Alles is zo; Ongrijpbaar, On begrijpbaar.
AnasAbdin

PR's Tumblrdome
No title available
Sweet Seals For You, Always

JBB: An Artblog!
he wasn't even looking at me and he found me
h
Lint Roller? I Barely Know Her
i don't do bad sauce passes
tumblr dot com
One Nice Bug Per Day

pixel skylines
Alisa U Zemlji Chuda
Stranger Things
Xuebing Du
Three Goblin Art
TVSTRANGERTHINGS
Aqua Utopia|海の底で記憶を紡ぐ
trying on a metaphor
almost home
seen from Ireland

seen from Singapore

seen from United States
seen from United States
seen from United States
seen from United Arab Emirates

seen from China
seen from United States
seen from United States
seen from United States
seen from Italy
seen from United States

seen from Malaysia
seen from Malaysia

seen from Malaysia
seen from Netherlands
seen from Sweden

seen from China

seen from Malaysia

seen from United Arab Emirates
@fmqe
Alles is zo; Ongrijpbaar, On begrijpbaar.
Butterfly away
Keesje❤
Gedoe in de wereld van de amazone
De andalusier die ergens op mijn blog staat zou eigenlijk van mij en mijn moeder worden maar hij heeft teveel vocht in zijn benen en is dus afgekeurd. Hij paste erg goed bij ons en was overal goed in. Het is dus best wel balen, hij gaat nu de manege in en wij gaan opzoek naar een ander kameraadje, die wel word goedgekeurd door de dierenarts. Die stomme buigproef ook!
Woeste winden in het zuid-oosten
Buiten beukt de wind tegen de wanden van het hutje waar we in zitten, maar hier binnenin is het heel stil en rustig. Joost licht met zn ogen dicht op de bank. Hij ademt rustig. Ik kniel naast boras neer. Boras is een bordercolly, een hond. Ook hij slaapt. Ik ga tegen hem aan op het kleed liggen. Het is koud. Ik ril. Het is donker, maar ik kan niet slapen. Boras draait zit om en ik krijg een poot in mn gezicht. Hij word niet wakker van mijn gilletje. Ik probeer te slapen, maar het lukt niet. Vroeger sliep ik altijd meteen in. Maar alles was toen nog anders. Ik concentreer me op de ademhaling van joost en Boras. De volgende ochtend kan ik me niet meer herinneren waneer ik in slaap ben gevallen.
Ik weet dat ik niet kan spellen, maar er is tog niemand die het leest dus het is niet erg
f.mqe
Kennis is macht
Het is zacht weer, de lucht is helder en ik voel me verschrikkelijk. Mischien moet ik hier maar mee kappen. Het leven lijkt perfect. Maar dat is het natuurlijk niet. Ik weet niet wat ik er van moet vinden. Ik weet zoizo niet wat ik moet vinden. Ik werd naar Dit ressort gestuurd met een opdracht. Maar het is niet een makkelijke opdracht. Het is eerder een onmogelijke opdracht. Ik zucht. Waarom moet ik het nou weer oplossen? Warom krijg ik altijd de onoplosbare problemen toegewezen. Er zijn hier al twee wachters en een beschermheer geweest geweest. Wat moet een jager als ik hier nou? Mij was beloofd dat als ik jager werd ik de stoere klussen kreeg, maar ik ben alleenmaar het werk van de beschermheren aan het opknappen. Met mijn voeten plons ik in het water van het zwembad. Eigenlijk moet ik u onderzoek doen. Informatie is macht. Mijn zintuigen beginnen plots te gillen. Er zijn hier andere. Ik spring op, ren om het zwembad heen en ga de tuin uit het huis in. Daar zit de fee. De fee zonder krachten. Ik moet haar helpen, en alsof dat nog niet ingewikkeld genoeg is moet ik haar ooknog terwijl ze nog krachteloos is beschermen. De tovenaars zijn het grootste gevaar, zijn willen haar plantekennis voor hun duistere zaken. I ben bij tovenaars opgegroeid, maar ze hadden geen grip op me, omdat ik te anders ben. Toen ze ontdekten dat ik een elf was hebben ze me uit huis gezet. Ik ben toen samen met twee jongens uit een feeën familie onderweg gegaan naar het toen nog fabelachtige elfendorp. Daar hebben we de keuze gekregen tussen beschermheer, wachter en jager. Omdat we van buitenaf kwamen moesten we buiten blijven. De elfen die niet buiten elfendorp zijn opgegroeid moeten heel veel moeite doen om een van deze drie beroepen te krijgen omdat ze te wijnig van tovenaars feeën founen en mensen weten, de wijnig elfen van buitenaf moeten een van de drie beroepen kiezen omdat het elfendorp er nooit genoeg van heeft, het zijn gevaarlijke beroepen met een lange opleiding. De wachters zorgen dat het contact tussen het elfendorp en het toverkasteel, het feeën veld, het founenbos en de mensenwereld niet verslapt. De beschermheer zorgen voor de bijzondere feeën elfen founen en mensen. Zij moeten er voor zorgen dat de soorten sterk blijven en dat de wereld niet in een neergaande spiraal terecht komt. Ze beginnen alleen de grip op de mensenwereld te verliezen, mensen verwarren hun dromen met de werkelijkheid en denken dat ze ons verzinnen inplaatsvan dat wij ook bestaan. Wij jagers zijn een soort decttive's, wij jagen naar informatie en lossen daarmee zelfs de ernstigste problemen, ons motto is niets voor niets 'informatie is macht'. Ik hoor het zachte gezoem van e vleugels van de free zonder krachten. 'aaahh, je bent er a' zecht een zangerige stem. 'Goedendag' fluister ik, met een gebogen hoofd. Vertrouwen winnen is essentieel, en ze moet denken dat ik onschuldig ben, anders kan ik het net zo goed meten opgeven. Er zijnals heel veel wezens die mij un levensverhaal hebben verteld en daar later spijt van hebben gekregen. Da lieve kleine elfenmeisje was tog iets minder onschuldig dan gedacht. De elfen zijn danook zo slim om mijn problemen niet vantevoren ingelicht over wie ik nou eigenlijk echt ben, mij geven ze trouwens ook geen informatie, anders zou ik 'partijdig' zijn. Ik heb ze al een aantal keer gezecht dat het negende opslaat omdat ik zoizo altijd voor mezelf kies en dus partijdig ben maar dat was 'anders'. De fee zonder kracht zecht 'wees maar gerust, ik ben niet gevaarlijk, je kan hardop praten, noem me maar annemarie, en hoe heet jij?'. Ik blijf gebogen staan en zeg zacht 'mijn naam is Raa'. 'Dat is een mooie naam' zecht annemarie.ik knik zogenaamd verlegen. Feeen willen wezens altijd op hun gemak stellen. Mijn echte naam is trouwens niet Raa, maar vera. Namen geven macht, ik vertel nooit mij echte naam. Alleen de Alfa elf en mijn tovenaar ouders weten mijn echte naam. Zij hebben gezworen hem Nooit meer uit te spreken vlak voor ik werd verstoten en hebben zij er tot nu toe aan gehouden. Als je de naam van een elf zecht weet die elf dat. Het is een soort overlevingsmeganisme dat mij vroeger veel heeft geholpen. Ik wist altijd waneer ik mn tovenaar ouders moest afluisteren, of weg moest vluchten to ze weer bewaart waren. Ik ben al mijn hele leven anders geweest. Zelfs de andere elfen zijn niet hetzelfde. Ik ben altijd al een buitenstaander geweest, en dat is ook een kracht, een kracht waar anderen jalours op zijn en waar ik vaak gebruik van maak. Omdat ik anders ben is alles wat ik doe onverwacht, je kan mij niet inschatten. Ik jou wel, dus ik heb een voorsprong. Annemarie heeft een gele jurk aan. Ze heeft helder groene ogen en een bleke huid. Haar bruine haar krult rond haar schouders. Ze gaat op een lichtblauwe bak ziten en nodigt me naast haar uit. K ga zo ver mogelijk van haar weg op de bank zitten en laat een klein glimlachje over mijn gezicht schemeren. Zij lacht breed terug. Ze vraagt naar mijn reis, ik houw het koud en vraag naar de manier waarop ze word aangevallen door de tovenaars. Ze kijkt me verbaas aan, maar geeft wel Andwoord. Langzaam worden haar antwoorden emotioneler, en ik kom steeds dichter bij haar geheimen en haar levens verhaal. Ze stelt geen vragen meer aan mij. Dit is tog niet zo onmogelijk als gedacht,, Dit had de wachter ook uit haar moeten krijgen. De fee begint te huilen, ik troost haar. Ik glij met mijn hand over haar rug en voel precies waar ik hem verwachte een bobbel zitten. De tovenaar die haar de eerste keer had aangevallen had meer schade aangericht dan de wachters en Annemarie hadden gedacht. De tovenaar heeft een puur bronze bal onder haar huid geplaatst, brons zuigtabletten de krachten van feeën op. Met mijn nagels maak ik een klein sneetje in de rug van de fee en wip de bronze bal er uit. Ze slaakt een klein gillette als ze langzaam haar krachten weer opgang voelt komen. Ik laat haar de bal zien en ze bedankt me uitvoerig. Na een kwartier sta ik weer buiten. Nu moet ik terug naar het elfen dorp om verslag te doen. Ik zucht, zo gaat het altijd. Eigenlijk ben ik altijd onderweg. Ik haal mijn fiets uit de struiken waar ik hem had verstopt toen de fee die inmiddels weer krachten heeft nog terug moest komen van haar bijeenkomst. Ik stap op mn fiets en ga onderweg naar de trein, terug naar het elfen dorp. Opweg naar de volgende onmogelijke opdracht. Want ales is mogelijk als je maar genoeg weet.
Anders zijn is normaal
Weet je wat mij nog het meest irriteert? Al die mensen die zeggen dat ze rare zijn, of anders. Ze zijn geeneen allen echt raar, zo raar als ik. Ik ben anders. En dit mag dan wel opschepperig klinken in een maatschapij die anders zijn stimuleert, dat is het eigenlijk niet. De maatschapij stimuleert het om af te wijkenzolang het maar niet te veel is. En ik pas niet binnen in die lijntjes, ik heb zal overschreden toen ik werd geboren. Ik heb geen aandoening zoals mijn ouders lange tijd heben gedacht, ik ben gewoon niet helemaal menselijk. Ik mag dan wel het uiterlijk hebben van een mens, ik heb niet de temperatuur van een mens, ik kan geen dierlijke producten verteren en heb een massief geheugen. Als ik het zo opsom lijkt het veel leuker dan het eigenlijk is. Mijn temperatuur zal niet meer dan twee graden verschillen met de temperatuur om me heen, ik ben een zogenoemd koudbloedige. Ik kan geen dierlijke producten (behalve melk) eten omdat ik geen alleseter maar een planteneters ben. Als je een scan zou maken van mij maar al je er niet maar een zien zitten. Ik kan bijna eender onderwater blijven zonder boven te komen of dood te gaan. Dit allemaal mij verre van normaal, en wil je nu dus Nooit meer zeuren over hoe anders je bent? Bedankt.
be sweet to the animal inside you
f.mqe
lucht vol gedachten
opeens borrelde het idee in me op om uit het raam te klimmen. maar natuurlijk deed ik het niet, ik durfde niet. hoeveel kans is er nou dat ik, in een vrije val van een paar meter, opeens blijk te kunnen vliegen. het is nog nooit gebeurd (voor zover ik weet). dus ik deet het niet
its always better to fail in originaility than to suceed in imitation
a bag from a bookstore (berlin)
mislukt verhaal, who cares
Er glijt een schaduw over de muur. Ik krimp in elkaar, niet komen,niet komen, zecht een stemmetje naast me. de muur is koud tegen mn rug aan. ik ril. amon pakt mn hand vast, ‘we moeten hier weg’. ik glij met mn hand langs de muur en voel de klink van de deur ‘als er iets gebeurt , is het ieder voor zich’ fluister ik in zn richting. ‘ik zie je buiten’ zecht hij, waarna ik de deur open gooi en amon langs me schiet. ik knipper met mn ogen tegen het felle licht. aan het eind van de gang staat een bewaker, versteent. de deur achter de bewaker staat op een kier, ik zie nog net de grijze staart van amon door de gang achter de deur schieten. ik kom langzijm overeind. mijn lichaam schokt terwijl ik transformeer. nu moet ik amon achterna.
mijn vlucht naar beneden
Wat is het leven toch weer saai. Ik sta hier in m’n eentje op een berg. Ik heb werkelijk geen idee wat ik hier doe. Ik ben opgestaan uit mijn bed in het dal en gewoon hier heen gegaan, denk nu maar niet dat ik zelf dat hele eind heb geklommen, ik heb een abonnement op de kabelbaan. Opeens hoor ik iets achter me. Ik draai me om en zie niemand staan. Dan word ik verschrikkelijk boos. Ik schreeuw het uit. Ik neem een aanloop en spring. Ik val naar beneden. De lucht veegt m’n tranen van m’n gezicht.
Ik suis naar beneden. De grond komt steeds dichter naar me toe. Ik krijg een stekend gevoel in m’n maag en klap opeens dubbel. Ik hang stil in de lucht. Er zit een sterke arm om me heen. Hij drukt me tegen een warm lichaam aan. Ik probeer me los te trekken.er fluistert een zachte scherpe stem in m’n oor: kalm aan een beetje. Ik verbeter je leven nu al, zou je me niet een kans geven. En dan laat ik los. Ik laat alles los. Het leven druipt uit mijn lichaam. Ik benverlost. Ik glij naar beneden. Ik druip als druppels uit een wolk naar beneden. Opeens voel ik een verschrikkelijke pijn over mijn hele lichaam verstrekken. Diezelfde stem hoor ik nu weer, hij zegt: als je nu echt los laat zul je de eeuwighijd krijgen toegewezen, en dat wil je nooit in een miljoen jaar. Ik draai me om. En sla hem in z’n gezicht. Hij scrikt en laat los. Ik val in een rotvaart naar beneden. Mij hersenen ontploffen. Ik hou dit niet langer vol. Mijn tweede kans heeft geen zin gehat en nu ga ik dood. Eindelijk nix meer. Ik zucht van verlichting en klap tegen de grond.
Ik zie een gezicht voor me verschijnen. Ik voel een brandende pijn in mijn borst. Als ik naar beneden kijk zie ik dat er een metale stang recht door m’n borst gaat. Ik kan me niet bewegen. Het gezicht heeft ook een lichaam en tilt met z’n hand m’n hooft op, zo dat ik hem strak aankijk. Welkom op de tussenstop. Zegt het gezicht. Ik blijf het gezicht strak aankijken. Het gaat door met vertellen:jij kreeg een tweedekans en als je die los zou laten zou je nooit meer dood gaan. De tweede kans heeft jou los gelaten, dus nu ben je een van de wijnige doden. Je zult zomteen echt dood gaan. Je lichaam zal worden verbrand en je geest zal ophouden te bestaan. Ik ben je derde kans. Er zijn nu alweer drie opties;je derde kans aangrijpen en de staaf uit je borst trekken, de derde kans loslaten en toch in de oneinigheid blijven, en de derde kans. Terwijl hij ik trek je staaf er uit en je gaat echt dood zegt hoop ik dat het waar is wat hij zegt. Ik bid niet. Ik denk alleen maar. Het doet het. Langzaam voel ik de staaf verschuiven. Ik doe mijn ogen dicht, en het laatste wat ik voel is dat ik loskom van alles en er niets van mij over blijft.
Femqe Reijmers
please forgive me for all the things i did on my one way and not on yours
f.mqe
i now im not one of the best, but that iznt the same as 'your bad'
f.mqe
Marie en maneschijn
Thuis staat er een kerstboom in de huiskamer waar marie woont, maar op school in de lokalen zijn er niet eens lichtjes die aanduiden dat kerst op komst is. zelfs de gangen hebben alleen de eeuwige zwarte rekken waar je je jas aan kan hangen, om de muur mee te versieren . marie doet kerst niet zoveel, sinterklaas vind ze veel leuker, ze geloofd dan wel niet meer maar haar broer zus en ouders vieren het elk jaar nog trouw. Soms mist marie die tijd nog wel even, de tijd dat alles nog simpel was. Nu, nu ze ook nog eens volwassen moet worden, door binnenkort naar de middelbare school te moeten, en serieuze verantwoordelijkheden krijgt voor huiswerk en op tijd aankomen in de lessen, word het haar soms wat te veel. dan gaat ze op het randje van haar bed zitten en concentreert ze zich op de verhalen die uit haar geheugen komen aanspoelen, de sprookjes en mythen die haar ouders haar vroeger voorlazen. over heksen en radijsjes en mooie jurken en gemene stiefzussen en elfen. haar vader zij haar ooit dat hij niet van kerst houd vanwege de Kerstman die door coca cola is bedacht en vormgegeven. Hij houd zoizo niet van de invloeden die vanuit Amerika Europa binnensijpelen. maar als marie aan kerst denkt dan denkt ze niet aan de Kerstman en zijn elfjes die sinterklaas en z'n pieten na doen, maar dan denkt ze aan de enkele keren dat ze naar de kerk is geweest, met school, en dan mocht groep 5 het kerstspel spelen, waar ze al weken voor hadden geoefend. De enige klassen met een meester waren die van groep 5 en groep 8, omdat in die groepen er een groot toneelstuk werd opgevoerd. De toen enige twee meesters van de school waren tweelingbroers. Je kon ze gelukkig wel goed uit elkaar houden qua uiterlijk, want ze hadden precies de zelfde manier van doen. Vorig jaar zijn ze beiden met pensioen gegaan, wel hadden ze beloofd om toch nog dit jaar naar het kerst spel te komen kijken. marie vond ze aardig, ze had bij ze allebei in de klas gezeten als ze niet precies dit jaar met pensioen waren gegaan. de eerste had ze in groep 5 gehad, en die was heel lief en behulpzaam geweest, hij had niet een keer naar haar of een klasgenoot geschreeuwd, terwijl de juf uit groep 7 dat bijna wekelijks had gedaan. nu zat ze in groep 8 met een juf. de juf was best lief, en kon goed verhalen vertellen, maar tog was het anders dan ze allemaal hadden gehoopt.
ook dit keer krijgt de juf weer alle aandacht voor het verhaal wat ze gaat vertellen. marie gaat recht op haar stoel zitten en luistert aandachtig naar de met precisie en toewijding gekozen worden die vloeiend uit de mond van de juf glijden. het verhaal gaat over een jongen die op straat leeft van dat wat anderen niet meer willen, en uiteindelijk word geholpen door een meisje die vind dat hij niet alleen buiten mag zitten tijdens kerst avond. ze neemt hem mee naar binnen waar ze hem eten en droge kleren geeft en in haar bed laat slapen. op dat punt houd de juf op met vertellen, er moet nog meer gebeuren die middag en onder luit gesputter van verontwaardigde opmerkingen beloofd ze om het verhaal de volgende dag af te maken.
Die nacht droomt marie over de jongen en het meisje. ze droomt dat de ouders van het meisje er achter komen en dat de jongen maar het weeshuis word gebracht. opeens schrikt ze wakker van een bons op het raam. doodstil blijft ze liggen. zou er echt iemand zijn of heeft ze het zich alleen maar verbeeld? haar kamer licht op de eerste verdieping, maar tegen het huis staat de schuur met fietsen, en die staat onder haar raam, dus in theorie zou je daar op kunnen klimmen en zo bij haar naar binnen kunnen stappen. ze hoort nog een bons tegen het raam. met een bonkend hard gaat ze rechtop in bed zitten, en schuift ze het gordijn en stukje open. Het miezert. Marie wil het gordijn weer terug schuiven maar ziet dan plots iets bewegen. Daar op het dak van het schuurtje zit een klein bruin katje. Snel komt marie haar bed uit een trekt ze haar slippers aan waarna ze het raam verder opent en voorzichtig het dak van het schuurtje op gaat. ze is er wel vaker op geweest maar dat was in de zomer met haar vriendin. ze knielt op het dakje neer en steekt jaar hand uit naar het diertje. eerst word het katje bang maar daarna komt ze rustig steeds een beetje dichterbij. ze snuffelt aan haar hand en geeft zelfs een kopje. voorzichtig komt marie en klein beetje dichterbij, net dichtbij genoeg dat ze het doorweekte diertje op kan pakken en mee maar binnen kan nemen. Het diertje heeft er geen problemen mee om opgetild te worden. Marie stapt weer naar binnen en wikkelt het diertje in een grote blauwe handdoek. Het heeft een zwart vlekje in de vorm van een maantje op haar borst, waardoor marie besluit om het diertje maneschijn te noemen. als maneschijn weer droog is legt ze haar op het voeteneinde van haar bed waarna ze een droge piamabroek en sokken aan gaat aantrekken. ze trekt net haar linker sok aan als ze ziet dat maneschijn van haar bed af is gesprongen en de kamer verkent, marie giechelt , waarna ze het raam dicht doet, het gordijn er voor schuift en weer in bed gaat liggen. Al snel valt ze in slaap.
Als ze die morgen wakker word denkt ze dat ze het heeft gedroomd, totdat haar broer opeens de keuken waar zij haar brood staat te smeren binnenkomt met maneschijn in zijn armen, marie laat haar mes in de pindakaas steken en rent naar maneschijn toe. blij vertelt ze haar broer hoe ze het diertje s’ nachts van de schuur had gehaald. haar broer moet lagen en geeft maneschijn aan marie. marie geeft het diertje te eten van de katten brokken van de andere twee katten die hier wonen, en laat ze voorzichtig kennis maken. als ze dan op de klok kijkt moet ze haasten om nog op tijd te komen op school.
Femqe Reijmers
.ik ben een ruiter, en ik weet dat ik niet de enige ruiter ben, maar ik ben wel de enige ik.