Information Overload
Op dit moment worden in Vlaanderen vervoerregio’s uitgerold. Aan de ene kant zijn er de aanbieders, publiek-private partners en consultants, en aan de andere kant de verschillende betrokken overheden zoals vervoerregio’s, provincies, gemeentes en hun vertegenwoordigers. Vervoeraanbieders willen zich profileren in de markt, terwijl de verschillende overheden en politici proberen te pronken met hun aandeel in de verwezenlijkingen. Daarom zien ze ook graag hun eigen vlag gecommuniceerd worden.
De behoefte aan een bordje, icoon, pijl of grondplan komt bijna altijd door een designprobleem, niet door een communicatieprobleem.
MAAS (Mobility as a Service) is al een tijdje een “buzzword” in de wereld van de mobiliteit. Een moderne Vlaming koopt geen voertuig meer om van A naar B te rijden, maar wil betalen voor de mobiliteit die op dat moment en op die plaats het meest voordelig, snel en betrouwbaar is. Het idee is dat de vervoerswijze dus niet altijd hetzelfde is. Je stelt op basis van je eigen voorkeuren het ideale persoonlijke vervoersmenu samen. Je fietst bijvoorbeeld naar de bushalte waar je je fiets veilig kunt stallen, neemt de bus naar het station en de trein naar de volgende stad. Daar neem je een elektrische deelstep tot je eindbestemming. Die “schakels” of plaatsen waar je van vervoersmiddel kan wisselen, zijn “mobihubs” die we in Vlaanderen gemakshalve Hoppinpunten noemen. Het is vanzelfsprekend dat elke aanbieder daar zijn mobiliteitsdiensten aanbiedt en niet ergens midden in de velden. De locaties en groottes van die hubs zijn dus logisch: ze bevinden zich op mobiliteitsknooppunten, denk aan stations en belangrijke bestemmingen zoals woonkernen, bedrijvenclusters of vrijetijdsbestemmingen. Waarom we voor die plaatsen in Vlaanderen een apart logo en branding nodig hebben is de vraag. Dat elke bus, deelauto of -fiets met een extra logo communiceert dat hij deel uitmaakt van het Hoppin-netwerk lijkt gewoon overkill, alsof er in Vlaanderen bussen of deelfietsen bestaan die geen enkele kern of andere belangrijke bestemming aandoen.
Het bos en de bomen
Infozuilen, folders, schermen en bijbehorende apps staan vol met de logo’s en branding van aanbieders, vervoerregio’s en sponsors. U vraagt, wij draaien. Vlaamse communicatie-, IT- en mobiliteitsexperts hebben ondertussen al aardig wat uren besteed aan de ontwikkeling van logo’s, apps, sites en stickers, maar bijna niemand lijkt door de ogen van de gebruiker te durven kijken en eens een briefing in vraag te stellen (outside the box). Vandaag staan in Antwerpen Centraal de infopunten en ticketautomaten van De Lijn en de NMBS broederlijk naast elkaar te blinken, en moet je voor elke deelmobiliteitaanbieder een aparte app op je goed opgeladen smartphone hebben staan. Zonder werkende kredietkaart kom je die veilige fietsenstallingen ook gewoon niet binnen. In elke Vlaamse kern staat binnenkort een mooi Hoppinpunt, met een duur infoscherm waarop je met wat geluk zal kunnen lezen dat de volgende bus binnen 45 minuten arriveert.
Vlaanderen Mobiel
Op dit moment worden te veel middelen voor de verkeerde dingen aangewend. Met een beetje samenwerking en innovatie kunnen we wellicht voor hetzelfde geld de gebruiker veel meer bieden, een tram die op tijd komt bijvoorbeeld. Als het maar werkt! Hoe het er achter de schermen aan toegaat is voor de gebruiker eigenlijk minder van belang. De publieke ruimte slibt dicht met schreeuwerige mobilitietscommunicatie, terwijl met goed design een station, metroingang of dorpskern eigenlijk voor zich zouden kunnen spreken. We hebben in ieder geval geen 300 verschillende soorten blinkende pijlen, logo’s, brands en apps nodig en voertuigen vol kleuren, stickers en vlaggen, maar één stevige, veilige en betrouwbare dienstverlening die iedereen vlot en logisch van A naar B kan brengen met de op dat moment meest voor de hand liggende dienst die ons vervolgens duidelijk en eenvormig wordt aangerekend. Kortom, een vlot en betrouwbaar vervoersnetwerk waar Vlamingen trots op zijn.










