Jacques en Anny: anekdotes uit het nieuwe land.
âHet is een wat stormachtige wintermiddag en de regen valt met bakken uit de lucht.â Zo opende het tijdschrift van Plattelands Post in 1994, in een artikel over Jacques en Anny Vrolijk. Op zoân zelfde dag, maar dan twintig jaar later, komen we â Vandebron â aan op de boerderij van Jacques en Anny.
Jacques in Plattelands Post, nummer 3, 1994.
Jacques en Anny woonden oorspronkelijk in de gemeente Fijnaart en Heiningen in West Brabant, maar zijn naar Flevoland verhuisd nadat het bedrijf van Jacquesâ vader tijdens een ruilverkaveling werd ingebracht. Jacques en Anny voldeden aan de strenge eisen van de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders, waarna ze na een kavel in het nieuwe Flevoland mochten uitzoeken. Het oog viel op 'V61â, pal aan de Knardijk.
De dijk is vernoemd naar 'de Knarâ, een ondiepe plek in de Zuiderzee, acht kilometer van Harderwijk. Destijds werd er veel gevist, met kleine bootjes. Grotere schepen vaarden ofwel ten noorden of ten zuiden langs de Knar. De Knardijk splitst Flevoland door de helft, en voordat Zuidelijk Flevoland was afgerond, was het elf jaar lang een volwaardige buitenduik.
Aanleg van de Knardijk, 1955. Foto: Freek Aal.
Plannen voor Flevoland â het droogleggen van de Zuiderzee â waren er al honderden jaren, maar de eerste die een haalbaar plan ontwikkelde was Cornelis Lely, in 1886, die de volgende woorden opperde: âEen volk dat leeft bouwt aan zijn toekomst.â Hoewel de noodzaak duidelijk was â de Zuiderzee moest bedwongen worden, want overstromingen waren telkens rampzalig â werden de plannen steeds vooruitgeschoven. De Afsluitdijk kwam er in 1932, Cornelis Lely overleed drie jaar eerder.
Toch, pas na de hongerwinter van 1944 tot 1945 werd de noodzaak van nieuw land duidelijk. Twintigduizend Nederlanders kwamen om door honger en kou. âNooit meer zoân honger,â werd gezegd. Flevoland, vlak en vruchtbaar, zou de cruciale rol spelen de voedselvoorziening van Nederland.
Nog voordat de eerste dijk was aangelegd, droomden vele van een boerderij in het nieuwe land. Geselecteerd werd op inkomen, de gezinssamenstelling en religie. In 1947 werden de eerste stukken grond vrijgegeven, in de Noordoostpolder. De meeste polderwerkers kregen nimmer een stuk grond toegewezen, en bleven tot hun pensioen in loondienst.
Aanleg van de Knardijk, 1955. Foto: Freek Aal.
In 1976 kwamen Jacques en Anny in Flevoland wonen, en nog in datzelfde jaar zaaiden ze hun eerste oogst en begonnen ze aan de bouw van het huis en de schuren.Â
Jacques en Anny verbouwden aardappelen, suikerbieten, wintertarwe, zomergerst, uien, sjalotten, knolselderij, ijsbergsla en wortelen.
Omdat Jacques sommige gewassen via de vrije markt verkocht, wilde hij een koelcel, zodat hij meer tijd had om ze te verkopen, bijvoorbeeld als de prijs gunstiger was. Sla in de zomer, wortelen in de winter.
Jacques: âDe koelcel was een forse investering, hij werd eerst ook maar voor een deel afgebouwd, toen was het geld op.âÂ
De twee-wieker met de onafgemaakte koelcel in 1994.
Met het in gebruik nemen van de koelcel, steeg de energierekening. In 1992 kochten Jacques en Anny daarom een windmolen, een twee-wieker van de firma Lagerweij. Jacques: âMen zei dat het financieel niet uit kon, zo'n windmolen, maar toen ik ging rekenen ging het wel. Bovendien, ik vond het gewoon mooi. Eigen stroom voor onze eigen koelcel, dat was ook echt salderen, de meter liep gewoon terug. Bovendien was alles veel gemakkelijker toen. Om twee uur 's middags ging ik met meneer Lagerweij naar Lelystad, en om vijf uur hadden we de vergunning.âÂ
In 2000 was er kortsluiting in de schakelkast van de twee-wieker, waardoor er brand ontstond. De windmolen draaide niet meer. Een nieuwe, groter model, zou op de plek komen. Met vergunningen en leningen ging dat al iets lastiger dan acht jaar eerder, maar dankzij een nieuwe regeling kon het wel.
Jacques: âDankzij Annemarie Jorritsma, toen minister van Economische Zaken, waren de eerste 100 meter voor aansluiting op het net gratis. Wij meten en ja, de windmolen zou op 95 meter komen, dus toen kwam die!âÂ
Klaar met windmolens waren ze nog niet. In 2005 werden er tien windmolens aan de Knardijk geplaatst, in een gezamenlijk project met meerdere boeren in de buurt, waaronder Gerard en Monique Smit, eveneens producenten van Vandebron. Drie van de tien windmolens zijn van Jacques en Anny.
Jacques: âTien windmolens plaatsen is makkelijker dan één. We hebben alles samen gedaan, de aanvraag en het bouwen, we hebben ook een gezamenlijk onderhoudscontract.âÂ
De windmolens aan de Knardijk in 2004.
In 2014 werd, dankzij de regeling asbest eraf, zonnepanelen erop, het dak van de koelcel en de schuren bedekt met 1170 zonnepanelen.  Â
Ze weten nog niet wie later de boerderij overneemt. âOnze beide kinderen wonen in het buitenlandâ, grapt Jacques, âeentje in Spanje, de ander in Friesland.â Het pionieren is wel duidelijk doorgegeven. De één werkt aan hybride zaad voor suikerbieten en aardappelen met internationale erkenning, de ander werkt voor de deeltjesversneller van CERN.Â
Terugblikkend zegt Anny: âDestijds waren we de jongsten hier, maar nu zijn we de oudsten.â Plannen voor nog meer windmolens zijn er niet. Anny: âIk vind dat het wel genoeg is eigenlijk.â
Het is aan anderen.Â
Jacques' en Anny's stroom wordt vanaf nu via Vandebron verkocht.