Altijd handig, die Poolse gypsy-schilders
Negen uur stipt. Alsof ze in hun busje, die aan de buitenkant vol met roestplekken zit, zaten te wachten tot ze konden aanbellen. Niet de tijd waarop ik graag wakker wordt, maar soms heb je mensen die graag vroeg beginnen. Voor de deur staan drie mannen. Alle drie relatief breed en bij alle drie zijn de contouren van de buik zichtbaar onder hun afgedragen werkshirts.
Eén van hen neemt het woord. Ze zijn de schilders die komen schilderen. Toch mooi, mannen die weten wat ze zijn en wat dat betekent voor hun activiteiten. Kan Hans van Breukelen nog iets van leren. Wat ze kwamen beschilderen? Dat weten ze niet precies, iets met kappelletjes en iets op één hoog. Of ik het wel wist. Niemand vertelt mij ooit iets, dus nee. Ik neem de telefoon ter hand en geef aan dat ik wel even een belletje pleeg. De woordvoerder haast zich om te vragen of ik ook naar de kleurcode kan vragen. Gebiologeerd kijk ik hem aan, want dit soort woorden verwacht je niet van het stereotype schilder. Het woord kleurcode herhaal ik. Rolt wel lekker van de tong. Ja, zegt de schilder, zonder kleurcode kunnen ze niet schilderen.
Na een nietszeggend telefoontje kom ik terug bij de schilders om te merken dat de woordvoerder weer weg is. Ik spreek dus één van de andere twee aan, om er achter te komen dat hij geen Nederlands spreekt. “English?” vraag ik onzeker, het antwoord vrezend. De schilder kijkt me aan alsof ik vraag of hij water in wijn kan veranderen. Druk gebarend wijst hij naar z’n kameraad, die druk bezig is met het opbouwen van de steiger. Niet dat hij wel Nederlands spreekt, maar hij kan zich gelukkig wel uiten in een mix van Pools en Engels. Altijd handig, die Poolse gypsy-schilders.
Een kwartiertje later belt de Pools/Engels sprekende man aan met een dik stuk hout in z’n handen. Terwijl z’n gypsycollega tegen hun net opgebouwde steiger aan het duwen is, vraagt hij of onze voortuin een “hill” is. Ik vind het wel leuk dat onze voortuin vergeleken wordt met een heuvel, dus ik antwoord bevestigend. Het gezicht van de man klaart op en schreeuwt iets in het Pools naar de steigerduwer voordat hij zich weer naar mij keert. Of ik een “planka” heb, terwijl hij wijst naar z’n stuk hout. Natuurlijk niet, maar aangezien ik vannacht liever niet van mijn bed gelicht wordt door een gypsybende, geef ik aan dat ik wel even zal kijken. Na vijf minuten op de vliering door te hebben gebracht, geef ik aan dat we helaas geen “planka” hebben. De gypsy laat een zondvloed aan Poolse krachttermen los, schijnbaar was de “planka” best wel belangrijk. De steigerduwer haast zich om z’n telefoon uit z’n zak te pakken en zelf een belletje te plegen. Geamuseerd sta ik erbij en kijk er naar. Entertainment, en dat zonder 19% btw te betalen. Ik snap niet wat het probleem is van die cultuurhippies.
Burberry Niels belt. Hij heeft m’n tweet over de gypsy-schilders gelezen en vraagt of hij voordat hij naar z’n werk gaat nog even langs zal komen. Hoe graag ik ook gezelschap heb op deze suffe gypsy-schilder dag, zeg ik toch maar nee. De arme jongen is er nog niet klaar voor om geconfronteerd te worden met gypsies en hun bijbehorende gypsy-spullen. Het telefoongesprek wordt ruw verstoord door de deurbel. De gypsies vragen zich af of ik water voor ze heb. En een emmer. Graag koud water, iets kouder dan kamertemperatuur. Ik heb blijkbaar te maken met diva-gypsies. Steigerduwer rookt ondertussen een sigaretje, terwijl hij een radiootje aan de praat probeert te krijgen.
Nadat ze hun emmer water hebben, besluiten ze om een rondje door de buurt te lopen. Dat vind ik wel interessant, schilders die gelijk de buurt verkennen. Ken je omgeving en weet waar de nooduitgangen zijn, dat soort praktijken. Toch mooi dat ze dit ook in Polen kennen. Als ze terugkomen hebben ze beide één stoeptegel vast. Eindelijk hebben de gypsies een MacGyver achtige oplossing voor hun “hill”-voortuin probleem. Schilderen? Eerst nog even een rookpauze.
15:00, De achtertuin
De gypsy-schilders zijn klaar met de voorkant van het huis. Dat kan maar één ding betekenen, namelijk steigers afbreken, verplaatsen naar de achtertuin en daar weer opbouwen. Alleen een probleem: de achtertuin zit aan de kant van het huis redelijk volgebouwd en er is dus vrijwel geen plaats voor een steiger. De gypsies moeten dus dingen gaan verplaatsen.
"Is no problem" zegt de gypsy die een paar woordjes Engels spreekt, voordat hij aan de tuintafel begint te trekken. De beste man weet alleen niet dat het stenen tafelblad met machines de tuin is in gereden, aangezien het te zwaar is om te mogen tillen. Na een paar minuten huffen en puffen besluit de gypsy dan ook maar om de steiger een soort van loodrecht op het huis te plaatsen. Z'n collega kijkt hem verdwaasd aan. De steigerbouwer brabbelt iets in het pools tegen hem, om daarna mij "will work" toe te snauwen. Ik neem dat maar als een teken om te vertrekken.