Fietsavontuur door South-West Australia
Doen we het of doen we het niet ? We doen het niet ! We reserveren GEEN overnachting bij aankomst.. de toon is gezet, deze toon zullen we aanhouden.
Na enkele nachelijke uurtjes van fietsen en een minimum aan bagage inpakken, zitten we op de vlucht Brussel-Doha. In Doha slaat een misnoegde douanebambte slaat er ons BrickLaneBikes-gereedschapssetje aan, ondanks de calimero-houding en de mislukte overredingskracht van ons beiden. We hebben een 10tal uur om te bekomen in de luchthaven. De laatste etappe waar we de beentjes moeten stil houden brengt ons naar Perth, de grootste stad die het verst verwijderd is van alle andere steden.. In het holst van de nacht, op de stoep, beginnen we onze fietsen te assembleren. Om 5u komt het prille ochtendgloren piepen en slaan we onze eerste pedaalslagen. Australia here we come !
Grote infrastructuurwerken rond de luchthaven van Perth maken het als fietser onmogelijk om vlot de weg naar de stad te vinden, we hebben bovendien nog geen helm bij. Bij onze tegenvoeters heerst een strenge helmplicht en zijn er heel wat (al dan niet erkende) moraalridders. Wanneer we bovendien stranden naast de 'police Perth headquarters', worden onze zenuwen al helemaal op de proef gesteld. De zon komt op, we arriveren in rustige buitenwijken en de geur van versgemalen koffie prikkelt onze neus kortom : het 'net-aangekomen-opwinding' gevoel maakt plaats voor een 'yes-we-made-it gevoel' ! Het eerste contact met de Aussies is hartverwarmend. Behulpzaam en geïnteresseerd zijn de eerste indrukken. Indrukken die de ganse reis zullen domineren.
Een stop bij The Bicycle Entrepeneur levert ons de obligate helm, met een gerust gevoel (en een matzwarte Giro-helm) trekken we de stad in. We trakteren onszelf op een fles Jacob's Creek, maar de jetlag begint de kop op te steken. Na anderhalf glas vallen de ogen dicht en raken we maar net in onze hotelkamer. ... , onze hotelreceptionist bezorgt ons een suite met jacuzzi. Bovendien mogen we probleemloos de fietsen meenemen in onze kamer. Perth blijkt een zalige stad te zijn, overzichtelijk, niet al te hectisch en enkele zeer orginele, creatieve buurten. De meanderende Swan en heel wat groen bezorgen de stad frisse longen.
Bepakt en uitgerust verlaten we na 2 overnachtingen de stad, zuidwaarts. Om wat kilometers te maken, nemen we de 'bicycle-highway'. Een perfect aangelegd fietspad met 2 rijstroken, goed bewegwijzerd en lekker lopend asfalt. Enige nadeel : het pad ligt vlak naast de autosnelweg. In Rockingham eindigt de fietssnelweg en slaan we voor de eerste keer de tent op.
In België is het nu putje winter, in Australië hartje zomer. Waar het in Perth té warm werd (+35°C), wordt het wat draaglijker naarmate we zuidwaarts rijden en langs de kust blijven. Zon, zee en glooiend asfalt worden de ingrediënten van ons voorgeschoteld menu voor de komende week. Buitenleven is er daar de 'natural way' en de infrastructuur is er overal naar gebouwd. Ieder zelfrespecterend stadje heeft er een publieke barbequeplaats die 2x per dag wordt gereinigd. Even op het knopje duwen, en roosteren/bakken maar... Heb je het té warm, wat té veel gezweet : neem dan een douche naast de bbq en vlei je neer op een bankje.
Bunburry is de startplaats van 'Tourist Drive 250' : Caves Road. Locals hadden ons verwittigd dat deze weg nogal druk kon zijn, en nogal bochtig was. Ondertussen hadden we al door dat locals nogal vlug overbezorgd zijn en zeker geen Europese perspectieven gebruiken in veel opzichten (en wij de Australische maatstaven nog niet konden vatten). Caves Road staat bovenaan onze lijst van meest memorabele ritten tot nu toe. Eeuwenoude bossen, roemruchte wijngaarden (Margaret River territory), glooiend asfalt, meevliegende papegaaiën en zo goed als geen verkeer... 110km puur genot !
<!-- /* Font Definitions */ @font-face {font-family:"MS 明朝"; mso-font-charset:128; mso-generic-font-family:auto; mso-font-pitch:variable; mso-font-signature:-536870145 1791491579 134217746 0 131231 0;} @font-face {font-family:"Cambria Math"; panose-1:2 4 5 3 5 4 6 3 2 4; mso-font-charset:0; mso-generic-font-family:auto; mso-font-pitch:variable; mso-font-signature:-536870145 1107305727 0 0 415 0;} @font-face {font-family:Cambria; panose-1:2 4 5 3 5 4 6 3 2 4; mso-font-charset:0; mso-generic-font-family:auto; mso-font-pitch:variable; mso-font-signature:-536870145 1073743103 0 0 415 0;} /* Style Definitions */ p.MsoNormal, li.MsoNormal, div.MsoNormal {mso-style-unhide:no; mso-style-qformat:yes; mso-style-parent:""; margin:0cm; margin-bottom:.0001pt; mso-pagination:widow-orphan; font-size:12.0pt; font-family:Cambria; mso-ascii-font-family:Cambria; mso-ascii-theme-font:minor-latin; mso-fareast-font-family:"MS 明朝"; mso-fareast-theme-font:minor-fareast; mso-hansi-font-family:Cambria; mso-hansi-theme-font:minor-latin; mso-bidi-font-family:"Times New Roman"; mso-bidi-theme-font:minor-bidi; mso-ansi-language:NL; mso-fareast-language:NL;} .MsoChpDefault {mso-style-type:export-only; mso-default-props:yes; font-family:Cambria; mso-ascii-font-family:Cambria; mso-ascii-theme-font:minor-latin; mso-fareast-font-family:"MS 明朝"; mso-fareast-theme-font:minor-fareast; mso-hansi-font-family:Cambria; mso-hansi-theme-font:minor-latin; mso-bidi-font-family:"Times New Roman"; mso-bidi-theme-font:minor-bidi; mso-ansi-language:NL; mso-fareast-language:NL;} @page WordSection1 {size:612.0pt 792.0pt; margin:72.0pt 72.0pt 72.0pt 72.0pt; mso-header-margin:36.0pt; mso-footer-margin:36.0pt; mso-paper-source:0;} div.WordSection1 {page:WordSection1In Augusta besluiten we om een echt bed en contact met het thuisfront op te zoeken. Waar een bed redelijk lukt, lijkt de introductie van wifi nog niet geperfectioneerd te zijn. Waar in koeien van letters (letterlijk), opgeschilderd staat : Free Wifi ! Blijkt net vandaag een technische panne te zijn, en ook nèt gisteren en veel kans op morgen ook, althans de behulpzame barvrouwen. Dit is maar één van de vele percepties die we moeten bijsturen : jawel, Australië is een Westers, ontwikkeld land maar tevens enorm groot. Afstanden maken alles minder evident. Waar bij ons de hotspots heter zijn dan de zon, is het omgekeerde van toepassing bij de South-West Aussies. Dan toch een ouderwets kaartje sturen ? We berusten in ons lot en vragen een biertje
We laten het meest Zuid-Westelijke punt van Australië achter ons, vanaf nu enkel nog de neus in de wind, richting Oosten. Waar we voorheen verwend werden door prachtige fietspaden, openbare buitendouches en publieke barbeques lijkt het binnenland minder bedeeld te zijn met de nodige fondsen. Alles wordt net iets wilder, desolater, ruwer.. the wild West op zijn best ! Een doordeweekse dag ziet er als volgt uit : omstreeks 6u ontwaken, ontbijt en alles verzamelen, om 7u : 'hit the road' tot omstr. 12u. Lunch, schaduw opzoeken en omstr. 15u terug op ons aluminium ros tot het volledig duister is (rond 21u). Een zilt zeebriesje is allesbepalend voor het comfortabel fietsen.
Windstil betekent een loden hitte, waar enkel de rijwind het enigszins draaglijk maakt.Zweet en zonnecrème prikken de ogen roodgloeiend, drankflessen raken leeg en naarmate tijd verstrijkt begint de vermoeidheid zijn tol te eisen. Onze kaart toont de dichtbijzijnde campsite, nog een 20tal heuvelachtige kilometers. Een laatste drup, een laatste halt, we schrapen onze moed bijeen. Als een duivel uit een doosje komt plots een witte terreinwagen uit de bush gereden, de onstuimige chauffeur merkt ons op, trapt op de rem en komt met een zak naar ons toe gestapt : 'you want some fresh apricots ?'. Hij moest dat geen twee keer vragen ! Verse, frisse abrikozen zijn als een zoet engeltje die plast in onze uitgedroogde keel. Hij vraagt of we geïnteresseerd zijn om het mooiste plekje en de meest vriendelijke man van Zuid-Australië te leren kennen ? Tja, we kunnen daar moeilijk neen op zeggen..Hij tekent een plannetje, waar we verwacht worden binnen een dag of 2, daar zal zijn vriend Bruce, ons opwachten.
Aan de radiomast, rechts het poortje openen en een 5tal km weide, zand en bos doorkruisen, fietsen is er niet mogelijk. Letterlijk in the middle of nowhere... Plots verrijst een statig herenhuis naast een azuurblauw meer, welkom bij Bruce. Een grote, grijze goedlachse snor, getooid in short en laarzen vol vers beton, komt op ons toegestapt. Hij loopt mee tot aan de voordeur, smijt deze voor ons open en laat ons op ontdekking gaan en een plekje zoeken: my house is your house ! Hij gaat terug verder aan het werk, een verblijfplaats bouwen voor backpackers. In 1971 kon Bruce deze paradijselijke lap grond op de kop tikken, exploitatieplannen waren er nog niet. In de loop der jaren werd dit beschermd gebied ingekleurd als Walpole-Normalup National Park, maar Bruce kunnen ze zijn stukje niet meer afsnoepen. Over snoepen gesproken : 's avonds genieten we ten volle van versgevangen crabfish en versgeplukte avocado's. Alles wordt doorgespoeld met een XXL-portie alcohol. Na een voormiddag werken aan de backpackers-lodge, werpt Bruce ons de sleutels van zijn terreinwagen toe. Go have a swim ! And DON'T use your pushbikes, you pedaled already enough... En zo belanden we, als de echte locals, met onze terreinwagen op het strand, geparkeerd naast tientallen andere wagens, tegen de branding. Rare jongens, die Aussies.. Handrem op, duik in het water. Bruce zit vol twijfels over onze geplande doelen en geeft ons een lift tot in Denmark. We moeten beloven hem op de hoogte te houden en mocht er iets zijn, kent hij overal wel iemand. Na 3 dagen zitten we terug op onze fiets, zalig.
Een korte halte in Albany, de eerste Europese vaste stek (1826). Waar een Hollander eerst langskwam, een Fransman de boel ging opeisen, maar de Brit nèt een stapje voor was, met als gevolg dat Australië tot de gemenebest is gaan horen en Engels er de voertaal is.
De stranden van Esperance zijn onze volgende bestemming. De weg is langgerekt, op en neer, kilometers ver kijkend. We rekenen niet zozeer in afstand, maar in tijd. Het wordt een sport om te raden hoe lang het duurt tot we op het verste punt zijn. We gaan een vlot tempo maar beseffen dat we onmogelijk, enkel fietsend, op tijd in Adelaide kunnen geraken. Bovendien willen we nog een bezoekje brengen aan een Belgische hartsvriendin die 'in de buurt van Adelaide' woont. Er zit niks anders op dan af te stappen en te liften.
Een trio Engelse vrienden droomt er van om de Great Ocean Drive af te haspelen, één iemand met de motorfiets, het duo met de auto. Hun volgende bestemming, binnen 2 dagen : Esperance. Onze fietsen worden vastgegespt naast een stoere chopper op de aanhangwagen, de einder nadert telkens met een fractie van wat we gewend zijn. Crispy white beaches, here we come.
In Esperance schuifelen we aan, op een feest van de lokale zeilclub. Een gestreken hemd en broek gecombineerd met dandy mocassins behoort niet tot onze bagage maar we worden er alsnog met open armen ontvangen. Culinair het betere werk, na enkele avonden van een deugddoend blik stoofvlees met bonen.
Er is wat mist en regen bij het ochtendgloren en brengen een bezoek aan een schoenmakerij van vissenvel. We laten de kust achter ons en trekken het binnenland in. Volgende stop: Norseman, 200km. Deze weg staat nergens beschreven, heeft geen idyllische naam of illuster verleden. We twijfelen : liften of fietsen. Vertwijfeling is nergens goed voor en na een uur onsuccesvol liften (passage van ongeveer 15 voertuigen), draaien we de knop om. We slaan het been over de buis en zetten de molen in gang. Alles klopt : licht glooiende weg, zachte rugwind en beiden beschikken we vandaag over een stel superbenen. In ons enthousiasme vergeten we de drinkbussen bij te vullen en stellen dit stelselmatig uit, genietend van onze rush. In tegenstelling tot Vlaanderen, komen we er niet veel beschaving tegen en na 80km zijn we dan ook blij om de 4e klant van (Jack) te mogen zijn in de enige pub van Salmon Gums. Het wordt avond en de buddy van Jack stelt voor dat we onze tent opslaan achter het café.
Maar de Ginger Beer geeft ons vleugels, we besluiten nog een 40tal km van lat te geven en slaan onze tent op onder de sterrenhemel. Op weg naar Norseman komen we eindeloze, witte vlaktes tegen. Geïntrigeerd smijten we alle bagage van onze fietsen en gaan op verkenning. Ik waan me al vlug opponent van Sven Nys en het kleine-jongens-syndroom slaat (alweer) keihard toe. Crossen op een zoutvlakte, driften als (denkend) de beste, het smaakt naar meer... Een uitputtende maar voldane break. Alleen een deuntje van Ennio Morricone ontbreekt bij het binnenrijden van Norseman, voor de rest rijden we de perfecte Western binnen. Wat ontsnapte honden schudden ons wakker. We leggen een bed vast en zoeken de pub op, maar niet voor lang, want morgenochtend vroeg staan we paraat om te liften. Liften om de Nullarbour Plains door te komen. Norseman is de bottleneck in het Westelijke deel van deze onmetelijke vlakte die tijdens de zomer verschrikkelijk heet kan zijn. Over een afstand van +2000km staat geen noemenswaardige boom die beschutting brengt (Null Arbour = geen boom). Het doorkruisen van deze vlakte met de fiets is een aparte reis op zich en daarvoor hebben we niet genoeg tijd. We smeden een plan om meegepikt te worden met een Roadtrain (vrachtwagen met een aantal opleggers) en daar een reportage van te maken. Beeld en woord. Het plan is gesmeed, we zijn beiden overtuigd van een goede afloop, de aanpak kan beginnen...
We spreken iedere truckchauffeur aan, maar de meesten rijden de andere kant uit of ze kunnen maar één persoon meenemen of ze mogen geen passagier meenemen (company policy) of..of.. of... Bovendien moet er op deze route één of andere dwaas aan het moorden geslagen zijn, enkele jaren terug. En alsof dit nog niet genoeg is : het is 26 januari, Australia-day, de nationale feestdag. De moed zakt ons in de schoenen, de zon zakt aan de horizon. We laten het evenwel niet aan ons hart komen, en besluiten om de locals te vergezellen in de enige pub in town. Daar komen we te weten dat er heel wat mijnwerkers aan slag zijn in de goudmijnen in de buurt, maar niemand die aan de andere kant moet zijn.
's Morgens vroeg zijn we terug paraat. We besluiten alle mogelijke pistes uit te pluizen om de Nullarbor te doorkruisen, en splitsen op. Na enkele misverstanden stemmen we de onderlinge communicatie op punt. Elk om beurt liften en de ander gaat in het tankstation, op de pc, zoeken naar huurauto, treinrit, kopen van auto... Wanneer er enige beweging te bespeuren valt, laten we onze gsm rinkelen naar elkaar. Wat verdwaasd door het lange wachten, en het oplopen van de temperatuur reageer ik nauwelijks wanneer mijn telefoon trilt. Ik raap al mijn spullen bijeen en snel naar buiten. Op onze liftplaats, een 200tal meter verder, denk ik het silhouette van mijn droomwagen te ontwaren : VW Transporter California. 'k Wrijf me in de ogen en zet het op een spurten, geen fata morgana, maar de wagen van Chris en Mack. Dorine heeft zich voor het wiel van 2 overjaarse '68ers geworpen en hen kunnen overtuigen om ons een lift te geven door de Nullarbor. Yes, wàt een opluchting en wàt een droomscenario. Er wordt al vlug gepolst of ik mijn internationaal rijbewijs bij heb, en na een 400tal km neem ik het stuur over en gaan onze gastheren achteraan plaatsnemen. De frigobox gaat open, kroontjes worden gewipt : 'the bar's open!'. Een ritueel die zich de komende dagen zal herhalen. Mack en Chris zijn kameraden die op weg zijn om een vriend met een handicap op te pikken in Melbourne. Ze stralen rust uit, zijn gezond nieuwsgierig en hebben (figuurlijk) heel wat bagage. We aanzien ze dan ook al snel als onze Australische vaders. Voor een luttele meerprijs dan kamperen op een stuk brakke grond, kunnen we een kamer nemen in een roadhouse waar airco, douche en (en altijd even) proper bed klaar staan. We besluiten volledig mee te gaan in het vaderlijke reizen en laten de tent opgeplooid.
Terwijl onze gastheren, met biertje in de aanslag, zich vergapen aan de Australian Open op tv, nemen wij onze fietsen uit de aanhanger. Zonder bagage, vrij als een vogel, storten we ons in de outback. Onverharde, rode wegen en kangoeroes als konijnen. Er lijkt geen eind te komen aan dit schouwspel. De zon verdwijnt achter de horizon en onze oriëntatie is, net als de kangoeroes, verdwenen. Eén kleine lichtje aan de einder verraadt de enige beschaving en onze overnachtingsplaats: Cocklebiddy.
De volgende dag bereiken we de oostgrens van de onmetelijke Nullarbor. In Penong wordt ons een schunnige kamer met 2 verlepte bedden toegewezen, een schril contrast met hetgeen we de komende dagen zullen induiken. Het desolate landschap ruimt plaats voor beschaving, eindeloze, rechte wegen maken plaats voor bochten en noemenswaardige hellingspercentages. De eerste wijnranken doemen op.. welkom in Barossa Valley ! Op een overgevoelig neushaartje denk ik nog de geur van ingeöliede rennersbenen te herkennen. Blijkt de Tour Down Under-karavaan net gepasseerd te zijn is, Rowan Dennis op kop.
Mack wil ons het oude kopermijnstadje Burra tonen. We belanden er in een charmant hotel, generatielang uitgebaat door een sympathieke familie. We hadden onze doelstelling om Elise te bezoeken opgegeven in Norseman, maar onze vaders gaven ons hoop, meer zelfs, een lift. Een beurt bij de barbier en een nieuwe garderobe, klaar om bij onze vriendin binnen te vallen. Achter het stuur van ons busje rijden we onder de poort van Padthaway-estate door. Tussen de wijnranken doemt een prachtige gevel op, Elise komt ons toegelopen. We did it !
Enkele dagen bijkletsen, een laatste fietstrip (waarbij we de impressie hebben dat de witte papegaaien ons komen uitzwaaien) en tenslotte een lift naar Adelaide.
Zonnecrème is op, fietsen worden terug in kartonnen dozen geplooid, jassen worden terug bovengehaald..