Heeft elk mens iets om trots op te zijn?
In mijn ogen heeft iedereen iets om trots op te zijn. Van de omvattende zaken zoals cultuur, nationaliteit tot op de individuelere aspecten zoals op tijd opstaan. Waar volgens mij de vraagstelling over gaat is of ieder mens bewust is dat ze ergens trots op kunnen zijn. En daar laat ik heel bewust het woordje ‘mogen’ weg. In onze maatschappij laten wij ons vaak leiden door de maatschappelijke normen en waarde, oftewel waar we volgens die normen en waarden trots op mogen zijn. We leggen acties en die normen en waarden naast elkaar en wegen af of de acties de norm ontstijgen, doen ze dit dan ‘mogen’ we daar trots op zijn. Als voorbeeld: Vader en moeder hebben beide een MBO diploma en hun dochter haalt ook een MBO diploma. Ze zullen trots zijn op hun dochter, want ze weten in grote lijnen welk niveau ze heeft behaald en uit eigen ervaring hoe makkelijk of moeilijk dat kan zijn. Maar als hun dochter een HBO of universitair diploma had behaald kunnen ze extra trots zijn. Want ze kennen het werk- en denkniveau niet en gebruiken hun eigen studie vaak als reverentie. Dit zie je vaak ook in gesprekken op verjaardagen waarin verschillende ouders het over de studie van hun kind hebben. Ze zullen vaak praten in de overtreffende trap, wanneer de ouder van een HBO leerling het gesprek start zal je nooit horen dat een andere ouder dat probeert te overtreffen met hun kind op het MBO. Andersom gebeurt dit vaak wel en niet alleen over studieniveau. Denk hierbij aan sport, huizen, lage maand lasten, hoge inkomens of geld. In dit kleine voorbeeld kunnen we al zien dat trots aan waarde en normen word gekoppeld. Wat betreft het werk in de hulpverlening is het aan de hulpverlener dit te onderzoeken bij de cliënt. Wij kunnen vinden dat een cliënt ergens trots op ‘mag’ zijn maar vaak zullen de cliënten dit zelf niet snel zien. Ze kunnen blijven hangen in hun normen en waarden van voorheen de problematiek of wat de maatschappij, media of directe omgeving onder ‘trots mogen zijn’ zien. Hierin is het aan de hulpverleners om de cliënt te laten zien dat ze trots kunnen zijn op voor een ander kleinere dingen. Zoals opstaan, voortgang, beslissingen of het feit dat ze iets hebben meegemaakt of doorstaan. Hieruit kunnen we halen dat trots zijn iets persoonlijks hoort te zijn en dus voor ieder persoon anders wordt gemeten en gegeven. Echter het vinden van iets waar een cliënt trots op mag zijn vind ik gelijkstaan met de creativiteit, openheid en professionaliteit van de hulpverlener of specialist. En hiermee wil ik zeggen dat er cliënten zullen zijn die tegen de maatschappelijke normen in zijn gegaan of wetten hebben gebroken. Ook deze cliënten hebben iets om trots op te zijn al worden hun misdaden als extreem bevonden. Mensen maken constant keuzes, goed, slecht of genuanceerder en bewust of onbewust. Niet alle keuzes zullen goed zijn voor zowel de maatschappij als de cliënt maar ook niet alle zullen dat wel zijn. Als ook maar één van deze keuzes een positieve invloed heeft op de cliënt  of zijn of haar gedachtegang is dat een moment wat de hulpverlener kan belichten om een cliënt leren trots te ‘mogen’ zijn op zichzelf. En wanneer wij dat gedeelte van de cliënt kunnen belichten en daarmee hun het gevoel kunnen geven van menselijkheid of trots dan zijn we op het juiste spoor.
















