geef me woorden, zei ze maar de zwerm zat reeds in haar keel ...
seen from France
seen from United States

seen from Japan

seen from T1
seen from United States

seen from United Kingdom

seen from United States
seen from China
seen from United States

seen from Türkiye

seen from Australia

seen from Russia

seen from United States

seen from United States

seen from United States
seen from United States

seen from United States

seen from United States
seen from Vietnam
seen from Netherlands
geef me woorden, zei ze maar de zwerm zat reeds in haar keel ...
brief 5
St. Laureins 18/08/2013
Dag Karien, Nadia, Marleen,
zondag en het hoofd doet alweer pijn omdat we het gisteren niet zeggen konden. Het lichaam danste omgeven van de rook en vertelde wat moest geuit worden, wellicht dat onuitspreekbare waar jij Karien zwijgt als het naamloos blijft. Onder het dansen sluiten de ogen zich om de boodschap nog meer te accentueren en af en toe Karien,ja openen die ogen zich en zien ze in de wereld en dan kijken ze naar jou waar jij heel veel weet te voelen. Zelf voelde ik nog nooit een kleur, je leert me een tastzin bij, je brengt me de taal van de lichamelijkheid bij onder het verven, zo zag ik het nog niet. Hoe zou mijn Van Dijck rood aanvoelen ? Zou het koud en glad als een plas bloed me overvallen als ik mijn vinger er in duw ? Zou ik me verliezen als ik aan het mengen sla daar ik teveel alles zou dienen te onderzoeken omdat ik de verf nu éénmaal mijn lichaam nog niet eigen maakte. Ja, in mijn klassen bij de kindjes laat ik ze ook in de verf dwalen, en kleien ze met de vingers. Helaas valt dit nooit te geloven maar kinderen vinden het vies en ellendig om hun vingers en handen in de lijm of de verf te doppen. Ze kiezen helemaal niet om één te worden met lichaam verf, klei of lijm. Zou het één van onze taken zijn om via onze beelden de mensheid hun lichaam weer te laten voelen zonder dat ze het eng vinden? Zouden we een poging dienen te ondernemen om de mensheid met gesloten ogen hun corpus weer naar boven te laten halen ? O, wat hebben we nog veel werk.
greet
brief 2
Wat een vreselijke gedachte SintLaureins16/08/2013 Brief aan Karien, Greet en Marleen Schrijven waar je werk over gaat Lijkt me een onmogelijke taak Elk woord is er één te veel We blijven vaag en houden het zo kort mogelijk Gevoelens en emoties Verbergen versus openstellen Jezelf tonen of net niet Binnen kijken, dieper kijken Alles zit gegoten in het lichaam van een vrouw De ritmische patronen verraden de fascinatie voor de schoonheid die heerst in de natuur Deze toont zich in structuren Instappen en opgaan in deze schoonheid zorgt voor een onrustig en beweeglijk karakter Dualiteit tussen beiden is steeds aanwezig Het moment zelf bepaald wat de meeste aandacht krijgt
— the-nadia-posts
brief 1
St. Laureins 13/08/2013
Aan Karien, Nadia en Marleen,
Bij deze steeds de keuze voor de ontwoekering, de vergankelijkheid, de verandering, het wilde, het aangenaam hysterische, het gevarieerde, de ontlokking, de verleiding, het uitdagende, het nimmer zwijgen, het relationele benaderen, het verzorgende, het overgevende, het offerende, het bloedende, het oninneembare, de eeuwige gang, het barende, tegen de kapitalistische benadering van kunst (kunst is alleen maar kunst als het rendeert), tegen het potentatendom, tegen het veroveren, tegen het be- of inklemmen, tegen het weerleggen, tegen de wortelvoorbinderij, tegen het na- en opjagen, tegen de dwang, we graven niet naar het sublieme en het absolute, we onderbouwen met naald en draad, we schilderen met serviëtten, we deformeren, we begrijpen in wat niet wordt gezegd en waar stilte mogelijks onderbroken wordt, we kiezen voor ontroering en decatalogisering, we kiezen voor de liefde zonder kreten, we kiezen voor de nachten van mystiek lijden, we kiezen voor de staat van chaos, voor de gapende leegte, de donkere afgrond, we kiezen voor de kunst als een rebel, voor de compromisloze vrijheid, we kiezen voor de fatale kaart die onontbeerlijk is, we kiezen voor de leugens van onze moeders, we kiezen voor de herhaling die geen doodsteek is daar herhaling zich steeds voordoet onder een andere gedaante, we leggen de focus op de dingen tussenin en vergeten de dingen zelf, de schaduw is onze gezel, we stelpen geen kieren en laten de wind steeds binnen, we kiezen voor de likkende vlammen die een noodzaak zijn voor de artistieke vruchtbaarheid, we kiezen voor de gedachten die nooit tastbaar zijn en de geest dient zich steeds te benevelen anders is er geen voedsel voor de kunst, we koken dus met ons hart en onze nieren, we verkiezen liever het dove oor, het bestaan van maar één bijnier, we verkiezen de brede heupen boven de smalle en omarmen het weinige zelfvertrouwen, we dromen niet van wat niet is maar adopteren het ‘is’ voor onze verloren organen of gebreken in geest en spier, nooit zullen we dus het bloed stelpen, de pleister kleven op de gapende wonde, nee, bloed zal vloeien, wondes zullen zich tonen, we onderschrijven terwijl we strijken en stofzuigen, we kiezen voor de momenten tussen het opruimen en het wegkuisen en we strijken plat wat gezien moet worden, we kiezen voor redeloosheid, we kiezen voor de gemoedsstemming, de telkens veranderlijke interpretatie, we begraven de specifieke regels, we tonen wat we niet kennen, wat we niet willen zien, waar we niet over spreken, wij zijn de gravers van het volk, wij zien voor de doven en spreken voor de blinden, we drinken onze toverdrank en innen zelf onze eigen alles verteerbare passie, we observeren de kruisingen tussen oesters en kreeften, we vermoorden onze navelstreng met rattenkruid of mengen elke avond wat gif, we verplaatsen ons niet in de geest van de ander, we luisteren vanaf nu alleen nog maar met een ravijn tussenin, we schminken de realiteit, we stellen ons tevreden met een stoel,…
greet
Het rattenkasteel door de geschiedenis heen.
De Tragedie van het Waarschootse Rattenkasteel
Symoen Utenhove gaf zijn zwaard aan zijn dienstknecht, legde zijn riddergewaad af en trok een grof geweven lang kleed aan. Hij knielde voor zijn echtgenote, de zeer godvruchtige dame Margriete sBusers, en vroeg akkoord om het echtelijk dak te verlaten. Oud-baljuw van Eeklo, Utenhove, wou intreden in de priorij Onze Lieve
Vrouw ten hove, door hem zelf enkele jaren voordien in 1444 gesticht en die in 1774 opgenomen was in de orde van de Cisterciënzers. Een orde welke in die tijd zeer actief was en die in de lange rij mannenkloosters het n° 724 gaf aan de priorij, toegewijd aan de Maagd Maria, mits toevoeging van ‘ten hove’.
De echtgenote van ridder Utenhove wilde niets liever dan intreden in het hospitaal van de Bijloke te Gent,waar ze zich ten dienste zou stellen van de gemeenschap. Er was echter een voorwaarde, ze zouden mekaar nooit meer zien, want de toegang tot de priorij te Waarschoot was strikt verboden terrein voor vrouwen. Maar aangezien ze kinderloos gebleven waren, was de band die hen bond niet zo moeilijk om ontbinden.
Dame Margriete was overtuigd dat de onvruchtbaarheid aan haar lag, doch aan het hof van de toenmalige heerser van het Graafschap Vlaanderen Maximiliaan van Oostenrijk, twijfelde men geenzins dat er bij ridder Utenhove iets mis was, want niemand wist van buitenechtelijke kinderen die de meeste andere ‘edelen’ wel hadden.
Symoen Utenhove overleed in zijn klooster in 1462 en werd er begraven in de priorijkerk. Zijn weduwe was niet aanwezig op de begravenis vanwege de kloosterregel die zeer streng was. Doch ze kreeg in 1468 op 15 maart toch de toelating van de Bisschop van Doornik om het graf van haar man te bezoeken en een poos te verblijven op de plaats waar haar echtgenoot zijn laatste levensjaren had doorgebracht.
Daar hing blijkbaar wel een prijskaartje aan vast. In 1470 kwam de godvrezende weduwe sBusers overeen met de armenmeesters -de zogenaamde Heilige Geest meesters, waaronder Gilles vander Bruggen en Arend Danins- om een jaargetijde te laten celebreren in de dorpskerk te Waarschoot voor haar man en haarzelf. Men moest ook brood en geld uitdelen aan 20 arme lieden, op voorwaarde -weer een- dat ze niet ziek waren en in de mis aanwezig. Vervolgens schonk zij aan het klooster de respectabele som van 960 gulden. Hiermee kocht de priorij in 1474 het ‘Goed Diependale’ te Waarschoot van Roelandt van Wedergate, een neef van haar overleden echtgenoot.
Margriete sBusers overleed in de Bijloke te Gent op 4 juni 1480 op 72-jarige leeftijd. Ze werd begraven in de kapel van de Bijloke. Zij en haar man werden opgenomen in Martyro Logium van de Nederlandse Heiligen.
De aankoop van het ‘Goed Diependale’ zorgde evenwel voor veel wrevel bij de Waarschootse bevolking en bij de parochiale overheid. Weldra ontstond er ruzie en beschuldigingen over en weer, mede doordat de monniken vrijgesteld waren van heffingen op hun grondbezit.
De priorij werd dikwijls vernield en platgebrand. De eerste vond plaats in de periode 1482-92 tijdens de burgeroorlog van de Gentenaren tegen de troepen van Maximiliaan van Oostenrijk. De graaf van Vlaanderen echter gaf op 23 april 1499 toelating om de gebouwen opnieuw te bouwen.
Daarmee was de onderlinge ruzie tussen Waarschoot en het klooster verre van bijgelegd. Omwille van de oorlog mochten Waarschootse burgers de mis bijwonen in de kloosterkerk. Hierbij gingen ze echter zo luidruchtig te werk en betraden zelfs vrouwen de gebouwen, dat prior Hendrik Variaens iedereen buiten de muren probeerde te houden door het kloosterdomein te omsluiten met wallen. Doch de geschillen bleven maar voortduren en er ontstond een groot geschil dat leidde tot een proces voor de Raad van Vlaanderen in 1549. De gezagdragers van Waarschoot Van Hecke, Roegiers, Fierens, e.a. vochten de vrijstelling van belastingen aan van de paters. Meer nog, zelfs de activiteiten van de religieuzen, daar waar ze hen verdachten van het graven van een onderaardse gang om ongehinderd hun handel in hakhout, maar vooral in wijn en bier, en de hieraan verbonden drinkfestijnen te kunnen houden. Dit vooral was een doorn in het oog van ‘deftige’ Waarschootse burgers. Maar helaas voor de aanklagers, de Raad van Vlaanderen gaf de paters gelijk. Of wat had je gedacht!
Na vele verwoestingen en plunderingen, denken we maar aan de Calvinisten in de jaren 1580, die de priorij volledig vernielden, werd de priorij toch telkens weer opgebouwd of hersteld.
Napoleon en zijn franse wereldveroveraars deden ook een vernietigende duit in de schuldenzak. In 1796 sloegen ze alle bezittingen aan en werden de monniken verdreven en gedwongen het priestergewaad af te leggen.
Op 27 januari 1797 werden de kloostergebouwen te Waarschoot verkocht aan een inwoner van Geraardsbergen voor 1000 kronen in contanten en 1000 kronen in bons.
In de jaren 1860-70 behoorden de gebouwen toe aan de weduwe Brackman uit Oostakker. Zeker is dat vanaf 1862 de pachter van het ‘Goed’ een zekere Van Hoorebeke was.
Omstreeks 1900 werd het huis van oprichter Symoen Utenhove voorgoed verlaten. Het was toen eigendom van het echtpaar De Clercq-De Schepper en werd gehuurd door Clement Vereecke-De Craene, tevens de pachters van de hoeve naast de priorij. Zij gebruikten het als opslagplaats voor graan, aardappelen en afgedankt landbouwmateriaal. Doch van onderhoud was geen sprake. De ratten en ander ongedierte namen bezit van het goed. En zo werd het een echt rattenkasteel. De gemeente Waarschoot verwierf het Rattenkasteel door betaling van één symbolische frank. Na heel veel juridische en administratieve touwtrekkerij, die meer geleek op een Kafkaiaanse klucht,werd het Rattenkasteel ‘beschermd Monument’ verklaard door minster Martens in 1995.
( Fred De Winne)