In het spoor van Bauke
Sinds ik Groningen uitreed heb ik niet meer op de Mio gekeken hoeveel kilometer ik nog moet. Ik durf het eigenlijk niet. De wind is pal tegen en van een kracht die verraadt dat ik vlakbij de zee ben. Ik schakel nog lichter. Het is alsof ik een berg aan het beklimmen ben. Dan zie ik op mijn scherm dat ik straks linksaf mag slaan. De zijwind lonkt. In Noord-Groningen is zijwind een zegen. Ik rij de Bauke Mollema Tocht in februari en ik ploeter. Dit is fietsen in Nederland.
Woord en beeld: Ivo Pakvis
De Bauke Mollema Tocht kent drie routes. Eentje van een kilometer of zestig, eentje van iets meer dan 110 kilometer en de volle mep, die een afstand van 160 kilometer beslaat. Voor mijn februaritocht besluit ik om de 110 te nemen, een afstand die wat mij betreft lang genoeg is, gezien de weersomstandigheden. De tocht bestaat grofweg uit twee lussen: een oostelijke lus, die net niet door Arjen Robben-heiligdom Bedum gaat, en een noordwestelijke, die het Lauwersmeergebied aandoet. Tijdens beide lussen rijdt de wielertoerist door het Groningse vlakke land, waar het fundament voor Bauke Mollema’s wielercarrière werd gelegd.
>Met het oog op de Groninger wind, besluit ik de oostelijke lus als eerste aan te doen, omdat hier de wind veelal in de rug is en ik liever niet gelijk moraal verlies door me vanaf het begin direct stoempend door de polder te begeven. De lus verloopt op het gemak. Met een strakblauwe hemel is er alle tijd om rustig te beginnen en het fraaie landschap in me op te nemen. De eerste echte verrassing komt in de vorm van de kasseienstrook bij Zuidwolde. Nee, het is geen Bos van Arenberg, maar mijn gewenning aan vlak asfalt, gecombineerd met de stijve afstelling van mijn Specialized Venge, doen mij rammelend over deze strook gaan. Ik bots tegen elke steen, in plaats van dat ik er overheen glijd. Nu weet ik dat Mollema bepaald geen kasseienvreter is dus de opname van deze strook zal wellicht een beetje zelfkastijding zijn.
Na de eerste lus kom ik terug in Groningen en begin ik aan de tocht naar het Lauwersmeergebied. De wolken zijn inmiddels talrijk en de wind, daadkrachtig blazend uit het zuidwesten, trekt aan. Richting het noorden is het prima te doen, maar als ik naar het oosten draai, begint datgene wat ik vreesde. Tegenwind. Er is geen beschutting, geen pijnstiller, alleen de nietsontziende kracht van een wind, die flirt met kracht zes. Ik moet terugschakelen, steeds verder. Onderin de beugels en met een lelijke kop doe ik mijn uiterste best om door te stampen. Een boerin haalt haar post op en kijkt verbaasd naar mijn geploeter. Ze groet, ik groet terug en heb direct spijt. Het is adem die ik nooit meer terug krijg. De Mio is onverbiddelijk; ik moet nog kilometers verder op deze manier. Maar in de verte gloort verlichting, dan ben ik bij het Lauwersmeergebied en mag ik richting het zuiden. Met de wind uit het zuidwesten is dat nog altijd hard werken, maar het zal beter zijn dan dit.
Het Lauwersmeergebied is prachtig. Verre uitzichten in een mooi natuurgebied. Dat, in combinatie met de tijdelijke verlichting van de wind, doet veel deugd. Ik passeer Zoutkamp, voor de varende toerist een poort naar het Lauwersmeer. Fraaie plek, maar er is geen tijd om er een visje te eten. Nu de benen langer dan vijf minuten stilhouden is gekkenwerk; ik heb nog flink wat winderige kilometers te gaan. Na een uur keihard werken doet de route Zuidhorn aan. Baukes Zuidhorn. Hier begon de legende van Mollema, in dit soort wind werd de fundering gelegd voor een mooie wielerloopbaan. Dat zal voor mij anders liggen, maar dat Bauke aangetrokken werd door dit landschap, heeft zijn hardheid zeker geen kwaad gedaan. Groningen is in de verte te zien. Baukes bekende schoolroute zal ook nog wel gaan.
Ook zin om in Baukes voetsporen te treden? Download de route op bikegear.cc / Dit artikel verscheen eerder in Bikegear magazine.














