Dag Koninginnedag leidt tot televisierel
De eerste Nederlandse televisierel ontstond in reactie op het programma Dag Koninginnedag, uitgezonden op zaterdag 31 augustus 1957. Naar aanleiding van de 77e verjaardag van prinses Wilhelmina bracht de Vpro samen met de NTS een programma waarin de makers door middel van filmpjes en live uitgezonden interviews nadrukkelijk ook een aantal historische misstanden tijdens de regeringsperiode van Wilhelmina, die van 1890-1948 koningin der Nederlanden was, aan de kaak wilden stellen.
Zo vertelde cabaretier Wim Kan over zijn tijd als krijgsgevangene in Nederlands Indië, waar hij aan de beruchte Birma-spoorlijn moest werken. Tevens interviewden de programmamakers een oud-strijder over de koloniale oorlog in Atjeh met zijn vele slachtoffers. Deze voormalige soldaat sprak over het “over de kling jagen [van] de zwarten” en vertelde dat de strijd niet voor de vrijheid was gevoerd, maar omdat “Holland immers de ping-ping van Indië nodig had”.
Jan Vrijman interviewt een oud-Indiëstrijder in Dag Koninginnedag
Wat echter de meeste ophef zou veroorzaken was een interview met een voormalige muiter van De Zeven Provinciën. De bemanning van dit in Indische wateren varende pantserschip sloeg in februari 1933 aan het muiten in reactie op salariskortingen en slechte arbeidsomstandigheden. De regering Colijn reageerde fel. Het schip werd gebombardeerd en de muiters die deze aanslag overleefden kregen lange gevangenisstraffen. Het aan het woord laten van een van de muiters in Dag Koninginnedag was een kleine 25 jaar later nog omstreden.
De uitzending leidde tot veel ophef. Met uitzondering van Het Parool toonden alle kranten zich verontwaardigd. Ze repten over een “ontactvol”, “eenzijdig” en “onwaardig nationaal programma” dat bovendien “grove laster” bevatte en “stormen van protest” had losgemaakt. Uiteindelijk zegden circa tweeduizend Vpro-leden hun lidmaatschap op naar aanleiding van Dag Koninginnedag. De Vpro en de NTS boden uitputtend hun verontschuldigingen aan. Men had “fouten gemaakt”, er waren “misverstanden in het spel”, de uitzending was “volstrekt onaanvaardbaar” geweest.
Maar lang niet iedereen vond de inhoud van de uitzending schokkend of ongepast. Het hoofd van de televisiesectie van de Vpro, Jan van Nieuwenhuijzen, bleef ondanks de ophef van mening “dat door de eerlijke, openhartige benadering van het onderwerp een vruchtbaar stuk televisie tot stand is gekomen”. De voorzitter van de Vpro distantieerde zich publiekelijk van deze uitspraak, maar het was duidelijk dat de standpunten verdeeld waren. In een column, die hier te beluisteren is, blikt Van Nieuwenhuijzen terug op de affaire.










