CO là gì? CQ là gì? Giấy chứng nhận xuất xưởng và giấy chứng nhận chất lượng sản phẩm có vai trò gì? Tại sao CO/CQ lại cần cho các thiết bị xuất nhập khẩu
seen from United States
seen from United States

seen from United States
seen from United States
seen from T1

seen from Japan
seen from Türkiye
seen from United States
seen from United States
seen from T1

seen from United Kingdom

seen from Australia
seen from Germany
seen from Germany

seen from United States

seen from Türkiye

seen from United States

seen from Türkiye

seen from United States

seen from Brazil
CO là gì? CQ là gì? Giấy chứng nhận xuất xưởng và giấy chứng nhận chất lượng sản phẩm có vai trò gì? Tại sao CO/CQ lại cần cho các thiết bị xuất nhập khẩu
Nouvel article depuis le site littéraire Plume de Poète - Une poule bégueule - Laurence de Koninck
Illustration au crayon - Ilustración a lápiz #illustration #dessin #draw #crayon #pencil #cocq #rooster #gallo #realisticdraw #animal #sketch
Suzanne Cocq (Belgian, 1894 - 1979)
The Snow (La Saule) (Neige (La Saule)), 1944
Oil on wood, 290 x 360 mm
Déjà vu
Zoals je misschien wel gemerkt hebt, was het even stil van mijn kant. Dat was niet omdat ik geen zin had om mijn verhalen op te schrijven. Het was ook niet omdat ik niks meemaakte om over te kunnen vertellen. Integendeel. Bijna iedere dag kwam er wel weer iets wonderlijks, absurds of stomweg debiels voorbij, waarvan ik in mijn hoofd een kleine mental note maakte. ‘Niet vergeten Sjoerd,’ zei het stemmetje in mijn hoofd dan. Als ik dan op mijn vaste schrijfochtend het lijstje met gebeurtenissen opmaakte, gebeurde er iets vreemds. Ik kreeg het gevoel dat ik het lijstje al een keer had gezien.
1) Gekke vrouw aan de telefoon: al meegemaakt
2) Vreemde aannemers: idem
3) Debiele verkopers: dito
4) Rare notaris: been there
5) Koppige kopers: done that
6) Onzekere stelletjes: ja hoor!
Ik staarde naar de opsomming van gebeurtenissen, en vroeg mezelf hardop af: heb ik nou alles al meegemaakt? Ik maakte mezelf wijs dat het een tijdelijk gebrek aan inspiratie was. Volgende week ging ik weer dingen beleven die nooit iemand zou geloven. Maar helaas. De week erop las ik mijn notities van die zeven dagen weer terug:
1) Een dag dat ik niets goed kan doen
2) Veegwagentjes in de stad (IEDERE DAG… WTF!?)
3) Opgravingen voor de deur
4) Hittegolven
5) Hagelstormen
6) Overstromingen
Logisch dat het me zo bekend voorkomt. Allemaal al meegemaakt…
De wondere wereld van de makelaardij (tenminste zoals ik die meestal beleef) leek normaal te worden. Sleur in het sprookjesbos. Hoe kon dat nou? Het kan toch niet dat ik nu al alles heb meegemaakt? Is Amsterdam dan gewoon te klein? Ik zocht naar de oplossing. Moest ik dan maar verhalen gaan verzinnen om mijn blog te vullen? Nee! Dat nooit! Ik moet gewoon nog beter opletten wat er allemaal aan de hand is. Nog scherper zijn op het ongewone.
Makkelijker gezegd dan gedaan. Dingen om me heen moeten er heel dik bovenop liggen voordat ik ze opmerk. Daarom lijkt het wel alsof ik alleen maar absurde dingen meemaak. Dat maakt het leven (voor mij dan) ook zo leuk. Het is eigenlijk nooit saai als je alleen de bijzondere dingen bewust meemaakt. Maar wat nou als het speciale gewoon wordt?
Als ik later groot ben wil ik best accepteren dat het een beetje saai wordt. Dat hoort erbij. Vraag maar aan Mitch. Ieder weekend in het park met zijn kindjes. Beetje mini-golfen. Op bezoek bij opa en oma. Heerlijk. Hij moet nu gaan kiezen welke nieuwe auto al zijn baby’s kan herbergen. Spannend! Maar nu nog niks voor mij ben ik bang.
Voor nu moeten we het maar anders gaan doen op kantoor. Onszelf wat meer uitdagen en buiten de gebaande paden treden. Dan kan het niet lang duren voordat we weer some next-level shit mee gaan maken. En anders gewoon lekker forceren. Zorgen dat het om je heen vanzelf gebeuren zal. Stiekem best lastig als je eigenlijk wat verlegen bent, maar we proberen het gewoon.
Terwijl ik dit schrijf zie ik aan de overkant van de straat een klein oud vrouwtje een politieagent te paard helemaal verrot schelden. Als ik naar het raam loop zie ik dat ze het niet tegen de agent heeft, maar tegen het paard. Volgens mij gaat het wel weer goed komen met de verhalen.
Sjoerd, Cocq Makelaars
Onzin verkopen
Omdat de zon scheen wilde ik naar buiten. Ik hoefde nergens echt naar toe, maar kon mezelf makkelijk overtuigen dat we nog iets nodig hadden. ‘Even wat halen,’ mompelde ik terwijl ik de deur achter me dichttrok. Mitch keek niet eens op of om. Hij is er allang aan gewend dat ik soms even naar buiten loop. Als ik maar snoep mee terug neem vindt hij het best.
Het felle zonlicht viel als een warme deken over me heen. Vrolijk liep ik richting de Albert Cuypmarkt, mezelf af en toe stiekem bewonderend in de reflectie van de winkelruiten. Omdat het lekker weer was, hadden de meisjes besloten dat verhullende kleding slechts optioneel was. Al snel was ik de winkelruiten vergeten. Ik besloot de drukke route over de Ceintuurbaan en dan langs het Sarphatipark te nemen. Eenmaal bij het park aangekomen koos ik zelfs voor de route er doorheen. Nog minder kleding daar. Wat een rotstad.
Op de markt aangekomen viel me op hoe rustig het er was. Duidelijk geen vakantieweek in een van de andere delen van het land. De marktkooplui stonden wat met elkaar te lachen. Je moet wat, veel meer was er niet te doen. Na een paar honderd meter was ik bij de kruising met de Eerste van der Helststraat. Daar ik (zoals altijd) liep te dromen zag ik ze te laat. Twee jonge boys die iets aan het verkopen waren. Altijd stonden ze hier, met hun donkerblauwe polo’s met steeds een ander logo erop. Abonnementen te verkopen op Het Parool en zo. Voor ik het wist was ik er met een in gesprek.
‘Hallo meneer, hoe gaat het?’ Uit gewoonte loog snel ik dat ik al een abonnement op Het Parool had. ‘Nou dat treft meneer, wij verkopen namelijk geen kranten, maar energie!’ Ik keek naar het logo op zijn borst en zag daar met lichtblauwe letters ‘Oxxio’ prijken. Nu had ik dus een probleem. Wij hebben op kantoor namelijk Oxxio als energieleverancier. En thuis krijg ik ook al groene stroom van dezelfde bron. Maar dat ging die jongen natuurlijk nooit meer geloven, omdat ik net zo snel had gezegd dat ik al lid was van het Parool. Dom van me.
Ik wilde niet dat deze voor mij volslagen vreemde, die minimaal 1000 keer per dag werd afgewezen door andere volslagen vreemden, zou denken dat ik niet aardig was. Logisch. Ik nam me voor dus niet te zeggen dat ik al klant was en liet hem zijn verkooppraatje doen.
Na een opsomming van de voordelen van het klant zijn van Oxxio (en dat zijn er blijkbaar nogal wat) vroeg hij of hij mijn gegevens mocht noteren. Ik bedacht me dat ik twee dingen kon doen. Ik kon alsnog vertellen dat ik al twee keer bij Oxxio zat, of ik kon gewoon net doen alsof ik iemand anders was. Uiteraard koos ik voor het laatste.
Omdat ik totaal onvoorbereid was had ik nog geen alias verzonnen. Ik moet daarom erg ongeloofwaardig of misschien juist heel dom hebben geklonken:
‘Wat is uw volledige naam?’
‘Eh, Mi…chel...’
‘Ok, en dan?’
‘Jan… Jansen.’
‘Janjansen?’
‘Nee gewoon, Jansen.’
Ik verzon een telefoonnummer (‘Goh wat een handig nummer met al die enen meneer. Zeker makkelijk te onthouden.’) en wil bij dezen graag mijn excuses aanbieden aan de eigenaar van het mailadres [email protected]. Die krijgt namelijk meer dan alleen een hele fijne aanbieding van Oxxio (‘Vindt u het goed als wij uw emailadres voor overige promotiedoeleinden gebruiken?’ ‘Tuurlijk!’) Tenslotte leek Prinsengracht 1 me wel een mooi adres om te wonen. (‘Uw postcode is 1011 AA? Ook al zo makkelijk!’)
Hij bedankte me voor het gestelde vertrouwen en ik deed het zelfde. Toen ik naar de HEMA liep om snoep voor Mitch te halen bedacht ik me dat ik ook wat kon verkopen. Ik kon onzin verkopen. Nu nog kijken of er mensen zijn die daar een abonnement op willen.
Sjoerd, Cocq Makelaars
Even kijken
Soms doet je nieuwe smartphone na paar maanden al niet meer wat-ie moet doen. Opladen duurt bijna een dag en een uurtje later moet het al weer opnieuw. Op zijn zachtst gezegd onhandig. Het idee van een mobiele telefoon is dat je jezelf vrij kan bewegen tijdens het communiceren. En zo lang is het snoertje van je oplader ook weer niet. Omdat ik graag weer buiten wilde kunnen bellen besloot ik maar te bellen met de helpdesk. Even kijken wat ze voor me konden betekenen.
Direct nadat ik het nummer van de Apple Support-desk had ingetoetst hoorde ik een vriendelijke stem: ‘Bedankt dat u contact heeft opgenomen met Apple Care.’ Dat begon goed, ook al snapte ik niet waarom ze me eigenlijk bedankte. Misschien verveelden ze zich een beetje en waren ze blij met de aandacht. Toen ik werd doorverbonden met een medewerker leek dit vermoeden bevestigd te worden.
‘Apple Care goedemiddag met Sjeng. Wat goed dat u belt.’ Vrolijke Limburgers maken mijn helpdesk experiences altijd net wat interessanter. Het zangerige accent met daarbij de intonatie die zorgt dat iedere zin klinkt als een halve vraag, zorgen ervoor dat ik uren aan de lijn wil blijven. Voor wie het ontgaan is, dat was dus sarcasme. Voorzichtig legde ik uit dat het eigenlijk niet zo goed was dat ik belde, want ik belde omdat ik een probleem had met mijn iPhone. En volgens mij zijn problemen helemaal niet zo goed. Sjeng liet zich echter niet van de wijs brengen: ‘Maar ik kan u wellicht helpen.’ Dat ook deze zin als een vraag klonk, maakte dat ik daar niet zo heel zeker van was.
Nadat ik had verteld had dat de batterij van mijn telefoon wat snel leegliep en dat ik daarnaast beste een ei op de achterkant zou kunnen bakken als ik dat wilde, kwam de professional in Sjeng los. ‘Even kijken, heeft u voor mij het serienummer? Dan kan ik opzoeken of u nog binnen de garantie valt.’ Ik ging daar zelf wel een beetje vanuit. Ik had het stomme ding immers pas een paar maanden. ‘Een paar maanden? Het zal er dan om gaan spannen. Moment hoor, even kijken.’
‘Gefeliciteerd, u heeft nog garantie. Even kijken, ik ga eerst even de snelle test op afstand uitvoeren. Bent u verbonden met wiefie?’ Nadat ik bevestigend had geantwoord legde hij me uit hoe ik bij de instellingen de test kon starten. ‘En als u dat iekoontje ziet, dan mag u daar op klikken.’ Nou ik kon klikken wat ik wilde, er gebeurde niets. ‘Er gebeurt niets? Momentje hoor, even kijken.’ Terwijl hij even aan het kijken was, voelde ik de batterij van de telefoon weer lekker op temperatuur komen. Jammer dat het geen winter meer was.
‘Meneer? Ik kan het zo op afstand niet echt bepalen denk ik. Ik ga er even een collega bijhalen ok?’ Bang om straks op de speaker met twee Limburgers telefoon-doktertje te moeten spelen greep ik in: ‘Zal ik anders gewoon even langsgaan bij de Apple Store?’ vroeg ik hem. ‘Tsja, dat zou u natuurlijk ook kunnen doen, meneer.’ Sjeng was duidelijk teleurgesteld dat hij met niet had kunnen helpen. Maar gelukkig voor Sjeng was zijn rol nog niet helemaal uitgespeeld. ‘Ik moet dan wel een afspraak voor u inplennen meneer.’ ‘Doe dat maar Sjeng. Even kijken wanneer ik kan, ok?’
Sjoerd, Cocq Makelaars
Dag...
Iedereen met een TV kent dat gevoel wel. Wanneer je een programma kijkt, bij voorkeur een real-life soap, en iemand staat zichzelf zo ongelooflijk voor schut te zetten, dat je uit plaatsvervangende schaamte niets anders kan doen dan wegzappen. Een paar minuten later kan je dan voorzichtig terug klikken om te kijken of het ongemak weg is. Vaak is de bewuste persoon dan nog net zo hard bezig om te zorgen dat je weer naar de afstandsbediening moet grijpen. Voor mij was het een van de redenen om mijn TV voorgoed weg te doen.
Waarschijnlijk heb ik vroeger veel te veel TV gekeken (met afstandsbediening in de aanslag) want ik heb er een nogal vreemde gewoonte aan overgehouden. In de echte wereld, meer real-life wordt het niet, zijn namelijk heel veel mensen die er voor zorgen dat ik ze weg wil zappen. Dat kan natuurlijk niet in het echt, maar daar heeft mijn brein een oplossing voor gevonden: weglopen of ophangen.
Voorbeeld 1:
Als een collega bij een bezichtiging vreemde uitspraken doet over, pak ‘m beet, de tweepersoons douche, loop ik altijd net toevallig even naar de andere kamer. Dan moet ik opeens even kijken of het raam wel goed open en dicht gaat. Als ik dan hoor dat de ongemakkelijke stilte voorbij is of er niet meer zenuwachtig wordt gelachen, sluit ik me snel weer aan bij de groep.
Voorbeeld 2:
Wanneer ik een telefoniste van een ander kantoor aan de lijn krijg die me wel wil helpen, maar dat gewoon niet kan omdat ze geen idee heeft waar ze over praat, hang ik ‘per ongeluk’ op. Oeps. ‘Ja eehhh nou dat moet ik dan even opzoeken… Momentje hoor. De akte van de eig…’ KLIK. Tuut tuut tuut. Zo gaat dat. Dag.
Ik was een tijdje erg blij met mijn manier van ontwijken. Ongemakkelijk past gewoon niet zo goed bij me. Maar ik ben bang dat het mijn omgang met mensen toch wel een beetje heeft aangetast. Ik pas het nu namelijk ook toe in andere situaties. Chagrijnig persoon aan de lijn? Sjoerd hangt op. Bitchy persoon achter de kassa? Sjoerd gaat in de andere rij staan.
I created a monster. Het is nu sterker dan ik ben. Sneller dan ooit ben ik steeds weg. Vaak nog voordat ik het in de gaten heb. Tegen de tijd dat ik me bewust ben van wat er nu eigenlijk gebeurde is het al te laat. Soms heb ik drie rijen in de supermarkt nodig alleen maar om een paar appels af te rekenen. Het kost me zeeën van tijd die ik eigenlijk niet heb! Het ergste is nog dat ik er nu achter ben gekomen wat voor verschrikkelijk mens mijn onderbewustzijn is. Niemand oordeelt sneller en harder over anderen, zonder enige vorm van redelijkheid.
Ik heb op kantoor de overeenkomst met onze huidige internetprovider opgezegd en de nieuwe internetverbinding is nog niet geleverd, omdat er wat fout is gegaan bij UPC. Dit zou wel eens even kunnen gaan duren ben ik bang…
Sjoerd, Cocq Makelaars