Creatief denken
Redeneren is echter niet de enige mogelijkheid van het menselijk denken. Aristoteles noemt naast redeneren ook creatief denken. Soms gebruikt men wel de term ‘intuïtief denken’, maar dit woord wordt soms met andere betekenissen gebruikt. Redeneren en creatief denken zijn dus twee manieren van denken. Je kan ook zeggen dat het twee denkrichtingen zijn. Aristoteles (ca. 2500 jaar geleden) wordt algemeen gezien als de grondlegger van de logica. Oorspronkelijk was logica de wetenschap die al het denken onderzoekt, dus zowel het redeneren als het creatieve denken. Creatief denken blijkt echter moeilijk te begrijpen. We weten slechts dat creatief denken een nieuw idee (nieuwe informatie) oplevert. Dat wil zeggen nieuw ten opzichte van de aanname(s) waarmee je begint. Maar dit nieuwe idee volgt niet noodzakelijk (niet logisch) uit die aanname(s). In tegenstelling tot redeneren kunnen we bij creatief denken niet direct spreken van een juist of onjuist denkproces. Het woord ‘geldigheid’ wordt daarom alleen gebruikt binnen redeneringen. Een eenvoudig voorbeeld van een creatieve gedachtegang is de volgende.
(voorbeeld 6)
aanname: Deze rode voetbal stuitert op de grond
aanname: Die rode handbal stuitert op de grond
nieuw idee: Alle rode dingen stuiteren op de grond
Het nieuwe in deze creatieve gedachtegang is het idee, dat iets stuiteren kan omdat het rood is. Dit is een idee dat niet in de aannames besloten ligt. Om toch te kunnen toetsen of een idee (zoals een nieuwe wetenschappelijke verklaring) waar is, doen wetenschappers experimenten in de praktijk. Jij weet natuurlijk dat dingen niet stuiteren, omdat ze een rode kleur hebben. Maar stel dat je dit niet wist of je moet iemand ervan overtuigen dat het niet waar is, wat doe je dan? Dan pak je bijvoorbeeld een rode vaas en laat die op de grond kapot vallen... Dit is een tegenvoorbeeld, waaruit blijkt dat het idee niet op waarheid berust.














