Berlijn zonder aanmerkelijk doel
Luftwaffe, stinklangweilig, buchstabieren. Ik ging naar Berlijn en dit waren mijn favoriete Duitse woorden. Auflauf kwam er later bij, buchstabieren is daardoor gesneuveld (maximaal drie). Dit tiende bezoek was een mix van routine met nieuwigheid, maar de grote hoeveelheid nieuwigheid maakte juist van de nieuwigheid routine.
Ik ging alleen heen, en las in de trein Dorsvloer vol confetti, keek The Hours, dacht terug aan voorbije dagen. Ik zou de rest van mijn leven in een trein kunnen spenderen, echt. Zolang ik maar bij het raam mag. Vlak voor aankomst kreeg ik het heldere inzicht dat er zoveel mooie dingen zijn. De eerste pagina van een boek, filmmuziek, cd-hoesjes. Allemaal gemaakt om het leven mooier te maken, voor ons, voor mij. Uit mijn flesje water nam ik wel vier keer een laatste slok. Die laatste drie keren waren niet nodig geweest.
Berlijn zag wel een beetje pips. Ze voelde koud aan, en was volgens mij ook niet superblij om mij weer te zien. Misschien omdat ik na die zes urige treinreis verfomfaaid was en rook naar de Griekse magnetrontosti uit de restauratie. Ik zocht mijn bed bij Kottbusser Tor in Kreuzberg en sliep, na een halve liter Augustiner, als een os.
De volgende dag liep ik een kwartier door Berlijn en was zo'n bom inspiratie geworden, dat het er wel heel dik bovenop lag. Ik was een weg ingeslagen en zat op een pleintje in de zon waar ik nog nooit was geweest. Vol gefocust op de echte authentieke Turken-experience in Kreuzberg. Inclusief kaas, olijven, roerei en een onmogelijk klein Turks theeglaasje. Waar laten die Turken hun neus? Ze plakken stickers op de letters van de straatnaambordjes, dat vinden ze handig of leuk. Daardoor wist ik niet waar ik zat en dat deed wel afbreuk aan mijn authentieke ervaring, want hoe kon ik nou achteraf aan iemand vertellen bij wat voor leuk echt Turks tentje ik mijn ontbijt had genuttigd? Ik kon natuurlijk ook zeggen dat ik niet meer wist waar het precies lag, maar dat het vlakbij Gorlitzer Park was, en dat is een zeer correcte locatie.
Zowel de nieuwe plekken als de plekken der herinnering hebben aantrekkingskracht. Ik staarde een tijdje naar de voorbij glijdende wolken, nadat ik zeker tien minuten op de kaart had gestaard. 'Oh, en dan zetten we dit daar neer, en dan loopt die weg zo.'
Aan het einde van de middag was mijn stormachtige inspiratie met de wolken mee afgedreven, zo leek het. In een café op de Oranienstrasse dronk ik een halve liter Augustiner en schreef wat op, maar niet meer van harte. Zat een beetje te loeren naar de knappe meisjes die de mensen halve liters Augustiner voerden.
De volgende dag ging een langgekoesterde wens in vervulling: een rondje S-bahn. In plaats van uitstappen en de kou in lopen mocht ik blijven zitten, en daar werd ik elke halte weer aan herinnerd. En als ik had gewild, dan was ik twee rondjes gegaan, of zolang tot ik op een rangeerterrein was geëindigd. Nee, ik ging precies één rondje. Ik had Dominik Eulberg in mijn oren, de zon scheen vol en de raampjes stonden open. Met een beetje fantasie zat ik op de achterbank van een auto, op weg naar een kampeervakantie in Frankrijk. Ik heb de volle ronde rondgeschreven, met de klok mee beginnende op half 6 ofwel Tempelhof, er was zoveel.
De inzittenden verversten zich, en ik zag de S-bahn als instant verwijderaar van alle nog te ontstane writer's blocks, zodat ik de rest van mijn leven in de S-bahn kon slijten. Het leek erop dat ik in deze dynamiek van het constante moest blijven.
Ik was inmiddels in noordwestelijk Berlijn en had inktvlekken op mijn vingers gecreëerd. Ik zag Siemens en Wedding, waar ik nog nooit was. Ik wilde foto's maken van mijn uitzicht, maar ik schaamde me. Omdat het foto's waren van een bouwmarkt en een Aldi. Een opgeschilderde parkeergarage van Bayer. De warme, zachte stof van de bank, waar alle haartjes dezelfde kant op staan, kroop verder in mijn billen en benen.
Graffiti, een groot circus voor muizen: ik was weer in oost, bij de Schonhauser Allee en maakte pardoes een foto, zonder schaamte. Nu kon het ineens. Ik kwam op bekend terrein: Frankfurter Allee, Ring-O-center. Ik keek weer op de kaart en miste zo zicht. Ik zou nog een keer moeten. Ik kwam bij Ostkreuz. Het stak schril af bij de bling van de Fernsehturm op Alexanderplatz, in de verte. Hier wonen de mensen die niet meedoen aan wat elders gebeurt, het krakersstukje. Daarna verslapte mijn aandacht en was ik ineens weer op Tempelhof. Ik stapte verschrikt uit, het voelde te vroeg.
Daarmee eindigde mijn individuele tourist tour en zocht ik de groep van dertien op. Ze waren op Boxhagenerplatz in Friedrichshain, met een halve liter bier in de hand. Vanaf dat moment maakte ik geen aantekeningen meer, maar zorgde ik ervoor dat ik alles zou gaan onthouden. Ik opereerde tenslotte op het scherpst van de snede.
Na drie dagen was ik alles vergeten.
In de auto op de terugweg deed ik nog wel een poging tot archiveren, en daar staat het volgende:
- Rocco is verliefd op Annelies
- Gerrieke is verliefd op Annelies
- in Prenzlauerberg hebben families gemiddeld drie kinderen
Dat was het. De resultante van een week onderzoek zonder aanmerkelijk doel en vakantie. Ik had een nieuwe favoriete-woorden-top3 en ik had door het rondje S-bahn alle routine aan elkaar geknoopt.