Leraar voor het leven
Als je een financial bij de overheid een non-airconditioned kamer zou geven die hij moet delen met minstens 30 collega’s, een salaris betaalt dat fors beneden dat van zijn peers is en een computer van minstens 10 jaar oud geeft, wat zou hij dan doen? He would run away screaming.
Dit stelde Maghalie van der Bunt-George, partner bij Deloitte & Touche en Algemeen Directeur van de Vereniging Protestants Christelijk Onderwijs op Curacao, eens toen ik haar interviewde.
Mijn grote zus, wethouder Jeugd, Onderwijs, Integratie en Emancipatie van Delft, slaakte een zucht van verlichting toen ik vertelde dat ik na 10 jaar ploeteren in het onderwijs eindelijk een leuke kantoorbaan had met een fatsoenlijke bureaustoel, dito salaris en corporate computer.
Aan mijn vriendinnen appte ik vorige week:
“Het is fantastisch. Ik heb geen gezeik aan mijn hoofd van kinderen of ouders, een normaal salaris, airco, en waardering van collega’s en klanten. Ik weet niet wat ik meemaak.”
Van 2009 tot 2020 gaf ik Engelse en Nederlandse les op verschillende middelbare scholen. Doorgaans met mijn eigen computer, omdat de meeste scholen geen geld hadden voor behoorlijke ICT. En voor een karig salaris, zeker als je alle onbetaalde overuren, die je als juf standaard maakt, meetelt. Dus deels omdat ik het leuk vond, maar ook zeker uit financiële overwegingen ben ik er altijd freelance communicatiewerk bij blijven doen.
Ben ik de enige die klaagt over de werkomstandigheden in het onderwijs? Zeker niet. Ben ik een van de weinigen die erin is geslaagd over te stappen naar een andere sector? Dat wel. Terwijl ik denk dat docenten, juist docenten, wendbare types zijn. Ze kunnen goed uitleggen, luisteren, plannen en organiseren. Ze moeten meegaan met hun tijd. En last but not least: ze beschikken over eindeloze porties incasseringsvermogen en geduld. Anders overleef het je het simpelweg niet voor de klas.
Toch zijn de meeste leraren zo trouw dat ze hun leerlingen maar moeilijk in de steek laten. En daarbij: de arbeidsmarkt geeft hun maar weinig kans om eens iets anders te proberen. Leraar ben je nog steeds voor het leven. Dat is prachtig, mits je dat ook zelf wil. Maar om eerlijk te zijn, ik was er na 10 jaar echt wel klaar mee. Ik heb het meer dan fantastisch gevonden, ontzettend veel geleerd en er de warmste herinneringen aan overgehouden, die ik altijd zal koesteren. Maar 10 jaar was voor mij meer dan genoeg. En ik denk voor velen met mij. Wie heeft er immers nog 10, laat staan 40 jaar lang, dezelfde baan?
En eerlijk is eerlijk, het gebrek aan variatie was niet de enige factor. Want hoewel al mijn studievrienden zware kantoorbanen hadden waar ik hen op zich niet om benijdde, was het pijnlijk om te zien dat het startsalaris van een stagiar advocaat meer dan het dubbele bedroeg van dat van een beginnend docent. Maar, werd dan meteen aangedragen: ik had zoooo veeeeel vakantie (waarin ik mijn correctiewerk en lesvoorbereidingen deed).
De kloof tussen de levensstijl van mijn studievrienden en mijzelf werd in die early career years alleen maar groter. Het advocatenstartsalaris werd al snel verdriedubbeld, terwijl mijn jaarsalaris met een euro of 40 omhoog ging. Maar, hield ik vol, ik leefde mijn passie. Ik leerde jonge mensen de ins and outs van d en t, en als ik geluk had kon ik nog eens een wijze grotemeisjesles uit de doeken doen op een onbewaakt mentorlesmoment. Ik had er nog steeds zin in.
Totdat ik op een zeker moment in de gaten kreeg dat er niets zou veranderen. De leerlingen zouden dezelfde grapjes blijven maken en dezelfde vragen blijven stellen, mijn collega’s zouden in de driejaarlijkse rapportvergaderingen dezelfde stokpaardjes blijven berijden en dezelfde proefwerken blijven geven (ik nam het hen niet eens kwalijk; iedereen was uitgeput). Ik zou min of meer hetzelfde salaris blijven verdienen en dezelfde dingen blijven uitleggen, keer op keer. Dus. No more, I said.
Ik mis de kinderen, die ik heb zien groeien en goede en slechte dingen heb zien doen. Ik mis de structuur: schoolweken waren intens, maar in de vakanties stond het mailverkeer min of meer stil. Ik mis de flexibiliteit: ik was op school tijdens de les, maar waar ik mijn lessen voorbereidde en correctiewerk deed bepaalde ik zelf.
Maar toch, vooralsnog ben ik dankbaar. Voor elke dag waarop ik niet volledig overprikkeld thuiskom. Voor de vrijheid om mijn eigen werkdag in te delen en eigen ideeën uit te voeren. Voor mijn eindelijk marktconforme salaris en en de faciliteiten op mijn nieuwe kantoor. En met name voor de afwezigheid van ouders die me te pas en (met name) te onpas vertellen hoe ik hun kroost het beste kan onderwijzen.
Tegen mijn oud-collega’s zou ik willen zeggen: leraar ben je niet altijd voor het leven. Althans, niet per se praktiserend. Je hebt een schat aan vaardigheden die ook op andere plekken hard nodig zijn. En je mag klagen. Dan vinden ze je maar een zuurpruim. Want je doet zwaar en belangrijk werk, maar je wordt daar onvoldoende voor beloond. En dat zal ik desgevraagd aan iedereen blijven vertellen. Wie weet luistert er iemand.













