstenaarschap. Hij begint het essay dat er in de maatsschappij hardnekkige clichés over de kunstenaar bestaan, en dat deze een mytische kracht hebben. “Clichés zoals het aura van het kunstwerk, de helende kracht van kunst en de kunstenaar als visionair zijn vele malen afgebroken maar ook keer op keer herrezen in een hedendaagse vorm. Ook het idee van het kunstenaarschap is mythisch. Niet de expertise van de kunstenaar bepaalt zijn maatschappelijke positie maar het geloof van mensen in het maatschappelijke en culturele belang van kunst is bepalend voor de bijzondere positie van de kunstenaar”.
De volgende 3 modellen kunnen we onderscheiden: Het romantische kunstenaarschap Het modernistische kunstenaarschap Het klassieke of Beaux Arts model
De Romantiek, de periode vanaf de tweede helft van de achttiende eeuw tot het begin van de negentiende eeuw, werd gekenmerkd door kunstenaars die reageerden op de toenemende Industriële Revolutie door zich af te wenden van de dagelijkse realiteit. Dit kwam tot uiting in een sterke interesse voor de natuur, de verbeelding en de individuele expressie. Er was een sterke behoefte naar iemand ‘worden’ en niet persé iemand ‘zijn’. Men geloofde in de autenticiteit van het individu. Zelfontplooiing en verbeelding stonden erg centraal.
In de kunst zag men dat het kunstwerk niet meer centraal stond, maar de kunstenaar. Hij ging zijn kunst gebruiken als middel van zelfexpressie; het kunstwerk was een directe afspiegeling van de ziel van de kunstenaar. Het scheppen van kunst werd gezien als een roeping die de kunstenaar niet kon negeren; zo ontstond de cultus van het genie.
Het modernisme, van de late negentiende eeuw tot het midden van de twintigste eeuw, is een verzamelnaam voor culturele ontwikkelingen in die tijd. Een geïndustrialiseerde maatschappij met nieuwe economische, sociale en politieke structuren beïnvloedde het denken over de traditionele vormen van de kunsten. Er werd gebroken met het verleden en gezocht naar nieuwe vormen van expressie.
De kunstenaar nam met zijn werk heel bewust een positie in tegenover de wereld en de samenleving. Kunstenaars bewogen zich in de voorhoede van de maatschappij. Zij waren diegene die transformaties en spanning aanvoelden in de samenleving en dit tot uitdrukking brachten in hun werk.
Tot slot hebben we het klassieke of Beaux Arts model. Hieronder vallen de noties zoals meesterschap en metier. Hierin wordt de kunstenaar gezien als beoefenaar van een vak, een ambachtsman. Het kunstenaarschap werd gezien als een leerschool waarin eerder inspirerende voorbelden van meesters uit het verleden dan de eigen inspiratie voorop staan. Studie, oefening en toewijding hebben de nadruk. In de Renaissance kwam ook het gewaardeerde ideaal van de “Uomo Universale’ naarboven; een persoon die excelleert op meerdere terreinen waaronder de kunst, achitectuur, atletiek en de wetenschap.
Volgens van Winkel is de invulling van het kunstenaarschap heden ten dagen een mengeling van de 3 modellen. Een andere auteur, Maarten Doorman, meent dat er wel degelijk een romantische kern te vinden is in het modernistische kunstenaarschap; namelijk de ironie. Ironie is volgens Doorman bij uitstek romantisch; het is het besef van de spanning tussen absolute aanspraken van de kunst en de onvermijdelijke tekortkomingen ervan. Over het hedendaagse kunstenaarschap zegt van Winkel dat het sporen bevat van de bovengenoemde modellen. Deze zijn niet meer in conflict, maar zweven naast elkaar, als modellen die kunnen worden ingewisseld.
Door de informatiemaatschappij en de komst van het internet, kan iedere burger kunst maken. Je hoeft maar een foto op te sturen en je krijgt hem terug op linnen; hierdoor ontstaat de vraag, hoe onderscheidt je jezelf? Daarnaast lijkt het alsof de kunstenaar zijn maatschappelijke functie verliest. Doordat het ook niet duidelijk is waaraan de kunst zich nou zou moeten voldoen, ontstaat er een zekere devaluatie van het idee kunstenaar.
In Rotterdam zijn ze al een tijd aan het speculeren over nieuwe termen. De multitaskende kunstenaar en meervoudige kunstenaar zijn al gevallen. Dit is opzich geen nieuw gedachtengoed, maar ik sta wel achter dit idee. Als we gaan kijken naar de ontwikkelingen tegenwoordig in de maatschappij, is mij duidelijk dat er over 15 jaar banen bestaan die er nu nog niet eens verzonnen kunnen worden. Ik denk ook dat daarbij hervormingen horen binnen de al bestaande banen. Het idee van de multitaskende kunstenaar spreekt mij dus erg aan; allereerst omdat veel verschillende dingen doen eigenlijk wel binnen mijn straatje past. Ten tweede omdat ik vind dat men zich moet gaan onderscheiden. En ten slotte omdat ik van mening ben dat als mensen dingen doen die zij leuk vinden, en hier goed of beter in worden, dit alleen maar positief kan zijn voor de samenleving.
Met het wegvallen van een duidelijke functie van de kunst, valt ook het verschil weg tussen de hoge en de lage cultuur in Nederland. Mode, reclame, videoclips, nieuwe media en design hebben een lager artistiek aanzien en worden dus geschaard onder lage kunst. Door ontwikkelingen vanaf de jaren ’60 werd de scheidingslijn tussen hoge en lage kunst steeds minder prominent. Design en vormgeving worden meer en meer gewaardeerd als een kunstdiscipline.
Er was ook een beweging zichtbaar tussen kunst en de economie. In 1999 spoorde de voormalige staatsecretaris van cultuur Rick van der Ploeg de kunstwereld aan meer kunstzinnig, zakelijk en maatschappelijk rendement te halen uit culturele voorzieningen. Onder de noemer cultureel ondernemerschap, een term die geïntroduceerd werd in 1992 door hoogleraar Giep Hagoort, wilde Van der Ploeg cultuurmakers en bemiddelaars beter toerusten op de maatschappij van vandaag.
Dat de kunstwereld in de eerste instantie niets moest hebben van de insteek van Van der Ploeg blijkt uit een artikel van Arjo Klamer en Olav Velthuis: Cultureel ondernemerschap doet aan economie, markten en commercie denken en daar moeten velen in die wereld niets van hebben. Een ander minder enthousiast geluid is ook te lezen in het tijschrift van SICA uit 2002: Ontvang je als kunstenaar subsidie, dan kun je autonoom werken, was lange tijd het uitgangspunt. Maar er is een kentering. De nieuwe opvatting luidt dat je pas autonoom bent als je jezelf kunt bedruipen. Dat vergt andere capaciteiten en een andere mentaliteit van de kunstenaar. Dat vergt cultureel ondernemerschap.
De visie van ondernemerschap, daar kan ik mij ook in vinden. Ik ben bij verschillende kunstacademie’s gaan kijken en was ook bij een aantal toegelaten, maar naar mijn mening waren het HKU en de WDKA het meest ‘commercieel’. Het beeld van autonome kunstenaar alleen op zijn zoldertje is er niet een waar ik mij bij aansluit. Ik wil graag mijzelf kunnen bedruipen met hetgene wat ik het liefst doe, en daarbij moet je ondernemend zijn vind ik. Of een Italiaanse meester. Het laatste ben ik niet, ondernemend wel. Maakt mij dit geen ‘echte’ kunstenaar? Ben ik dan ‘vies’ commercieel?
De informatiemaatschappij, een term die verwijst naar de periode vanaf de jaren zeventig tot nu, wordt sterk beïnvloed door de informatietechnologie. De afgelopen jaren heeft deze zich sterk ontwikkeld, en naast andere sectoren in de maatschappij beïnvloed deze ook de kunst en cultuursector. De digitalisering stimuleert onder andere cross-overs in de kunst. Mensen komen onder andere sneller met elkaar in contact. Daarnaast ontstaat er door het web ook een zeer grote ‘amateurcultuur’. De vraag is of het hedendaagse kunstenaarschap zich in een crisis bevindt; wordt deze bedreigd door de groeiende amateurcultuur? Voor mij is dit nog meer een stimulans om je eigen specifieke pad te ontwikkelen; des te authentieker, des te beter.
Daarnaast zorgt het netwerk/internet ook voor een nieuw podium voor de kunsten. Waar men vroeger rijkhalzend uitkeek naar een expositie in het Stedelijk, is tegenwoordig elk podium goed. Niet dat een soloexpositie in het Stedelijk geen geweldig iets is, maar de multitaskende kunstenaar kan overal exposeren. Mariette Dölle zegt hierover; “de multitaskende kunstenaar wedt niet op één paard, trekken niet één kaart, maar zoeken op alle vlakken hun brood. Niet alleen in hun werk kiezen ze voor heel veel vormen, maar ook in de presentatie van hun werk; dat bepalen ze zelf wel’. In plaats van afhankelijk zijn van het platvorm, wordt het platform meer naar de kunstenaar toe getrokken.
Doordat kunst vaker wordt ingezet om bijvoorbeeld wijken op te kalefateren, ontstaat er een dialoog tussen verschillende bevolkingsgroepen, wat een begin is van wederzijds begrip en respect. Steeds vaker wordt er een standaard formule ingezet in probleemwijken; biedt er goedkope atelier ruimtes voor creatievelingen, en de wijk bloeit op. Door jonge, frisse mensen hier te laten vermengen met verschillende achterstandswijken ontstaat er een prettige uitwisseling. Het worden buurten die gewild zijn en bruisen van de energie en creativiteit. Hierdoor worden kunstenaars ook meer benaderd als iemand die een beroep uitoefent, in plaats van een zonderling op zijn zolderkamer. Naar mijn mening heeft de kunst hier ook een waardevolle maatschappelijke functie.
In de scriptie komt ook naar voren dat veel Rotterdamse kunstenaars de mentaliteit van cultureel ondernemerschap ondersteunen. Of dit komt door de nuchtere Rotterdamse mentaliteit of dat dit toeval is, weet ik niet. De aandacht wordt gevestigd op de maakbaarheid van het individu en de eindeloze mogelijkheden. Dit is iets waar ik zelf graag in geloof; misschien is het omdat ik zelf Rotterdammer ben, misschien heeft het er geen fluit mee te maken. Duidelijk is wel dat er in Rotterdam veel wordt samengewerkt en ondernomen. Er zijn hier veel collectieven ontstaan, mede doordat er in Rotterdam veel goedkope atelierruimtes beschikbaar zijn. Hierdoor is het toegankelijker dan bijvoorbeeld een Amsterdam, waar er toch veel meer een ‘air’ hangt en het moeilijker is om je te vestigen.
Wat heb ik allemaal uit deze scriptie kunnen halen? Behalve het begrip cultureel ondernemenschap, ook de back up van dit idee. Dit is iets wat eigenlijk al veel langer in mijn hoofd zit (nu een jaar of 5) maar waar ik nooit een naam aan kon geven. Daarnaast de Rotterdamse nuchterheid en de maakbaarheid van het individu, de DIY-mentaliteit. Het belang van een collectief of een smeltkroes van stromingen; dit zorgt voor de synergie en meer mensen = meer oppervlakte = eerder internationale bekendheid.
Ten slotte, een quote: Moeten we de hedendaagse jonge kunstenaar beschrijven, dan loopt hij met een aktetas al twitterend op zijn Iphone naar een overleg met een grafisch ontwerper om samen een multimediaal kunstwerk te maken voor een festival, waar hij vervolgens dezelfde avond op zal treden met zijn rockband.
Waar moet ik heen en wat moet ik nou doen?
Dat is voor nu een beetje te vraag. Ik wilde graag deze week verder aan de slag voor CTS, uiteindelijk is dat niet echt gelukt. Ik liep vast in wat ik nou moest doen en ik kreeg ook geen mailcontact, dus kon ook niet om feedback vragen.
Mijn opzet was om naar verschillende lezingen te gaan in het kader van cross-over. Van 2 lezingen was überhaupt geen zekerheid omdat dit op basis van inschrijving ging, en ‘What Design Can Do’ valt precies op de dag met de beoordeling van Narratief/Sequentie. Ik heb Marleen gemaild met de vraag of het kan, maar met haar heb ik ook geen contact.
Ik heb dus geen idee: ik wacht eigenlijk een beetje op sturing nu. Moet ik nou nog meer gaan lezen, moet ik een essay gaan schrijven, ik weet het allemaal niet.