Omeletje van mijn vader
Als de zomer ten einde was, de nachten kouder werden en de atmosfeer klammer, speurde mijn vader ’s ochtends vroeg zijn weiland af op zoek naar paddenstoelen als hij de koeien ging halen. Op een goede dag kwam hij dan na het melken de keuken binnen en legde zijn omgekeerde pet, waarin hij zijn oogst had verzameld, op tafel.
‘Champignons à la Godfried’, was zijn standaard tekst (Godfried, zo heette hij).
Voor mijn moeder, die als een leeuwin over haar aanrecht waakte, was dit het enige moment van het jaar waarop zij het veld voor hem ruimde.
Fluitend zette hij een pannetje op het vuur, smolt hierin een klont roomboter om ‘u’ tegen te zeggen,
bakte hierin eerst een ui (die naar onze smaak in veel te dikke ringen was gesneden, al zeiden we dat uiteraard nooit!),
bakte daarna zijn paddenstoelen even mee,
gooide hierop een aantal slordig los geklopte eitjes van de kippen buiten met, indien voorradig, een scheut room erdoor,
voegde grof gesneden peterselie of bieslook of iets anders groens en
peper en zout toe,
deed het deksel op de pan om de eieren heel langzaam te laten stollen en zei dan heel trots:
‘Dat had je niet gedacht hè, ik kan wel wat achter het aanrecht!’
Een goed gevulde omelet met knoflookbrood en sterke koffie is de aller beste remedie 's ochtends vroeg tegen een kater, een waardig alternatief voor 'echt koken', een lunch om je op te verheugen.










