Tijdens het tekenen // 30.4.26
if only I could find better words...
misschien moet ik het beter verwoorden…
// verwoorden want taal is voorwaarde voor communicatie
verwoorden want als ik het (probleem) niet duidelijk kan uitleggen zal niemand mij begrijpen, zal het niet bestaan
verwoorden want als je het zelf nog niet eens kunt uitleggen, wat wil je dan van mij?
Sit with the uncomfortalbe
feel it being digested – feeding you – composting you (partly)
the only way out is through they say
// als we het water een stem kunnen geven, zullen we zorg voor haar gaan dragen
een menselijke stem moet het worden, aan een menselijke tafel, anders bereik je nooit iets
// Pas je aan, voeg je in, kanaliseer, beheers
spreek onze taal zodat we iets met je kunnen
zodat we je kunnen horen
zodat we je kunnen categoriseren
in onze data opnemen, becijferen!
// Het water is vrouwelijk en we moeten haar inperken.
Ze is een gevaar, ze is niet te vertrouwen, ze organiseert haar eigen definities, ze filtert zichzelf door stroming en samenwerking, ze wisselt uit, ze belichaamt verandering en wederkerigheid, ze geeft en ze neemt zonder moraal. Ze is vervuild, ze is slecht.
Het net met de mazen, groot genoeg om insecten door te laten en vogels tegen te houden. Een iets minder dan mensgrote opening, uitnodigend. Een zwevende, golvende beweging die tekeningen draagt, van mogeljkheidsvormen en spiralen, spoelen vol energie, in ballpoint op papier.
Op de andere zijde van die lange stroken, potloot en grafiet. De wortels die onder het fietspad groeien breken het open, tonen de gemaaktheid ervan. Help! Zoek een oplossing, plak een pleister, vlug! Ze zullen onze ruimte niet terugkrijgen!
Meer asfalt, grillige tekeningen van machinale lijnen verbergen en accentueren de breuken, voor een tijdje.
De gedachten die de hersenmist doorsnijden zijn alleen degenen die met harde hand optreden. Degenen zonder compassie, degenen die zeggen: ‘’en je weet dat ik gelijk heb, geef het nu maar toe’’. Daar waar energie niet vrij kan stromen worden essentiële elementen geroofd om gewoon door te kunnen gaan. Steeds meer processen verzanden, verharden, drogen op. De huid en de aarde schreeuwen in stilte. Het gekwetter van buiten dingt alleen sporadisch door. Toch is elk geluid, elke aanraking, te veel.
En dan het zeewier, het soort dat alomtegenwoordig is aan de kust hier bij Vlissingen*. Blaaswier met hun bescheiden houvast en indrukwekkend drijfvermogen. Een filter, een wezen, door zonlicht gevoed. Jodium, natrium, calcium. Co2 in zuurstof, de longen van de zee. Adem in, adem uit. Zwevend, deinend met het tij – ik voel mijn voeten weer, hoe ze de grond raken, dat ze er zijn. Magnetisme dat ruimte geeft voor hernieuwd aanwezig zijn. De mist onthuld onvermoede structuren. Hoe voelt dat? Hoe leef je dit? Wat is voedend en welke rouw wil gevoeld worden?
// We moeten het repareren. Nee. Jij moet je zelf eerst repareren, pas dan praten we verder (misschien).
*In de zomer merk je dat minder op, omdat de stranden dan schoongemaakt worden met machines die, naast het plastic en ander afval, ook het zeewier en ander strand-eigen-materiaal verzamelen.