Lees de vos van vandaag: Misschien is dit wel alleen voor A bedoeld, maar ik zou het op prijs stellen als u het ook leest'',
RMH
todays bird

祝日 / Permanent Vacation
occasionally subtle

⁂

@theartofmadeline
will byers stan first human second

izzy's playlists!
One Nice Bug Per Day
hello vonnie
Aqua Utopia|海の底で記憶を紡ぐ

Product Placement
Monterey Bay Aquarium

Discoholic 🪩

Andulka
macklin celebrini has autism
almost home

if i look back, i am lost
dirt enthusiast

Love Begins
seen from United States
seen from United States

seen from United States

seen from Portugal

seen from China
seen from Germany
seen from Nepal
seen from Canada
seen from Canada
seen from United States

seen from United States

seen from Russia

seen from United States

seen from Canada
seen from United States

seen from United States
seen from United States

seen from United States
seen from United States
seen from United States
@devosopmaandag
Lees de vos van vandaag: Misschien is dit wel alleen voor A bedoeld, maar ik zou het op prijs stellen als u het ook leest'',
Misschien is dit wel alleen voor A bedoeld, maar ik zou het op prijs stellen als u het ook leest
Ik geloof er erg in dat er een faculteit (als in 'geestvermogen') bestaat die je kunt ontwikkelen: de ontvankelijkheid voor het leggen van verbindingen. Laat ik het het O-vermogen noemen. Het is het tegendeel van compartimenteren, dat op andere gebieden zelfs levensreddend kan zijn; denk aan branddeuren die altijd gesloten moeten blijven. Dat vermogen betekent evenzeer openstaan voor onbedoelde connecties. Soms helpt toeval daarbij een handje, maar het toelaten ervan is opnieuw een kwestie van die ontvankelijkheid.
In een tekst¹ van vriend A kwam een citaat voor uit een boek dat ik niet kende. Ik werd nieuwsgierig en kocht het boek. Toen had ik snel een cadeau nodig voor vriend K en besloot het boek 'The Beauty of Everyday Things' van Soetsu Yanagi² aan hem te geven. Ik werd onmiddellijk getrokken naar een deel dat heet 'Seeing and Knowing'. De eerste zin luidt: 'To see and to know are not necessarily the same. If they happen to be the same, there is nothing more fortunate, but it often happens that they become estranged.' K's kunstwerken proberen het probleem van zien en weten op te lossen: je weet als je het ziet. De tekst van A verscheen bij een tentoonstelling³ van 'het nomadische kunstenaarsinitiatief ABSTRACTE', waarin dus alleen abstracte kunstwerken te zien zijn.
In de trein ernaar toe twijfelde ik of ik de tekst van A vooraf zou lezen of juist niet. Wat zou beter zijn? Ik deed het toch, en het resultaat was dat de laatste zin uit de tekst als een beetje opdringerige gids mij achtervolgde. A stelt '… dat het abstracte kunstwerk de ziel toont in de schepping ervan, met al wat haar bindt.' Ik brak mijn hoofd er een beetje over wat daar nu eigenlijk staat. Is het zo dat omdat de ziel zich niet laat afbeelden de kunstwerken bij voorbaat mislukte pogingen zijn om iets tevoorschijn te halen wat zich per definitie verborgen houdt? Ik bedacht ook dat het lelijkste (ja, u leest het goed) kunstwerk daar – een soort lompe sculptuur – misschien het beste die mislukking laat zien. Is het daarmee het beste werk van de tentoonstelling? Die lastige gids dwong me in ieder geval na te denken.
En toen kwam er een brief van A waarin hij die slotzin weer op losse schroeven zet. Hij onderschrijft wel mijn suggestie dat met elk (abstract) werk de kunstenaar verder verwijderd raakt van waar hij of zij naar op zoek is. Malevitch heeft dat probleem 113 jaar geleden 'opgelost' met zijn zwarte vierkant. De kunstwerken daarna zijn niet langer abstract, durf ik te denken, en daarom zag ik op de tentoonstelling naast alle strengheid ook spel, ironie, gevoeligheid, tederheid en provocatie. Ik weet niet of ABSTRACTE daar zo blij mee zal zijn. Waarom A de boel weer opengooide, is omdat hij achteraf in zijn eigen slotzin het gevaar van dubbelzinnigheid herkent. Nu lijkt mij dubbelzinnigheid een goede weg naar het blijvend ontwikkelen van het O-vermogen.
¹ https://etoiledunord.nl/nl/werk/over+de+esthetica+van+de+ziel/
¹ The Beauty of Everyday Things | Soetsu Yanagi (1889-1961) | vertaling Michael Brase | Penguin Books
² Tentoonstelling 'In den Himmel' |Pictura – Huis voor hedendaagse kunst | Dordrecht | tot 12 juli 2026
Lees de vos van vandaag: 'In leven zijn'.
In leven zijn
Wordt op iets heel groots gewacht, dan zweeft
vanachter de hoge muur van gespelde dagen
een stof door de lucht die van kalk en papier
parelmoer fabriceert, van kaarslicht toortslicht
maakt en nachtelijk denken koortsig.
Rust die muur op lemen voeten en gruis onder
de voeten kruipt, dan wordt het licht zo grijs,
de lucht zo zwaar en woorden zonder gewicht.
Wat voelt als verloren is nooit in bezit geweest.
Wie alleen maar wacht, weegt de tijd met de
schouders, legt de tong lam, bleekt het denken,
verandert in wat niet komen wil, valt samen
met iets dat vorm en vormloos is, dat uren
uurloos maakt en het lichaam strekt tot
het lichaam breekt.
Al het komende dat nog ongeweten is of
de mens niet weten wil, al dat komende
heet Leven, dat om leven vraagt.
fotograaf en afgebeelde personen zijn onbekend
Lees de vos van vandaag: 'Zonen en vaders'
Zonen en vaders
Als jij tachtig bent, en ik zesenzeventig, zei ik tegen Froukje Reitsema, met wie ik twee voorstellingen maakte, gaan we het laatste deel van het drieluik maken en die moet gaan over de poëzie en de dood. Zij zei zonder voorbehoud: Ja! Over ruim een jaar wordt zij tachtig. Ikzelf dacht onmiddellijk aan 'De tuinman en de dood', het gedicht van Van Eyck dat ik op de middelbare school leerde, geschreven begin twintigste eeuw, maar dat een eeuwenoude herkomst kent. Ik begon een gevoeligheid te ontwikkelen voor alles wat maar raakt aan de inhoud van dat voornemen.
Gisteravond las ik 'De dood en de tuinman'¹ uit, een tedere roman van een zoon over zijn vader. Een roman, maar ik kan het boek niet anders lezen dan een liefdesverklaring van Georgi Gospodinov aan zijn echte vader. 'Mijn vader was een tuinman. Nu is hij een tuin', zijn de eerste wonderschone regels van het verhaal. Dat eerste zinnetje drukt de essentie van de vader uit, het tweede de liefde van de zoon voor de vader. Nadat ik het boek uitlas, dacht ik na over welke van mijn vrienden zo'n liefdevolle band met hun vaders hadden of hebben. Ik kon niemand bedenken, behalve P, die pas op latere leeftijd van zijn vader is gaan houden. Zonen en vaders is volgens mij een een volstrekt andere categorie dan dochters en vaders.
Gospodinov vraagt zich af of afwezigheid niet een kenmerk van vaders in de hele wereldliteratuur is. Nee, ik las nog nooit 'Vaders en zonen' van Ivan Toergenjev, wel las ik 'Het spinsel van de eenzaamheid van Paul Auster. Dat begint met het deel dat 'Portret van een onzichtbare man' heet. En ik las 'Patrimonium' van Philip Roth. Drie zonen die door de dood van hun vader zich gedwongen voelen over de man te schrijven, drie soorten liefdesverklaringen, soms tegen wil en dank.
'Waarover praten we eigenlijk als we het over de dood hebben?', vraagt Gospodinov zich af. 'Over het leven natuurlijk, met heel zijn verrukkelijke vergankelijkheid.” Ik vond twee gedichten over de dood van hem in een Engelse vertaling. Die stop ik in de doos voor onze derde voorstelling.
Odeon²
we will also grow cold some day like the cup of tea is growing cold forgotten on the back veranda like lillies fallen in the mud like old wall-paper orchids we will also fade some day but not so gracefully and in some other movies
Time Is a Neutron Bomb³
Nothing will be destroyed The houses will stay The streets will stay The cherry-tree in the yard will stay Only we will not be there That is how I’ve remembered the lesson About the neutron bomb
I have known ever since Death is a cherry-tree Ripening without me
¹ De dood en de tuinman | Georgi Gospodinov | vertaling Hellen Kooijman | Uitgeverij Ambo|Anthos 2026
² vertaling Bilyana Kourtasheva
³ vertaling Maria Vassileva
Lees de vos van vandaag: 'De kwal - Emanuele Coccia 2'.
De kwal - Emanuele Coccia 2
Soms ben je in staat om op twee niveaus tegelijk te lezen: je begrijpt maar net wat er staat en tegelijkertijd hang je als een vogel boven de bladzijden, die het geheel wel begrijpt. Zo las ik delen van Emanuele Coccia's 'Het leven van de planten – Een metafysica van de vermenging'. Ik ga proberen weer te geven wat die vogel zag.
Gisteren las ik het boek uit op een terras in Den Haag, in de schaduw van een boom. Er was een passage die ik aanstreepte en onmiddellijk naar vriendin I stuurde. Die regels kunnen gemakkelijk verkeerd gelezen worden, maar niet als je het boek gelezen hebt, en niet als je I bent: “Een film, een beeldhouwwerk, een popliedje, maar ook een kiezel, een wolk en een paddenstoel kunnen zo filosofisch zijn als een bodemkundige verhandeling, als 'Kritiek der reinen Vernunft' of als een dandyesk, pseudo-nonchalant geponeerd adagium”.
Dat 'Het leven van de planten' klinkt verraderlijk simpel, maar zij zijn het die ervoor zorgen dat er zuurstof aangemaakt wordt en leven mogelijk maakt. Zij maakten en maken de wereld en haar atmosfeer. “Fotosynthese is eigenlijk een groot atmosferisch laboratorium dat zonne-energie omzet in 'levende materie'”. Planten, zegt Coccia, zijn de radicaalste vorm van in-de-wereld-zijn. Voor hen betekent in de wereld zijn, de wereld máken. Wij mensen voeden ons met de gasafscheiding van de planten. “Planten zijn de adem van alle levende wezens, de wereld als adem.” We leven in een wereld waarin alles in elkaar overgaat, uit elkaar voortkomt, in elkaar verdwijnt. Leven is ondergedompeld zijn. Denk aan een vis, aan luisteren naar muziek, denk niet aan 'immersive art': rondlopen in een 360 graden-projectie van Van Goghs sterrennacht.
Een tijdje geleden maakte ik een begin met een gedicht: 'Wat doen wij anders dan wadend / door het leven gaan, dacht ik, toen ik / weer door een ander huis liep en / de traptreden leerde kennen, een / nieuwe deur opende en een ander / bed vond voor mijn lichaam.' Waden is niet als een gaan van ding tot ding maar een traag voortbewegen door dat geheel dat Leven heet. Toen las ik Coccia, die nog een stap verder denkt: dat ons in-de-wereld-zijn altijd een in-de-zee-van-de wereld-zijn is. “Een ondergedompeld wezen verhoudt zich immers niet tot de wereld zoals een subject tot een object, maar wel als een kwal tot de zee die haar in staat stelt te zijn wat ze is.”
Die opsomming, die ik naar I stuurde, is de uitdrukking van zijn pleidooi voor “een ongetemde, brute, onwillekeurige passie voor kennis in al haar vormen en objecten”. Filosofie is volgens Coccia “kennis die geregeerd wordt door Eros – de meest ongedisciplineerde en botte aller goden”. Ja, voelde ik niet regelrechte opwinding bij sommige passages in dit boek en ook in zijn 'Filosofie van het huis' – ik die altijd beweer apollinisch geaard te zijn, ik die Ingres bewonder, Kirchner verafschuw, Mondriaan verkies boven Hilma af Klint?
Het leven van de planten – Een metafysica van de vermenging| Emanuele Coccia | vertaling Pieter Boulogne | Uitgeverij Editie Leesmagazijn 2021
Lees de vos van vandaag: 'Tel de dingen'.
Tel de dingen
Ik zag een oude Turkse man die een
emmertje yoghurt en een kokosnoot droeg.
Ik zag een oude Indische man met
alleen een prei in zijn rechterhand.
Ik zag een oude man bij de bakker,
die een boek las.
Ik zag een man die de ramen waste
en zong.
Er was een kat die van verre naar mij
toesnelde en langs mijn benen streek.
De buurman zag zijn kans schoon en gaf
me twee kussen op de wang, wetende
dat we elkaar nooit meer zouden zien.
Man wees mij op een heel klein puntje groen
in een dode plant. Die speldenknop groen
is de kleur van zijn aandacht en zijn geduld.
Laten we altijd vriendelijk zijn –
hing aan een muur, en ik zei
ja, laten we.
Ik legde een gedroogd zeepaardje naast een
uit parelmoer gesneden zeepaardje en het
duizelde mij. Hun lotsverbondenheid steeg
oceaandiep in mij omhoog, en ik betaalde
slechts vijf euro voor het gedroogde en
acht voor het uit parelmoer gesneden.
Mij is in de toekomst nog meer beloofd,
mits ik tellen blijf.
Parijs, Periferique, 24 mei 2026
Lees de vos van vandaag: 'Botanische autoroute - voor William Carlos Williams en Emanuele Coccia'.
Botanische autoroute
voor William Carlos Williams en Emanuele Coccia
Bij 50 kilometer riep ik: kijk het hondskruid, en daar de gebrande. Mijn
orchisogen waren op orde, maar voor de snip- en de ijle moerasorchis
moest ik buigen, schreef ik knielend hun namen bij in mijn geheugen.
Vandaag, bij 120 kilometer, roep ik: o, stokrozen, hier! En daar de
roze poederdonzen van de pruikenbomen, trillend bij de lichtste bries,
en hoe het geel van de brem wedijvert met het hardste zonlicht.
Wie vormen de ornamenten van de kosmos?
Wie hebben van het universum een atmosferische zee gemaakt?
Wie koesteren een soevereine onverschilligheid tegen ons?
Wie hebben de metafysische structuur van de wereld voor altijd veranderd?
Stop, ik heb geen potlood, ik kan dit boek niet lezen zonder potlood!
Hef uw bloemen, op de bittere stengels, chichorei! Hef ze hoog op
uit verschroeide grond! Zo koel, zo weelderig hemelsblauw. De nacht
gaat uit als u zou falen. Schreef dat de dichter niet?
Terwijl we voortrazen bonst mijn ideeënhart, trilt mijn bloemenbrein,
hier een streep in de kantlijn, daar een lijn, een uitroepteken, twee.
Dit lezen, een botanische expeditie, ik, Victoriaanse plantenverzamelaar.
Eens waren planten het model van de rede, want oefenen zij, de planten,
niet de geest, die sleutelt aan zijn eigen vorm? UitroeptekenUitroepteken.
Zegt de dichter niet: Saxifraga is mijn bloem die rotsen splijt?
Het leven van de planten – Een metafysica van de vermenging| Emanuele Coccia | vertaling Pieter Boulogne | Uitgeverij Editie Leesmagazijn 2021
Vertaling dichtregels van William Carlos Williams MK
saxifraga: steenbreek
Kijk Fosse, dat is waarschijnlijk je betovergrootvader, die in de geschiedenis verdween | Nederlands Indië, begin 20e eeuw
Lees de vos van vandaag: 'Ik zal een brief schrijven'.
Ik zal een brief schrijven
Maart 2024, Lieve Miles, Op het moment dat ik dit schrijf, op een miezerige middag aan het einde van de winter, heb jij vierenzestig dagen op deze aarde doorgebracht. [–]. Ik denk ook niet dat je deze brief op korte termijn zult lezen, noch een van de andere brieven die ik de komenden maanden hoop te schrijven. Als ik tenminste nog lang genoeg heb te leven. [-] Je Papa.
Die Papa is Paul Auster, opa van Miles. Het zullen uiteindelijk slechts zeven brieven worden. Ik lees ze in 'Gost Stories – Een boek van herinneringen' door Siri Hustvedt¹, weduwe van Auster. Wat Auster in die brieven doet is aan zijn kleinzoon, geboren niet lang voor zijn dood, liefdevol vertellen wie zijn grootouders zijn en zijn ouders. In een volgende brief schrijft Auster: “Het enige wat ik je vraag is om even stil te blijven staan bij die continuïteit, die schakels van een liefdevolle, jarenlang aaneengesmede ketting...” Deze brieven zullen een schat zijn voor de volwassen Miles. Bijna iedereen zal het herkennen: waarom heb ik mijn ouders nooit meer vragen gesteld?! Mijn moeder hield het verleden daar waar het volgens haar hoorde, mijn vaders verhalen bleven onveranderlijk. Onlangs kwamen twee kleine nieuwe feiten over hen naar boven, die me blij maakten. Hoewel mijn Chinese moeder, als eerstgeborene en meisje, was weggedaan door haar ouders, ken ik nu toch hun namen: Souw Seng Jan en Liem Pit. In dat troebele verleden van haar waren dit dus de man en de vrouw die haar verstootten. En dan is er die ene foto van een soldaat, die ik altijd links liet liggen. Ik pakte een loep erbij en stelde vast hoezeer hij op mijn vader leek. Het uniform en het koetsje horen in een tijd van voor mijn vaders geboorte. Zou het die onbekend gebleven vader van mijn vader zijn?!
Het kleinzoontje van mijn broer Louis is het kind dat het dichtste bij een eigen onmogelijk kleinkind komt. Hij zal leven zonder één bewuste herinnering aan zijn overgrootouders. Hij zal op een dag de foto van die kleine Chinese vrouw zien en vragen: Wie dat is? En zijn vader zal zeggen: Dat is je overgrootmoeder. En hij zal het niet willen geloven, zo blond als hij is en zo wit zijn huid. En als hij ooit die ene foto van die soldaat ziet, dan zal zijn vader zeggen: Kijk, dat is waarschijnlijk je betovergrootvader, die in de geschiedenis verdween.
Ik zal doen wat Auster deed, ik zal als hun oudtante een lange brief schrijven aan de kleine Fosse en zijn nog ongeboren broertje of zusje, en ik zal hun vertellen wie hun overgrootouders waren, wie hun grootvader is, wat voor een zachtmoedige en zorgzame man die is, en waar wij vandaan komen en hoe onze wonderlijke geschiedenis is. Als ik zo oud word als mijn moeder heb ik nog zo'n vijftien heldere jaren te gaan. Dan ben jij, Fosse, oud genoeg om die brief te kunnen lezen.
¹ Ghost stories – een boek van herinneringen | Siri Hustvedt |vertaling Paul van der Lecq | Uiteverij De Bezige Bij 2026
Lees de vos van vandaag: 'Het ga u goed, Gabriëlle!'
Het ga u goed, Gabriëlle!
Voor iemand die veel weet over eten, die houdt van koken en onlangs nog een paar honderd kookboeken schonk aan Charlotte Koopman, kokkin te Antwerpen, schrijf ik op deze plek wel erg weinig over eten – en nog wel in Frankrijk. Ik ben alleen geïnteresseerd in de traditionele keuken, niet in de Haute Cuisine. Franse gerechten hebben een ijzersterk imago, maar imago kun je niet eten. Van de keren dat we hier buitenshuis aten (ik schat zo'n acht keer in zes weken tijd) was het eten één keer best goed, één keer uitstekend, één keer niet goed, twee keer uitzonderlijk slecht, en de rest middelmatig . Dat waren nooit dure restaurants of heel goedkope eethuizen. Ik moest soms opkomende chagrijn onderdrukken als de vis amper smaak had, de gerookte forel in zalm veranderd bleek en alweer – o, nee, alweer – ratatouille als groente werd gegeven. Ter heling van de vele teleurstellingen schrijf ik hier nu een ode aan Gabriëlle, serveerster in restaurant 'L'Entrecôte' te Toulouse, en aan het eten aldaar. Reserveren niet mogelijk. Éen menu: salade, faux-filet (170 gram), pomme allumette. Prijs: 23 €. Er werken alleen maar vrouwen in rok en blouse of polo-shirt.
Daar komt glimlachend een aardige serveerster en vraagt wat we willen drinken. 'Et le cuisson? – ofwel: hoe-wilt-u-de-biefstuk-gebakken-hebben? Al snel komt het voorgerecht: een bordje stevige sla, met niets meer dan olie, azijn en enkele walnoten. Ik volg Gabriëlle hoe zij haar tafeltjes bedient. Ze heeft de losse loop van een vrouw in het midden van haar leven die al weet hoe de wereld in elkaar zit. Haar rondborstigheid en haar donker geverfde poney zijn precies goed. Met de elegantie van een routinier brengt ze ons de borden met de dun gesneden faux filet, schept frites uit de schaal en zet vervolgens met een 'et voila!', alsof ze ons een verrassing bezorgt, de schaal met de rest van het vlees op een rechaud op tafel – met de fameuze saus (sinds 1956).
Alles, maar dan ook alles klopt aan deze plek en aan dit eten. Ik voel me volmaakt tevreden. En als ze afruimt, zeg ik in mijn beste Frans: Bien et simple, c'est le mieux. Pour Tous, zegt zij. Et pour la vie, zeg ik. Surtout dans la vie¹, zegt zij en glimlacht weer. Ja, was het maar altijd zo, zie ik haar denken. Als ze even niets te doen heeft, leunt ze op de toog, maakt grapjes met de andere serveersters, maar let goed op haar klanten. Als ze even verstoord omkijkt, terwijl ze ons dessert opneemt, zeg ik, wijzend op een tafel met veel jongetjes: la jeunesse. Ah, la jeunesse!, antwoord zij. En daar gaat ze weer, met die lichte nonchalante gang, net te langzaam voor een serveerster. ' En dan komt G's café liègeois en mijn crème caramel (nee, geen crème brulée!). Het ga u goed, Gabriëlle!
¹ “Goed en eenvoudig, dat is het beste – Voor alles – En voor het leven – Vooral in het leven”
Lees de vos van vandaag: 'Een zinnebeeld'.