De vierde dag in de woestijn
‘Toen trad er in Egypte een nieuwe koning aan, die Jozef niet gekend had. Hij zei tegen zijn volk: ‘Zie, het volk van de Israëlieten is talrijker en machtiger dan wij. Kom, laten wij er verstandig tegen optreden, anders zal het talrijk worden en, mocht het zijn dat er een oorlog uitbreekt, dan zal het zich ook bij onze vijanden aansluiten, tegen ons strijden en uit het land wegtrekken.’ (Exodus 1 vers 9,10) Toen de farao het volk had laten gaan, is het gebeurd dat God hen niet leidde langs de weg door het land van de Filistijnen, hoewel dat korter was. (Exodus 13 vers 17)
Het Joodse volk: continu op reis. Er is geen plek waar zij haar hoofd kan rusten. Wanneer het volk even stilstaat om adem te halen, moet ze alweer verder. Onrust voert de boventoon. Slachtoffer van ballingschap, beschuldigd en veracht. Nu zit ik hier, aan mijn bureau. Ik zit hier in vrijheid, in een land dat ik volledig ken, ik sta met mijn beide benen op de grond, weet van veel dingen waar ik aan toe ben en ken weinig angst. Ik blik terug op een van de wonderlijkste museumbezoeken die ik tot nu toe heb gehad. Ik stel geen vraag, ik ga op onderzoek zonder vraag en laat mij meenemen in wat ik tegenkom in mijn reis door de woestijn.
Op de vierde dag van de reis naar Berlijn bezocht ik het Jüdisch Museum. Het museum laat de bezoeker tweeduizend jaar Joods-Duitse geschiedenis zien, maar bovenal laat ze het de bezoeker voelen. Het gebouw is ontworpen door Daniel Libeskind (1946), een Pools-Joodse architect en tevens zoon van Holocaust-overlevenden. Het museum is qua architectuur doordrenkt met symboliek. Dit is alleen al aan de buitenkant te zien. De vorm verwijst naar een gebroken Davidster, de schrammen en littekens zijn lukraak met een mes in de voorgevel gesneden. Het gebouw bloedt. Ook van binnen ademt het gebouw de geschiedenis van het Joodse volk. Overal waar je je in het gebouw bevindt, voel je je gedesoriënteerd. Dit begint al bij de ingang, waarbij je afdaalt naar de kelder. Door zo het museum binnen te gaan, laat je de buitenwereld achter. De kelder is opgedeeld in drie assen: De as der Continuïteit, de as der Verbanning, die tevens uitkomt bij de tuin der Verbanning en de as der Holocaust, die uitkomt bij de Holocausttoren. De as der Continuïteit leidt naar de rest van het museum, waar de Joods-Duitse geschiedenis wordt verteld. Aan het eind van de as der Holocaust zit een dikke deur. Een deur zoals die ook wel in bunkers of grote kluizen te vinden zijn. De deur is zwaar en het kost flink wat moeite hem te openen. Bij het binnenstappen van de Holocausttoren valt de deur met al zijn gewicht met een harde, doffe klap in het slot. Dicht, afgesloten, opgesloten. De toren loopt in een smalle driehoek. Van binnen is het zwart, donker, grauw en stil, heel stil. Een enkel stadsgeluid is, als ware het heel ver weg, soms op te merken. Helemaal bovenin de hoek valt een straal licht naar binnen.
De ruimte is kil, angstaanjagend en beklemmend. En tegelijk laat die ene lichtstraal verlangen naar wat er buiten is. Zoals Joost Zwagerman schrijft: ‘In het hart van het zwart bevindt zich vervolgens de absolute stilte van de dood. Het is de gevreesde Niets van genezijde. Eeuwige verduistering.’ (Zwagerman, 2016) Er is niets, alleen de dood is aanwezig. Voor mij kwam het gevoel dat ik beleefde heel dicht bij wat Zwagerman schrijft in zijn gedicht Licht uit de dichtbundel Wakend over God: ‘Ergens klonk een holle lach. Het lied hield op, de stilte klonk gedwee. De lach viel stralend uit een open raam. Alles was al weg, niets was nog te helen.’ (…) (Zwagerman, Licht, 2015) Zwagerman vergeet hier echter het raam bovenin de toren, die het toelaat een lichtbundel naar binnen te laten schijnen. Het raam laat een blik werpen op het witste wit. ‘Het witste wit is transparant en belichaamt misschien het helderst mogelijke licht. Dankzij het licht, dat zelf niet zichtbaar is, kunnen we ‘alles’ zien. (Zwagerman, 2016) Het wit, het licht, is als verlangen naar bevrijding, het is als de aanwezigheid van God.
Wanneer je door de as der Verbanning loopt, zie je op de muren de namen staan van toevluchtsoorden waar het Joodse volk heen kon vluchten tijdens het Naziregime. Deze toevluchtsoorden boden echter geen thuisland, geen bevrijding, geen stabiliteit. De as komt uit bij de tuin der Verbanning. Een ommuurde tuin, waarvan de grond net een beetje schuin loopt. In de tuin is geen groen te bekennen. Er staan 49 schuine betonnen bakken waar je tussendoor kunt lopen. Bovenop de bakken zijn olijfbomen geplant. Een tuin zou bevrijding moeten geven, een plek zijn om adem te kunnen halen, een plek om te luieren en te mijmeren. Deze tuin valt boven op je en verstikt. Alleen wanneer je ogen naar boven gericht zijn is er iets te proeven van vrijheid. Olijfbomen staan voor vrede, liefde en trouw (de Bergerie, 2016). Er zit echter nog een diepere laag achter de olijfboom. In Romeinen elf staat geschreven: Als nu enige van die takken afgerukt zijn, en u, die een wilde olijfboom bent, in hun plaats bent geënt en mede deel hebt gekregen aan de wortel en de vettigheid van de olijfboom, beroem u dan niet tegenover de takken. En als u zich beroemt: u draagt de wortel niet, maar de wortel u. (Romeinen 11 vers 17-23) De takken van de olijfboom zijn het Joodse volk, de wortel is Jezus Christus. De enten zijn wij. In dit bijbelvers waarschuwt Paulus de gelovigen, die uit de heidenen (niet Joden) komen, tegen arrogantie.
De heidenen komen misschien in de verleiding trots te worden omdat God de Joodse takken van de olijfboom verwijderde en hen, de heidenen, entte. Dit kwam omdat de Joden niet geloofden in Christus, maar de heidenen blijven alleen wanneer ze een aanhoudend vertrouwen hebben. (Romeinen 11 vers 17-23) Wat er gebeurd binnen het antisemitisme is deels te herleiden naar dit Bijbelvers. Voor een deel is antisemitisme namelijk ontstaan door een meningsverschil tussen rabbijnen en kerkvaders. Sommige bekeerde heidenen stellen dat de Joden blind zijn door Jezus niet als Messias te erkennen. Daarnaast wordt het Joodse volk ook gezien als godsmoordenaar, door het kruisigen van Christus. Hier komt het stuk uit Romeinen van pas. Vers 20 vervolgt namelijk met: ‘Dat is waar. Door ongeloof zijn zij afgerukt en u staat door het geloof. Heb geen hoge dunk van uzelf, maar vrees. Want als God de natuurlijke takken niet gespaard heeft, dan is het ook mogelijk dat Hij u niet spaart.’ (Romeinen 11 vers 17-23) De hoge dunk kwam wel. Hitler rukte met het Nazisme op. Berlijn werd het heilige Jeruzalem en niet de Joden maar het Arische ras werd het beloofde volk. Zij dachten de wortel te dragen. Ze maakten zichzelf tot God. Misschien hadden ze beter naar Paulus moeten luisteren: ‘En ook zij zullen, als zij niet in het ongeloof blijven, geënt worden, want God is machtig hen opnieuw te enten. Want als u afgehouwen bent uit de olijfboom die van nature wild was, en tegen de natuur in op de tamme olijfboom geënt bent, hoeveel te meer zullen zij die natuurlijke takken zijn, geënt worden op hun eigen olijfboom.’ (Romeinen 11 vers 17-23) God zal Joden die hun geloof op Christus vestigen opnieuw enten op de olijfboom. Als God ‘heidenen’, die wilde takken waren, op de olijfboom ent, dan zal Hij zeker de Joden, e natuurlijke takken, weer enten op hun eigen olijfboom. Vers 26: ‘En zo zal heel Israël zalig worden, zoals geschreven staat: De verlosser zal uit Sion komen (…). Vrede, liefde en trouw zullen heersen. Zoals ik aan het begin van dit essay citeerde: Het Joodse volk legt niet de kortste reis af. Maar er wacht bevrijding. En tot die tijd blijft zij reizen.
Bibliografie de Bergerie. (2016). olijf als levensboom. Geraadpleegd op juni 24, 2016, van www.bergerie.nl: http://www.bergerie.nl/olijfbomen/olijf-als-levensboom/
(2014). Exodus 1 vers 9,10. In StudieBijbel Herziene Statenvertaling (p. 131). Heerenveen: Royal Jongbloed.
(2014). Exodus 13 vers 17. In StudieBijbel Herziene Statenvertaling (p. 152). Heerenveen: Royal Jongbloed.
(2014). Romeinen 11 vers 17-23. In Studiebijbel Herziene Statenvertaling (p. 1953). Heerenveen: Royal Jongbloed.
Zwagerman, J. (2015). Licht. In J. Zwagerman, Wakend over God (p. 86). Amsterdam: Hollands Diep.
Zwagerman, J. (2016, januari). Silence Out Loud. Bergen, Noord-Holland.