Pannenkoeken
Ik wilde heel graag pannenkoeken bakken. M’n moeder zei: dat kan niet. Daarvoor zie je te weinig. Ik, ging naar m’n kamer en smeet m’n deur met een flinke zet dicht. Bam! Ik ging op m’n bed liggen balen, balen. En toen bedacht ik een plan. M’n ouders gingen allebei van huis die avond. M’n vader ging schaken, m’n moeder naar een cursus edelsmeden. M’n broer en ik waren elke dinsdagavond met z’n tweeen thuis. Had ik mooi de tijd om pannenkoekenbeslag te maken en daarna te gaan proberen. Pannenkoeken, een hele stapel.
Toen m’n ouders ‘s avonds eenmaal allebei de deur uit waren, stond ik voor het aanrecht. Op m’n telefoon had ik het recept klaarstaan. Ik mengde bloem, eieren, melk en een snufje zout met de garde in de grote, glazen slakom. Zwaar werkje. Toen legde ik een plakje boter op een schoteltje en sneed dat in kleine stukjes zoals m’n moeder altijd doet. Ik zette een koekenpan op de kookplaat en zette de warmtebron aan. Klontje boter erin... daar kwam m’n broer de keuken binnen. “Wat ruik ik” “Oh” zei ik zo normaal mogelijk. “Ik ga pannenkoeken bakken.”
“Jij?” Ik ging verder met wat ik aan het doen was. Ik veegde de boter met een pollepel door de hele pan. Ik zette de slakom met beslag ernaast en met de soeplepel goot ik een flinke dot beslag in de pan. Spannend, dacht ik. Zou het me gaan lukken? “Wel draaien joh!” O ja , natuurlijk. Ik pakte de pan met twee handen van de kookplaat en draaide voorzichtig zodat het beslag goed werd verdeeld. “Je hebt teveel erin gedaan”. Ja, de volgende doe ik minder.... M’n broer kwam met een spatel om de pannenkoek te draaien. De pannekoek kwam maar een beetje los. Hij ging helemaal kapot.
M’n broer zorgde ervoor dat uiteindelijk alle stukjes werden omgedraaid. We legden ze op een bord en aten ze meteen maar op. Het rook en smaakte heerlijk. Wel wat klontjes, dus ik roerde nog maar eens goed in de slakom. Nu deden we 2 klontjes boter in de pan. Even later wat minder beslag erin en nu kon ik het helemaal laten uitlopen tot een redelijk ronde, superdunne pannenkoek. Na een tijdje schudde m’n broer de pan. De pannenkoek verschoof, dat kon ik horen. En nu kon ik ‘m wel omdraaien met de spatel. Toen deze prachtige pannenkoek klaar was, legden we ‘m op een bord met een deksel erop van een pan zodat ie warm bleef.
We bakten er nog een stuk of zes. En toen begon m’n broer ze op te gooien om ze om te draaien. Dat wilde ik natuurlijk ook . eerst lukte het maar half. Bij m’n tweede poging vloog ie op de grond. Toch maar met de spatel. Terwijl m’n broer de laatste pannenkoeken bakte, zette ik borden en bestek op tafel. En honing, appelstroop en jam. We zetten het bord warme pannenkoeken tussen ons in en het feest kon beginnen. We smulden en m’n handen waren helemaal plakkerig van de stroop. Toen we allebei propvol zaten waren er nog precies 2 pannenkoeken over. “Voor pappa en mamma,” bedacht ik triomfantelijk. Ik schreef op een briefje dat ik deze heel speciaal voor hen had gebakken en zette alles met schone borden en bestek, netjes voor ze klaar. Nog even de beslagkom en de pan afwassen en dan gauw m’n bed in.
Ben benieuwd wat ze ervan denken, dacht ik voordat ik met een grote glimlach in slaap viel.
Pannenkoeken, pannenkoeken. Ik kan het bijna zelf.












