Clair-obscur
Ik luister. Het was vanavond zo stil in de stad En zo licht en donker als de voorafbeelding van een komst. Het is in de nachten hierboven zo stil in dit huis Dat ik iemand een handschoen kan horen verliezen op straat. Ik lig in het smalste bed Te wachten met mijn wang tegen een witgekalkte muur. Ik droom in de kamer hiernaast iemand thuis te horen komen Van een lange reis. Ik droom iemand zich traag te zien ontkleden Voor de spiegel. Ik hoor een blauwe jurk zich ruisend vouwen over de rug Van de stoel bij het raam. Ik droom haar naakt mijn brieven te zien lezen Geschreven tijdens haar weggaan zonder adres. Het is te gemakkelijk straks te beweren: Niemand in het bijzonder noteerde de vorige zinnen. Ik ben maar zelden een mens in het algemeen. Ik treed hier noodgedwongen in details. Ik luister nauw.













