Oogcontact
Doorgaans gruwel ik er van; maar ik krijg het niet voor elkaar iemand fatsoenlijk en langdurig in de ogen te kijken zonder afgeleid te worden door alle kleine details en bergen informatie die er over mij heen komen.
Om nog maar te zwijgen van het onbehaaglijke gevoel; alsof de andere persoon met een zaklamp recht bij mij naar binnen kijkt.
Het lijkt er in mijn geval op dat ik een informatie overload krijg door iemand lang in de ogen te kijken. Ik krijg er een heel naar gevoel van. Dit werkt ook de andere kant op; voor mijn gevoel geef ik veel te veel informatie prijs. Alsof ik me helemaal blootleg door langdurig oogcontact.
Maar door geen oogcontact te maken lijk je voor anderen onrustig of niet geĂŻnteresseerd en ben je een slechte gesprekspartner.
Ik heb er daarom een trucje voor bedacht waarbij ik iemand niet direct in de ogen kijk maar naar het puntje van de neus, de wang of ik kijk naar de mond. En dat blijkt behoorlijk goed te werken. Tijdens een gesprek probeer ik dat trucje zo nu en dan toe te passen.
Maar het prettigste voor mij is om gewoon ergens in de ruimte te staren. Op die manier kan ik datgene wat er verteld wordt het makkelijkste opvangen. Ergens in mijn ooghoek hou ik dan de persoon met wie ik praat en ontvang toch op die manier de lichaams mimiek van die persoon. En dat laatste is voor mij al voldoende.
Want door oogcontact verlies ik het gesprek. Niet in alle gevallen; maar wel vaak. Ik onthoudt dan niet het gespreksonderwerp maar de gelaatsuitdrukking van die persoon tijdens het gesprek. En soms gaat oogcontact van zelf en is er niets aan de hand.
















