Samenwonen
Sinds vandaag woon ik officieel samen. Al is "we" nu beter op zijn plaats. Voor de tweede keer in mijn leven ga ik met een vrouw onder één dak wonen, de periode met mijn moeder en zus - nadat mijn vader ons had verlaten - buiten beschouwing gelaten.
De eerste keer dat ik met een persoon van het andere geslacht wilde samenleven (samen overleven was hier een betere uitdrukking), dateert van een viertal jaar geleden. Die persoon was mijn huidig ex-lief en toen zou ze nog een maand mijn lief blijven.
Een maand nadat we de huurovereenkomst met een glimlach hadden ondertekend, gebruikten we dezelfde handen om elkaar de haren uit het hoofd te trekken. Zij omdat er met mij niets viel aan te vangen, ik omdat er met haar evenveel viel aan te vangen.
Over de details van deze dramatische periode zal ik niet uitweiden, al kan ik zeggen dat het voor de schrijvers van Familie, Thuis en Home and Away een onuitputtelijke bron van inspiratie voor nieuwe verhaallijnen kon zijn.
Maar wat telt is nu. Zij is gelukkig met een ander en heeft een huis en nieuwe meubels gekocht, ik ben gelukkig met een ander en trek vandaag bij haar en haar meubels in.
En deze keer wil ik het naar behoren doen. Deze keer ben ik er klaar voor. Deze keer doe ik water bij haar wijn, sluit ik compromissen (zoals ik Stadion, jij Zuidflank) en verban ik het woord overdrijven naar herinneringen uit een uit de hand gelopen verleden.
Ik heb er een goed oog in. Zij misschien ook. Straks openen we een gezamenlijke rekening.
Hopelijk voor maanden.













