Stop het in mijn mond. Druk het tegen mijn tanden. De eenzaamheid weegt.
Ik bijt stukjes nagel en dan stukjes vel van de randen. De dag erna voel ik mijn hart kloppen in de randen rondom mijn nagels. Het lichtjes ontstoken vlees herstelt zich alweer.
Er zit ineens iemand aan mijn tafel. Ze heet Dorien en wanneer ze haar laptop opent zie ik dat er geen stof of kruimels tussen de letters van het toetsenbord zitten. Wie is deze vrouw? Ze draagt beige kleren. Ze deelt het aantal door twaalf. Ik vertrouw haar voor geen haar.
Ik herinner me nu waarom ze hier is en word triest van de situatie. Ik besef dat ik niet hoef te doen alsof ik hulp nodig heb.












