Op vrijdagochtend 20 januari 2012 reed ik even voorbij Rozenburg de landtong tussen de Nieuwe Waterweg en het Callandkanaal op. Ik had zojuist een prettig gesprek gehad bij het havenbedrijf Rotterdam en trakteerde mezelf op uitwaaien met uitzicht. Van eerdere bezoeken aan Rotterdam wist ik dat je aan het einde van de landtong prachtig oceaanreuzen, coasters en wat dies meer zij voorbij kan zien stiefelen.
Na een halfuurtje uitwaaien reed ik iets voor twaalven weer richting huis. Net op weg zag ik in de berm iets wat in eerste instantie op een stuk bewegend plastic leek, maar bij nader inzien een zeehond bleek te zijn. Raar hoe je op het eerste gezicht plastic denkt te zien en dat het dan iets levends blijkt, maar dit terzijde. De auto gekeerd natuurlijk, uitgestapt en op onderzoek uitgegaan. Nou weet ik niet veel van zeehonden maar dat deze in eerste instantie niet wegkroop maar iets begon te doen wat op grommen leek, leek me geen goed teken.
Daar stond ik dan. Ik was al gestopt, wegrijden was dus laf en ik moest wat doen. Op mijn Nokia met internet toverde ik het telefoonnummer van Pieterburen tevoorschijn, nadat de dierenambulance Rozenburg telefonisch blijk gaf geen idee te hebben wat te doen. Ik kreeg een alleraardigste dame aan de lijn, die na mijn verhaal concludeerde dat hier Eerste Hulp bij Zeehonden nodig was. Ik was op slag vertederd bij het horen van deze aanpassing van het aloude EHBO. Ze verbond me door.
Het gesprek met de man die ik toen aan de lijn kreeg, verliep moeizaam. Hij dacht dat ik vanuit Roosendaal belde (Rozenburg) en dat ik me bevond bij het Nieuwe Kanaal aan de Callandweg (Nieuwe Waterweg en het Callandkanaal, minor detail). Ik kon hem gelukkig de juiste plek duidelijk maken. De procedure was dat ik binnen afzienbare tijd gebeld zou worden door de dichtstbijzijnde post van de EHBZ (een plaatselijke dierenambulance), waarna zij het dier zouden observeren en zouden beslissen of hulp daadwerkelijk nodig was.
Niet gerust gesteld vanwege het moeizaam lopende gesprek en omdat ik inmiddels al een uur zoet was met bellen, wachten en uitleggen, belde ik voor de zekerheid 144. Ik vond het instellen van dit telefoonnummer op instigatie van clown Graus (PVV) een van de dieptepunten van dit kabinet, maar ik vind ook dat je iets op zijn merites moet beoordelen dus de buitenkans om zelf te onderzoeken of je wat aan 144 hebt, liet ik dan ook niet liggen.
De dame die ik aan de lijn kreeg bij 144 was vriendelijk en inlevend, dat leverde punten op voor Dion. Ik dacht dat zij zou vragen of ik politie of een dierenambulance wenste, net zoals ongeveer gebeurt als je 112 belt. Het bleek niet zo te zijn. Ik werd doorverbonden met het kantoor van de Dierenbescherming in Den Haag (!), waar na twintig keer overgaan niet opgenomen werd. Minpunten voor Dion. Daarna vroeg de telefoniste me, timide, of ik dan maar doorverbonden wilde worden met de politie Rijnmond, doorverbinden met een dierenambulance was geen optie. Dat leek me een goed idee, dan had ik tenminste iemand aan de lijn. Het leek alsof de telefoniste van 144 opgelucht was dat ik dit accepteerde. Alsof het vaker voorkwam. De dame van Rijnmond was vervolgens zakelijk. Ze vond het lullig voor me dat ik er nu al zo lang mee bezig was, ze schamperde wat over 144 maar kon me niet helpen. Nadat de verbinding verbroken was, bleef ik vertwijfeld achter.
Terwijl ik me verbaasde over zoveel bedrog (reclamespotjes op tv, animalcops en een website waarop beweringen worden gedaan die niet nagekomen worden ), werd ik gebeld door de man van de EHBZ. Binnen nu en een uur zou hij ter plaatse zijn. Enigszins minzaam voegde ik de man toe ‘dat hoop ik dan maar’ en begon met wachten. Een klein half uur later was hij er en binnen vijf minuten lag de, naar nu bleek, gewonde zeehond in een mand in de ambulance. Ik kon naar huis.
Een week later publiceerde Trouw een reeks artikelen over het ontbreken van nut en noodzaak van de opvang van zeehonden. Zul je zien. Ik viel met enige vertraging van de ene vertwijfeling in de andere.