Raad voor de Journalistiek klacht RVDJ
Klacht RVDJ. Heb je ooit de moed verzameld om een klacht in te dienen bij de Raad voor de Journalistiek? Dan ben je vast een optimist. Want laten we eerlijk zijn: als je daar een klacht indient, stap je eigenlijk in een soort journalistieke escape room, maar zonder de sleutels om eruit te komen. Het is alsof je in een zaal vol collega-journalisten belandt die elkaar beter kennen dan hun eigen familieleden. Je weet wel, "wij", journalisten onder elkaar. Het is een soort besloten club, waar iedereen elkaars slechte grappen begrijpt en gezamenlijke belangen deelt, alsof ze op dezelfde groepsapp zitten waar alleen insiders toegang toe hebben. De raad besluit volgens mij niet 'in het algemeen belang', nee, maar wél 'in het belang van de journalistieke sector'! En het mooiste is, je ziet het verschil niet eens meer.
RVDJ zou moeten staan voor “Onafhankelijke instantie voor zelfregulering van de journalistiek”? Laat mij niet lachen! Dat klinkt ongeveer net zo geloofwaardig als een vos die belooft de kippen te bewaken. Zelfregulering in de journalistiek is als een feestje waar de gasten zelf de regels maken en niemand de moeite neemt om de muziek zachter te zetten. Onafhankelijk? Misschien op papier. In werkelijkheid is het gewoon een groepje insiders dat elkaar beter kent dan hun eigen familie en beslissingen neemt die blijkbaar vooral goed zijn voor henzelf.
Het proces is natuurlijk supersimpel. Je dient een klacht in en voilà, je klacht komt op het bord van een raad die – verrassing, verrassing – bestaat hoofdzakelijk uit journalisten en sectorgenoten. 'Ja, dat klopt!' De journalisten over wie je klaagt, zijn toevallig ook de journalisten die beslissen over jouw klacht. Een beetje alsof je ruzie maakt met je broertje en dan je ouders vraagt om te bemiddelen, maar ze staan al op je broertjes’ verjaardagsfeestje met een taart in de hand.
Vooringenomenheid bij een RVDJ klacht? Nee joh, hoe kom je erbij? Zij noemen dat "onderling begrip". De objectiviteit waar iedereen zo graag over praat, hebben zij gewoon lekker in de kast gezet, naast dat potje idealisme waar ze ooit zo vol van waren. Dat gebruiken ze toch niet meer. Mijns inziens worden RVDJ klachten bij hen behandeld zoals een strijkplank in de hoek van de kamer: met veel enthousiasme opzijgeschoven zodat niemand zich eraan hoeft te storen.
De Raad voor de Journalistiek is namelijk opgericht door journalisten, voor journalisten. Je weet wel, zoals een clubje vriendinnen dat hun eigen beautywedstrijd organiseert en dan verbaasd zijn als ze elkaar de hoofdprijs toekennen. "Oh, wat een verrassing! Weer een journalist die door journalisten is vrijgesproken!"
En mocht je denken dat je na de uitspraak gewoon rustig verder kunt leven, nee hoor. Die beslissing van de Raad RVDJ blijft, net als je vroegere Facebook-posts, voor ALTIJD op het internet hangen. Verwijderen? Geen schijn van kans, daar doen ze niet aan mee. Weerwoord? Ha, droom verder! Je klacht verdwijnt, maar hun beslissing niet. Het internet is als een stugge kleefstrip: wat eraan blijft hangen, laat nooit maar dan ook nooit meer los.
Dus daar sta je dan, met lege handen en een klacht die sneller is afgeschoten dan je ze kon formuleren. Het voelt een beetje alsof je een sneeuwbal naar een muur gooit, en de muur blijft gewoon lekker staan zonder zelfs maar een deukje. Totaal eenzijdig, alsof je een discussie voert met je eigen spiegelbeeld dat steevast hetzelfde blijft herhalen: "Wij hebben gelijk, en jij… nou ja, ik had misschien iets beters kunnen doen met mijn tijd."
Dus, heb je ooit overwogen om een RVDJ klacht in te dienen? Doe gerust, het is een fantastische ervaring. Je hebt niets te verliezen – volgens mij - behalve misschien je geloof in een eerlijke behandeling. Maar hé, geen zorgen: je klacht verdwijnt wel, en de Raad voor de Journalistiek blijft altijd lachen.
Na die ontmoedigende ervaring met de Raad voor de Journalistiek, is het tijd om even op adem te komen. Misschien denk je nu: “Ach, laat ik het maar achter me laten en doorgaan met mijn leven.” Maar wacht! Dit verhaal is nog lang niet afgelopen. Nee, er is meer – veel meer! Laten we even stilstaan bij de nasleep, want geloof me, het blijft niet bij die ene afwijzing. Nee hoor, het hele circus begint pas echt als je besluit dat je verhaal nog niet verteld is. Want als journalist weten ze dat ze de bal nooit zomaar kunnen laten liggen, zelfs niet als die open doel hebt gemist waar alle journalisten op de tribune je luid toejuichen.
Je zou denken dat de uitspraak van de Raad voor de Journalistiek, net als een ouderwetse typemachine, snel in de vergetelheid zou raken. Maar helaas, het is meer als een permanent neontatoeage op je reputatie, fel en zichtbaar voor iedereen die ooit even ‘googelt’. Iedere keer dat je denkt: “Nou, ik ben er klaar mee,” zorgt het internet ervoor dat die uitspraak als een boemerang terugkomt. Je kunt rennen, maar verstoppen? Vergeet het maar. De beslissing blijft hangen als een vervelend kerstlied dat je niet uit je hoofd krijgt, zelfs in juli.
Nu denk je misschien: "Ach, wat maakt het uit? Mensen vergeten snel, toch?" Maar helaas, de uitspraak van de Raad blijft niet alleen op het internet. Nee, ze heeft de neiging om net als een misplaatste roddel rond te gaan op feestjes en netwerkborrels. Voordat je het weet, hoor je iemand in de hoek fluisteren: “Oh, heb je gehoord dat hij/zij een klacht had ingediend? Ja, bij de Raad voor de Journalistiek… en natuurlijk werd die klacht afgewezen. Tja, wat had je verwacht?" En daar ga je, beroemd binnen de besloten kringen van mensen die elkaar al kenden voordat jij überhaupt je eerste artikel had gepubliceerd.
Maar goed, je zou nog altijd een poging kunnen wagen om je naam te zuiveren. Misschien een verklaring op je eigen blog? Of een tweet? Want zoals we allemaal weten, als er iets is wat het internet fantastisch doet, dan is het wel luisteren naar genuanceerde argumenten, toch? Totaal. Niet. Je tegenaanval zal hoogstwaarschijnlijk net zo succesvol zijn als proberen een lekke luchtbed op te blazen met een rietje.
Wat je ook doet, onthoud: de Raad voor de Journalistiek heeft hun oordeel al geveld. En zoals ik al zei, dat oordeel blijft plakken als kauwgom onder je schoen, een last die je meedraagt of je het nu wilt of niet. Je kunt het proberen af te schrapen, maar het laat altijd een spoor na. Een eenzijdig spoor, dat je constant herinnert aan hoe de spelregels in de journalistiek altijd een beetje… laten we zeggen, flexibel zijn, afhankelijk van wie de regels schrijft. En geloof me, dat zijn meestal niet de mensen die de klachten indienen.
Maar hé, laten we het van de zonnige kant bekijken! Nu ben je in ieder geval een ervaring rijker. Een ervaring die je kunt delen met vrienden op verjaardagen, waar ze je geschokte blik zullen bewonderen terwijl je vertelt over je avonturen bij de RVDJ. Misschien krijg je zelfs een glimlach als je de punchline van je verhaal brengt: “En weet je wat het ergste is? Ze kennen elkaar allemaal!”
Dus daar ben je dan, een leek in een wereld vol journalisten die elkaar al jaren kennen. Welkom bij het spel! De spelregels? Die zijn fluïde. Het doel? Blijf overeind in een arena waar objectiviteit net zo zeldzaam is als een kop koffie die precies op de juiste temperatuur blijft. Oh, en die klacht van jou? Die zal nooit vergeten worden, althans, niet door het internet. Of door die ene collega die je bij elke netwerkborrel subtiel eraan herinnert: “Hé, heb je nog iets gehoord van die klacht bij de Raad?”
Kortom: de Raad voor de Journalistiek is niet zomaar een instituut. Het is een ervaring. Een reis. Een avontuurlijke tocht vol vooringenomenheid, belangenverstrengeling en internetveroordelingen die blijven hangen als… nou ja, je snapt het punt. Of je er nu klaar voor bent of niet, je naam blijft kleven, je verhaal blijft onverteld en je klacht? Ach, die was eigenlijk al vergeten voordat je hem had ingediend.
En zo rollen zij verder, journalisten onder elkaar… met hun beschermheer die "objectieve" Raad voor de Journalistiek …