Vrijdagmiddag, 13.00 uur. Voel ik wat? Hmm... ik denk het wel. Zou het kunnen dat? Ja, dit is wel wat hoor... Vrijdagmiddag, 13.10 uur. Voel ik nou weer wat? Ja... ik weet 't zeker. Mijn kleine Neas heeft bedacht dat hij er klaar voor is.
Ik ben thuis met Isin en Nim. Nim ligt net in bed en Isin zit nietsvermoedend naast me op de bank. Ondertussen hou ik in de gaten of ik elke tien minuten/elk kwartier hetzelfde gevoel heb. Ja hoor, het houdt aan. Als Isin ook een tukje doet, bel ik René. Die kan zijn eetafspraak voor die avond vast afzeggen. Na een poosje laat ik ook mijn schoonouders weten dat ze even standby moeten staan om de kindjes op te halen, mocht het doorzetten... Tegen een uur of half vier bel ik ze op om te vragen of ze Isin en Nim voor een nachtje mee willen nemen.
Logeren
"Als je morgen thuis komt, dan is je kleine broertje er!" zeg ik tegen Isin. Die vindt het wel spannend allemaal! Hij mag in ieder geval bij opa en oma logeren en dat is altijd gezellig. Als ze de straat uitrijden, voel ik me moederziel alleen. René is er nog niet en ik zak op de bank. Puf puf... weer wat... nu maar wachten. Ik wordt er doodnerveus van. Gelukkig komt René snel thuis en kan ik mijn ei even kwijt! Er komt een zoon aan! Nu! Nog eentje! Hoe zal het gaan? Kan ik het nog wel? Duurt het lang? Kunnen we thuisblijven? Tijd voor afleiding!
TV kijken
We besluiten voor de buis te plakken. Elke 'wee' is gemakkelijk weg te zuchten, dus we tunen in op X-Factor. Dat duurt lekker tot half elf, daarna gaan we maar eens richting zolder om in bed te kruipen en dan zien we wel verder. Ik vind het nog niet zo heftig allemaal en ook zeker nog niet nodig om de verloskundige te bellen. Als René me op een gegeven moment wel erg innig zie puffen met mijn voedingskussen in mijn armen, belt hij toch maar even naar Wendela. Die verveelt zich thuis toch en wil gelijk wel langskomen. "Niet nodig hoor" zeg ik stoer... maar als ze een half uur later binnen loopt, ben ik toch blij dat ze er is. De weeën worden nu wel weeën.
Puffen
En niet zo'n beetje. Het gaat los! Blazen blazen... ik kan niet geloven dat we al ver zijn, want ik ben nog verbazingwekkend wakker. Dat was de vorige keren niet zo, toen had ik er al uren opzitten en was ik helemaal van de wereld. Als René zegt dat Wendela al kruiken aan het maken is beneden, ben ik ronduit verbaasd. Gaat het zo hard? Ineens slaat het toe. Ik kan alleen nog liggen en alles wegpuffen. Niet lang voordat het welbekende 'Kortjakje' om de minuut klinkt. Ik denk nog even bij mezelf dat dit inderdaad niet een van de leukste momenten was om te beleven, maar dat het einde dan inderdaad in zicht moet zijn. Wendela besluit de vliezen te breken. "Doen! Dan ben ik er tenminste heel snel vanaf!"
Vijf minuten
En om 00.25 uur doet ze zoals beloofd. Meteen volgt er een enorm scala persweeën. Wat een opluchting! Maar het gaat zo snel! Wendela roept en tiert als de Bulstronk uit Mathilda dat ik eerst moet zuchten en dan moet persen. Met vijf minuten houdt ik mijn prachtige, kleine Neas Taran in mijn armen. Hij is er. Ik ben intens gelukkig.
Neas Taran
zaterdag 26 februari 2011
00.35 uur
4000 gram
52 centimeter