Ik zat de bril van de mevrouw tegenover me te bestuderen en waarom ze die gekocht zou hebben en toen keek ze me ineens aan.

seen from Malaysia
seen from Poland
seen from Russia
seen from United States
seen from Argentina
seen from Malaysia
seen from United States
seen from United States
seen from China
seen from Colombia

seen from Malaysia
seen from United Kingdom

seen from Germany

seen from Netherlands

seen from United States
seen from Ireland
seen from Türkiye

seen from Germany
seen from Philippines
seen from Australia
Ik zat de bril van de mevrouw tegenover me te bestuderen en waarom ze die gekocht zou hebben en toen keek ze me ineens aan.
Blog 3: Altijd anders
Weggedoken in de hoek van de stiltecoupé komen twee mensen op me af. Steels kijk ik over de rand van mijn boek naar de twee figuren. Ik wissel mijn blik af om niet in staren te blijven hangen.
De vrouw oogt jonger dan ze is, is goed gekleed en gaat op mijn voet staan terwijl ze tegenover me gaat zitten in de coupé. “Sorry,” zeggen we tegelijk.
De man lijkt oud door de donkere bos haar boven zijn lip. Hij gaat naast mij zitten met zijn knieën ver uitelkaar. Mijn knieën drukken nauw tegen elkaar, toch hebben mijn benen contact met de breedzittende man. Hij draagt een oud tweedjasje en ziet er, in tegenstelling tot de vrouw, ouder uit dan zijn waarschijnlijke leeftijd.
Ze graaien beiden in hun tas. De vrouw haalt een computertablet tevoorschijn en begint er gestaag met haar smalle vingers op te tikken. Haar nagels zijn lang, waardoor ze haar vingers in onhandige posities moet houden om dat goed te doen. De man pakt een boek uit zijn tas met de titel de cursus omgaan met teleurstellingen gaat wederom niet door.
Ik lees verder in mijn boek, maar de woorden dringen niet door. Ik denk aan huiswerk, stage, school, mijn op dat moment te lange nagels en nog talloze andere zaken. Ik merk het op wanneer de man iets onverstaanbaars mompelt naar de vrouw. In mijn ooghoeken zie ik hem gebaren maken alsof hij het heeft over een heerlijk gerecht in een restaurant. In werkelijkheid heeft hij het over het boek. Hij schuift het boek naar de vrouw die een stuk begint te lezen. De vrouw glimlacht, geeft het boek terug en wisselt haar tablet om voor een boek uit haar eigen tas.
Weer een woordenwisseling, nu luid genoeg voor mij om te horen wat ze zeggen, maar verstaan doe ik het niet. Ze praten Turks.
Aan de andere kant van de stiltecoupe komt een schel geluid van iemand die per ongeluk zijn oortjes uit zijn laptop heeft getrokken. We genieten allemaal mee van de woordenwisseling tussen twee personages uit een serie. Haastig wordt het geluid gedempt, de stilte keer terug.
De man en vrouw zeggen niet veel meer terwijl ze nu beiden in hun Nederlandse boek lezen.
Een vreemde gedachte doorkruist mijn fantasie als de trein schokt. Wat als hij nu loskomt van het spoor. Wat als we verongelukken? Stel dat ik dan in de lange rij voor de poorten van Petrus sta – ervan uitgaande dat ik gezegend ben om daar te eindigen. Sta ik dan weer tussen deze twee? Staat zij voor mij in de rij en hij achter mij? Over mij heen pratend in een taal die ik door een Babylonische vloek niet meer spreek. Pratend over een boek in mijn taal dat ik niet kan beoordelen alsof het een sterrenmaaltijd is. En ik sta daar met mijn boek in mijn hand, niet eens meer de moeite aan het doen om te acteren dat ik lees. Ik sta daar, zorgeloos, niet langer denkend aan school, stage, huiswerk, maar misschien nog wel aan mijn nagels.
Weer schokt de trein en ik word wakker uit mijn dagdroom. We hebben het station bereikt, mijn eindpunt. Ik klauter naar buiten, weg van de man en de vrouw als een vlinder die uit zijn cocon breekt. Ik kijk nog eenmaal achterom, de vrouw kijkt terug. Ik loop door.
Luther
Later als ik groot ben word ik een astronaut! Dacht Luther toen hij nog een klein knaapje was. Moet je me nou zien. Weer in die klote trein richting huis. So hee, wat een kut dag. Ik werk voor een eikel van een baas, me collega's zijn kut, en ik heb na 3 jaar nog steeds niet die welverdiende promotie gekregen, die me baas toen al had belooft. Telkens als ik er over begin bij hem negeert hij me of veranderd snel van onderwerp. Wat moet ik nou!? Het gaat al sinds de middelbare school zo, ik was altijd al het pispaaltje. Ik heb me lang genoeg sterk gehouden. Het is tijd voor verandering. Met z'n warrige haren en z'n vermoeide gezicht zit hij op de grond in de trein een spelletje te spelen. Luther heeft vandaag op zijn werk de nieuwe rage gedownload op zijn smartphone. Met een high score van 89 probeert hij zijn score te verbreken op flappy bird. Ik heb geen andere mensen nodig om me te vermaken, denkt Luther. Als ik straks thuiskom dan zitten er 2 mooie meiden op me te wachten. Met hun zachte haartjes en donzige staartjes. Luther houdt van z'n katten. sinds zijn vriendinnetje hem heeft verlaten voor een ander zijn ze poezen alles wat hij nog heeft. Los gezien van dat rotflatje op de 8e etage waar hij al een aantal jaar woont. De lift is al een maand kapot. Hij zal zo weer al die trappen moeten lopen. Toch vraagt hij zich af wat hij anders had kunnen doen in zijn leven.. Of lag het allemaal niet aan hem, en was het de schuld van zijn ouders. Vroeger, toen al mijn "vriendjes" speelden met action man, knex en lego. Kreeg ik een knikker en een kapotte Barbie voor me verjaardag. Soms zit hij eenzaam samen met zijn katten op de gifgroene bank die hij had gevonden naast een vuilniscontainer. Terwijl hij naar een foto van zijn ouders zit te staren begint hij er op los te schreeuwen. Vuile idioten! Hoe komen jullie erbij om samen een kind te nemen, dat kan toch nooit goed komen!! Woest staat hij op van de bank. De poezen springen verschrikt van zijn schoot af en rennen weg. Hij hoeft dit allemaal niet meer. Hij is er helemaal klaar mee. Hij loopt wat door de kamer heen. Hij blijft heel even naar wat foto's en beeldjes kijken die hij van zijn familie heeft gekregen. Met alle woede en verdriet dat hij in zicht heeft, begint hij het allemaal te gooien en stuk te slaan. Nadat zijn flatje helemaal is gemolesteerd, stormt hij de deur uit. Via de brandtrap gaat hij nog 2 verdiepingen omhoog. Hij opent de loodzware deur met veel moeite. Hij kan vanaf hier alles zien. De bakkerij, de snackbar, het winkeltje met de leuke ansichtkaarten en z'n ouderlijk huis. Stapje voor stapje loopt ie dichter naar de rand toe. Beneden lopen mensen als mieren door elkaar. Het is mooi geweest. Of nee, het is allemaal kut geweest en dat zal het blijven ook. Zonder er bij na te denken zet hij nog een stap. Waarom moest het allemaal zo zijn geweest, dacht Luther. Net als hij een stem achter zich hoort, valt hij naar beneden. Richting de kern van de aarde. Om uiteindelijk hoog boven de wolken uit te komen.
Leedvermaak
Het meisje naast me in de trein zit uitgebreid met een beker koffie van de Starbucks selfies te maken. Niet wetende dat de rest van de coupé zich uitstekend vermaakt met dit belachelijk uitziende tafereel..
Omdat het kan.