Het rattenkasteel door de geschiedenis heen.
De Tragedie van het Waarschootse Rattenkasteel
Symoen Utenhove gaf zijn zwaard aan zijn dienstknecht, legde zijn riddergewaad af en trok een grof geweven lang kleed aan. Hij knielde voor zijn echtgenote, de zeer godvruchtige dame Margriete sBusers, en vroeg akkoord om het echtelijk dak te verlaten. Oud-baljuw van Eeklo, Utenhove, wou intreden in de priorij Onze Lieve
Vrouw ten hove, door hem zelf enkele jaren voordien in 1444 gesticht en die in 1774 opgenomen was in de orde van de Cisterciënzers. Een orde welke in die tijd zeer actief was en die in de lange rij mannenkloosters het n° 724 gaf aan de priorij, toegewijd aan de Maagd Maria, mits toevoeging van ‘ten hove’.
De echtgenote van ridder Utenhove wilde niets liever dan intreden in het hospitaal van de Bijloke te Gent,waar ze zich ten dienste zou stellen van de gemeenschap. Er was echter een voorwaarde, ze zouden mekaar nooit meer zien, want de toegang tot de priorij te Waarschoot was strikt verboden terrein voor vrouwen. Maar aangezien ze kinderloos gebleven waren, was de band die hen bond niet zo moeilijk om ontbinden.
Dame Margriete was overtuigd dat de onvruchtbaarheid aan haar lag, doch aan het hof van de toenmalige heerser van het Graafschap Vlaanderen Maximiliaan van Oostenrijk, twijfelde men geenzins dat er bij ridder Utenhove iets mis was, want niemand wist van buitenechtelijke kinderen die de meeste andere ‘edelen’ wel hadden.
Symoen Utenhove overleed in zijn klooster in 1462 en werd er begraven in de priorijkerk. Zijn weduwe was niet aanwezig op de begravenis vanwege de kloosterregel die zeer streng was. Doch ze kreeg in 1468 op 15 maart toch de toelating van de Bisschop van Doornik om het graf van haar man te bezoeken en een poos te verblijven op de plaats waar haar echtgenoot zijn laatste levensjaren had doorgebracht.
Daar hing blijkbaar wel een prijskaartje aan vast. In 1470 kwam de godvrezende weduwe sBusers overeen met de armenmeesters -de zogenaamde Heilige Geest meesters, waaronder Gilles vander Bruggen en Arend Danins- om een jaargetijde te laten celebreren in de dorpskerk te Waarschoot voor haar man en haarzelf. Men moest ook brood en geld uitdelen aan 20 arme lieden, op voorwaarde -weer een- dat ze niet ziek waren en in de mis aanwezig. Vervolgens schonk zij aan het klooster de respectabele som van 960 gulden. Hiermee kocht de priorij in 1474 het ‘Goed Diependale’ te Waarschoot van Roelandt van Wedergate, een neef van haar overleden echtgenoot.
Margriete sBusers overleed in de Bijloke te Gent op 4 juni 1480 op 72-jarige leeftijd. Ze werd begraven in de kapel van de Bijloke. Zij en haar man werden opgenomen in Martyro Logium van de Nederlandse Heiligen.
De aankoop van het ‘Goed Diependale’ zorgde evenwel voor veel wrevel bij de Waarschootse bevolking en bij de parochiale overheid. Weldra ontstond er ruzie en beschuldigingen over en weer, mede doordat de monniken vrijgesteld waren van heffingen op hun grondbezit.
De priorij werd dikwijls vernield en platgebrand. De eerste vond plaats in de periode 1482-92 tijdens de burgeroorlog van de Gentenaren tegen de troepen van Maximiliaan van Oostenrijk. De graaf van Vlaanderen echter gaf op 23 april 1499 toelating om de gebouwen opnieuw te bouwen.
Daarmee was de onderlinge ruzie tussen Waarschoot en het klooster verre van bijgelegd. Omwille van de oorlog mochten Waarschootse burgers de mis bijwonen in de kloosterkerk. Hierbij gingen ze echter zo luidruchtig te werk en betraden zelfs vrouwen de gebouwen, dat prior Hendrik Variaens iedereen buiten de muren probeerde te houden door het kloosterdomein te omsluiten met wallen. Doch de geschillen bleven maar voortduren en er ontstond een groot geschil dat leidde tot een proces voor de Raad van Vlaanderen in 1549. De gezagdragers van Waarschoot Van Hecke, Roegiers, Fierens, e.a. vochten de vrijstelling van belastingen aan van de paters. Meer nog, zelfs de activiteiten van de religieuzen, daar waar ze hen verdachten van het graven van een onderaardse gang om ongehinderd hun handel in hakhout, maar vooral in wijn en bier, en de hieraan verbonden drinkfestijnen te kunnen houden. Dit vooral was een doorn in het oog van ‘deftige’ Waarschootse burgers. Maar helaas voor de aanklagers, de Raad van Vlaanderen gaf de paters gelijk. Of wat had je gedacht!
Na vele verwoestingen en plunderingen, denken we maar aan de Calvinisten in de jaren 1580, die de priorij volledig vernielden, werd de priorij toch telkens weer opgebouwd of hersteld.
Napoleon en zijn franse wereldveroveraars deden ook een vernietigende duit in de schuldenzak. In 1796 sloegen ze alle bezittingen aan en werden de monniken verdreven en gedwongen het priestergewaad af te leggen.
Op 27 januari 1797 werden de kloostergebouwen te Waarschoot verkocht aan een inwoner van Geraardsbergen voor 1000 kronen in contanten en 1000 kronen in bons.
In de jaren 1860-70 behoorden de gebouwen toe aan de weduwe Brackman uit Oostakker. Zeker is dat vanaf 1862 de pachter van het ‘Goed’ een zekere Van Hoorebeke was.
Omstreeks 1900 werd het huis van oprichter Symoen Utenhove voorgoed verlaten. Het was toen eigendom van het echtpaar De Clercq-De Schepper en werd gehuurd door Clement Vereecke-De Craene, tevens de pachters van de hoeve naast de priorij. Zij gebruikten het als opslagplaats voor graan, aardappelen en afgedankt landbouwmateriaal. Doch van onderhoud was geen sprake. De ratten en ander ongedierte namen bezit van het goed. En zo werd het een echt rattenkasteel. De gemeente Waarschoot verwierf het Rattenkasteel door betaling van één symbolische frank. Na heel veel juridische en administratieve touwtrekkerij, die meer geleek op een Kafkaiaanse klucht,werd het Rattenkasteel ‘beschermd Monument’ verklaard door minster Martens in 1995.