音楽: De veranderende muziekindustrie: vroegtijdige albumstreams en hun gevolg op muziekjournalistiek
Weeral een maandagse muziekterugblik met vertraging, zal je vast denken. Wel, dat klopt natuurlijk. We hadden immers onze handen, maar vooral onze oren, vol met het beluisteren van albumstreams, in dit geval die van Daft Punk en die van The National. Dit jaar wordt op muzikaal vlak gekenmerkt door heel wat releases van grote artiesten die voor de nodige buzz zorgen. My Bloody Valentine, David Bowie, The Knife, Yeah Yeah Yeahs, eerdergenoemde artiesten en nog een pak anderen: ze werden allemaal met veel ongeduld opgewacht. En wat kan je als slimme verkoopsgerichte muziekmaatschappij dan beter doen dan de massa al een hapje te laten proeven van het nieuwe aanbod. Dat gebeurt natuurlijk niet alleen zo in de muziekwereld. Huismoeders beleven hun dagelijkse moment van spanning wanneer ze in de Colruyt een exotisch soort fruit voor het eerst kunnen proeven, filmfanaten zitten op het puntje van hun stoel door een paar-minuten-durende teaser van de nieuwste blockbuster. Dat systeem van teasers werd ook lange tijd toegepast in de muziekindustrie, maar heeft nu afgedaan. Mensen werden er vaak niet vrolijk van en namen er niet langer genoegen mee. Nu lijkt het alsof men een nieuwe marketingstrategie gevonden heeft, namelijk het streamen van albums voordat ze fysiek ook daadwerkelijk in de rekken liggen. Alvorens dit fenomeen kon ontstaan, moesten natuurlijk streamingsdiensten voet aan de grond krijgen. Soundcloud werd al langer door muzikanten gebruikt om hun songs naar buiten te brengen, Spotify veranderde de manier waarop we naar muziek luisteren en ook diensten als Rdio staan aan de grote poort te bonken. Missie geslaagd dus. Dan is er natuurlijk ook nog het concept. Zoals we al eerder aanhaalden, gedragen we ons allemaal als kindjes die wachten op de Sint. Als het kon zouden we maanden op voorhand al brieven schrijven, opdat we toch al maar een klein cadeautje zouden krijgen. De mogelijkheid om die te geven, hadden labels voordien nooit. Het unieke aan streamen is namelijk dat de muziek niet meteen op je harde schijf terecht komt, wat wel gebeurt bij iets als gratis dowloads. Ook videosites als YouTube boden geen soelaas, want wie een beetje met Google overweg kan, vindt al snel z’n weg naar illegaal sites om filmpjes om te zetten naar een mp3’tje. Een andere reden waarom muzieklabels hun album zouden streamen, is van een heel andere aard. Een opkomend probleem is namelijk het lekken van platen. Hoe dit steeds gebeurd, is nog maar de vraag, toch lijkt niemand er meer veilig voor. Denk maar aan de heisa rond Jai Paul dit jaar, of de gelekte cd’s van The National en Daft Punk. Mensen krijgen door die ‘leaks’ de mogelijkheid én een album al voor de release in huis te halen, én er nog eens niet voor te moeten betalen. Daar verdient natuurlijk niemand een cent aan. Albumstreams leveren in tegenstelling vaak meer geld op. De platenmaatschappij verdient door een deal met de streamingsservice, kan verdienen met de opbrengsten van zo’n stream (op een dienst als Spotify), ziet z’n album al heel wat publiciteit krijgen (probeer maar eens te ontwijken aan nieuwe platen op Pitchfork Advance) en heeft natuurlijk de zekerheid dat mensen op termijn meestal wel zullen moeten betalen voor zo’n plaat. Ofwel verdwijnt ‘ie van de site, ofwel kan je hem alleen maar online beluisteren, ofwel geraakt je onbetaalde luistertijd op termijn op, er is altijd wel iets. Ook voor streamingsdiensten op zich is dit natuurlijk een mooie kans. Niet alleen maken zij reclame voor de opkomende plaat van een artiest, er is natuurlijk ook een omgekeerde werking. Meer en meer bedrijven kregen dit in het snuitje, en stilaan lijkt er een soort van streamingsoorlog aan de gang. Pitchfork heeft zoals gezegd z’n Advance-dienst gelanceerd, iTunes gooit zich al volop op de markt (terwijl een echte dienst nog in de maak is) en ook Spotify kan af en toe met een primeur gaan lopen. Nu we dat uitgeklaard hebben, kunnen we natuurlijk praten over de gevolgen voor ons, de gewone mensen en de muziekrecensenten. Die zijn natuurlijk overwegend positief, we horen toch allemaal hoe sneller hoe liever de nieuwste cd van onze favoriete artiest? Iedereen dus content. Toch verandert door de streamingsdiensten heel wat aan het traditionele proces waarop muziek de mensen bereikt. Vroeger had men niet de kans om platen al voor hun release te luisteren, laat staan om ze illegaal in handen te krijgen. Centen neertellen was dus de enige optie. Maar wat was nu de moeite om voor te betalen en wat niet? Je kan natuurlijk moeilijk alles kopen. Daarom was er een soort van middenveld nodig om te vertellen wat goed was en wat minder goed. Recensenten namelijk, die al de kans kregen om een album te luisteren voor het uit was en je het dan op de dag van release af- of aan konden raden. Wat is het nut dan nog van recensenten in de huidige muziekindustrie? Iedereen heeft de kans om alle muziek gratis te beluisteren en er z’n oordeel over te vormen, je beslist zelf wel wat je goed vindt en wat niet. De Nederlandse radiozender Kink FM moest er enkele jaren geleden mee ophouden, niet omdat indie minder populair geworden is, wel omdat mensen steeds meer en meer hun eigen iTunes bib (waar ze zelf konden kiezen wat wanneer gedraaid werd) verkozen boven een radiostation. Hebben recensies dan geen enkel nut meer? Oh, jawel. Door het grote aanbod aan muziek dat ons via internetwegen bereikt, is er meer dan ooit nood aan gatekeepers die zeggen wat de moeite is en wat niet. Denk er maar eens over na: de meeste artiesten die je luistert, ben je wel op het spoor gekomen door één of andere blog die je de muzikant in kwestie aanraadde. Met minder goed materiaal kom je gewoon ook zo snel niet in contact. Niet alleen journalisten en bloggers zorgen ervoor dat de meeste mensen die niet te horen krijgen, ook platenlabels kiezen ofwel voor commerce of kwaliteit. Aangezien je als muziekliefhebbers het al niet voor de platte radiopop doet, schiet alleen die tweede categorie over. Maar goed, nu is het dan aan de recensenten in kwestie om ervoor te zorgen dat je wel naar die plaat zou luisteren. Score wordt steeds van minder belang, een goed gefundeerde mening die interesse opwekt des te meer. Veel meningen botsen, het is de kunst om je review net zoveel enthousiasme of afgunst uit te doen stralen, dat de mensen geneigd zijn je te geloven. Wat ons daarbij ook van belang lijkt, is het aanbieden van een luisterkader, een setting als het ware, die vertelt in welke context je een plaat moet luisteren. Bijvoorbeeld ‘Shaking The Habitual’ van The Knife vergt een andere luisterstrategie, dan pakweg het laatste album van The National. Ook door het belichten van de kleinere details, kan je voor luisteraars een hele nieuwe wereld doen opengaan. Een duister stukje dat je nooit eerder hoorde in de sound van een band, een experimentele aanpak die meer om de conceptuele luisterervaring gaat, dan om de aanstekelijkheid, er zijn tal van voorbeelden. Mensen met een getraind oor zijn verondersteld zo’n dingen makkelijker op te merken. Dus stellen we voor dat we ons maar gelukkig prijzen met kapitalistische platenfirma’s, die hun albums op een kapitalistische streamingsdienst in première ten gehore brengen, en dat we ons ook maar gelukkig prijzen met een stel hipsters als de Pitchforkcrew, of een stel hypers als de NME-staf, die ons al dan niet bewust gigantisch hard beïnvloeden. De muziekindustrie zoals ‘ie er vandaag de dag uitziet, naar aanleiding van de streamingsdiensten (want we laten natuurlijk nog veel aspecten onbelicht), is al bij al de slechtste nog niet.









