Waanzin
Ik word achtervolgd. Nou zullen vast wel meer mensen dat hebben. Je kunt bijvoorbeeld achtervolgd worden door je verleden, door schuldeisers of door enge meneren. Maar ik word achtervolgd door iets veel ergers: straatveegmachines. Het maakt niet uit waar ik loop. Het maakt niet uit wanneer ik loop. Altijd, overal straatveegmachines. Samen met de mannen gewapend met de klassieke heksenbezem, hebben ze zich Amsterdam eigen gemaakt. Dit is hun terrein nu.
Terwijl ik dit schrijf hoor ik in de verte al weer het aanhoudende gehuil van de blaadjesblowers. Het geluid dat de blowers voortbrengen verraadt niet waar ze heen gaan. Het kan soms lijken of ze de hoek om zijn, waarna ze dan opeens voor je deur staan. Doodeng. De blaadjesblowers liepen vroeger los door de stad, maar zijn nu dus gekoppeld aan de vegers. De vegers kunnen niet zonder de veegmachines, dus overal waar ze gaan is het nu bal.
Vroeger zag je ze één of twee keer per week. Meestal vlak nadat het vuilnis was opgehaald. Tegenwoordig zie ik ze iedere dag. Of eigenlijk, iedere ochtend. Het maakt niet uit of het een vuilnis ophaaldag is of niet. Er zullen vast wel weer wat papiertjes of zo op straat liggen, ergens. Ze hebben er een traditie van gemaakt om rond een uur of 07:00 ’s ochtends onder mijn slaapkamerraam te stormen. Ze hebben er een specialiteit van gemaakt om me voor mijn kantoor tegen te komen. En dat laatste is erg knap. Het maakt namelijk niet uit hoe laat ik naar kantoor loop. Ze zijn er altijd, ‘toevallig’.
Ik vond het voeger altijd fijn om naar buiten te lopen om te bellen. Gewoon, even weg van kantoor om in alle rust een gesprek te voeren. Dat kan dus niet meer. Let me paint you a picture: De telefoon gaat. ‘Hi papa.’ ‘…’ ‘Nu? Geen probleem, ik loop wel even naar buiten, moment.’ Ik loop de deur uit, stralende zon, perfect. Ik draai meteen naar rechts om vervolgens meteen de straat over te steken. Ik loop snel de (normaal super stille) Dusartstraat in en pak mijn telefoon er weer bij.
‘Ja, daar ben ik weer, wat wilde je weten?’ ‘…’ ‘Hmmm, nou dat kan ik je wel uitleggen hoor. Ik was…’
BHUUAAAHAAAAAAAAAAAAAAARRRRRSSSSSSSSSSSSSHHHHHHGGGGFTTTT !!!!
Uit het niets duiken ze op. Twee vegers, twee blaadjesblowers, en een veegwagentje (mét hogedrukspuit). Tergend langzaam komen ze me tegemoet. Ik versnel mijn pas, zodat ik ze snel voorbij zal gaan. Precies op het moment dat ik er langs loop, en mijn telefoon weer aan mijn oor zet, maakt het wagentje een zeer korte U-turn, waardoor deze nu dus achter me aan rijdt. Hopeloos dit. Ik trek een kort sprintje terug naar kantoor en trek daar aangekomen de deur achter me dicht. ‘Pap, ik bel je vanavond wel ok?’
En weet je wat het ergste is? Het is nog niet eens herfst.
Sjoerd, Cocq Makelaars











