Nu zaterdag zal't namelijk exact een jaar geleden zijn dat ik voor (on)bepaalde duur vrijwillig een ziekenhuis binnenstapte wegens diagnose van het harde woord 'depressie' en het meer-begrijpelijke-woord "burn-out" dat ik er zélf van maakte.
't Was toen vrijdag en Manlief moet met de late gestaan hebben, aangezien wij samen rustig aan ons ochtendritueel bezig waren (lees als: ik bevond mij reeds in de badkamer en Manlief lag nog 'prut' uit zijn ogen te wrijven in ons echtelijk veel-te-klein bed) toen mijn GSM rinkelde (niet heus, toen had'k nog liedjes op dat mobieltje, dus echt rinkelen kan je dat niet noemen).
Na dat ongelooflijk korte telefoontje gebeurde alles in'n soort roes. Ik stapte onze slaapkamer binnen en kon op één of andere manier de zin "er is een plaats vrijgekomen in't ziekenhuis, ze verwachten mij dus 'k moet inpakken..." nog net uitbrengen, om dan meteen in diezelfde roes ook La Mama (die toevallig die dag pedagogische studiedag had op school, waardoor het iets makkelijker voor haar was om naar huis te komen...alsof het zo moest zijn, toch?) op te bellen met datzelfde nieuws. Of ik daarna zelf Pappie nog gebeld heb of dat hij't nieuws reeds vernomen had en zodus zelf die telefoon nam, weet ik zelfs niet meer, want ondertussen was'k te druk bezig met door de tranen heen mijn prachtigmooie groene toen-was-Oilily-nog-mooi-weekendtas in te pakken met whatever the hell je zou kunnen nodig hebben daar. Of toch, dat liet'k iedereen denken, aangezien ik eigenlijk niet echt van plan was om "er nog lang te zijn" (en dan bedoel ik jammergenoeg niet gewoon 'in het ziekenhuis' met dat woordje 'er'), hoe zou ik anders in hemelsnaam zijn toegekomen met enkel'n weekendtas?
De zon scheen trouwens veel te hard toen'k daar met bang hart, maar nog lichtjes-grappend (schrikt iemand daarvan?) met La Mama en Manlief aan de zijde over die parking wandelde, gezien er die dag net heel weinig plaats was en we zodus al op het tweede deel moesten parkeren.
"Of ik internet wou?" was't volgende dat'k hoorde. Shit. 'k Was al ingeschreven.
Tuurlijk wou ik dat. 'k Ging Manlief veel te lang (ik dacht nochtans dat't maar voor enkele dagen zou zijn, hoe lang kan zo'n burn-out nu nog duren als je'r al effe inzit, maar elke dag zonder die kerel is een dag te lang) missen en alleen zó zou'k 's avonds met hem nog kunnen praten alvorens ik in slaap zou vallen.
Mijn humoristisch kantje kwam nog boven toen we door een vreemde gang geleid werden die eerder deed denken aan een hemelpoort wegens het felle licht dan aan datgene dat er aan't einde van die gang op mij stond te wachten, doch ben'k beginnen huilen van zodra een verpleegster mij eten bracht op'n toen-nog-twee-persoons-kamer (wat overigens niet lang duurde aangezien mijn kamerpartner in slaap wenste te vallen met rustgevende euhm...walvisgeluiden. 'k Vind dat geen lelijke beesten en 't is knap dat ze zo kunnen zingen. 'k Verkies echter in slaap te vallen bij't zien van afleveringen Friends en aangezien het niet Joey was die de geluiden produceerde, vroeg ik al snel een éénpersoonskamer. "Als't moet betaal ik die extra kosten wel" zei La Mama nog, die duidelijk ook onder de indruk was van die zingende zwemmers). 't Enige wat door mij heen ging was 't feit dat'k drieëntwintig was en 't leven nu al niet meer aankon. 'k At niet veel. Mede door't feit dat het groenten waren met vlinderpasta bij en ik die combinatie niet echt kon begrijpen, toch vroeg'k ook meteen aan Manlief om bij't volgende bezoek een pot mayonaise mee te brengen, gezien de kookkunsten van't keukenpersoneel daar.
Niet lang daarna kwam er een verpleegster vragen of 'mijn bezoek' nu de kamer zou kunnen verlaten. Waarom ze't vroeg, is me nog steeds een raadsel, aangezien'k daar toen voor enkele uren enkel andere patiënten heb gezien en geen enkel medisch-iemand.
Niet dat't me erg boeide, 'k kon me op dat moment al nergens meer druk om maken, iets wat mijn thuis-therapeut reeds lang vreemd vond. Ergernisboekjes moest'k van hem bijhouden, om meteen te noteren welke kleine prul mij op welk moment geërgerd had. 'k Had een leeg boekje. De eerlijkheid gebiedt me zelfs te zeggen dat'k niet eens de moeite had gedaan om'r een boekje voor te némen. (moesten ze me't tijdens mijn zwangerschap gevraagd hebben, 't had een serieuze brok lectuur geweest...)
't Heeft lang geduurd eer'k daar een psychiater te zien kreeg en elke verpleegster die met mij eens "een babbeltje" kwam doen, kwam tot de conclusie dat "gij hier echt nie lang zult moeten blijven zalle, gij kunt echt goed praten, ge zijt heel open, ge zult hier efkes kunnen bekomen en den dokter zegt waarschijnlijk al dat ge na een weekske terug naar huis kunt gaan".
Die dokter echter zei óók wat die verpleegster zeiden en zei toen dat hij mij echter een gesloten iemand vond. Hij vroeg mij waarom de verpleegsters dan iets anders hadden gemerkt, waarop ik doodleuk kon antwoorden dat'k er geen problemen mee had om hun vragen te beantwoorden, ze stelden alleen niet de juiste vragen.
'k Had die man aan't lachen gebracht, doch was hij het die mij met tranen in de ogen het gesprek liet afronden met de conclusie dat'k nog eventjes moest blijven, tot we het eigenlijke probleem zouden gevonden hebben. 'k Was volgens hem zo'n krak geworden in maskers-opzetten dat'k het misschien zelfs niet meer af kreeg. (hij kreeg lichtjes gelijk, want 'k verval daar nog vaak in...al hebben mijn maskers tegenwoorden wél reeds gaatjes voor de ogen en de mond)
Mijn bloed werd getest, mijn hersenen gescand, zelfs een hartfilmpje werd gemaakt en nadat ik zelfs in de concentratietest een soort van 'foutje' had ontdekt (en die dokter opnieuw moest lachen met mij) was ik dan nog één van de gelukkigen die ook twee keer per week nog bij een psycholoog mocht komen. "Of'k efkes persoonlijkheidstesten kon doen?"
Tuurlijk, 't waren maar zo'n luttele 1000 vragen...
En uiteindelijk kwamen er apen uit de mouw.
Hyperventilatie-aanvallen (die'k overigens al langer had...), brulsessies, stilzwijgmomenten en nog zaken-die-ik-toch-maar-net-niet-hier-op-internet-zwier bleken aan te geven dat ik "simpelweg" mijzelf niet graag zag. 't Lag (gelukkig!) niet aan mij, al wou ik dat in eerste instantie niet echt aanvaarden. Jarenlange pesterijen, een fout vriendje, werkvloergebeurtenissen,...heel wat zaken die ervoor zorgden dat ik de verkeerde dingen over mijzelf onthouden had en helemaal mee 'binnen' had genomen.
"Ge bent ook gefixeerd op uw gewicht, maar 't is toch knap dat ge nu dan al 3 weken u niet hebt kunnen wegen en ge daar dan toch tegen kunt?"
Nadat'k dan toch maar eerlijk toegaf dat'k al sinds één van de eerste dagen daar een weegschaal van thuis had laten meebrengen, gaf'k die dan toch maar mee terug naar huis. Geen nood hoor, 'k kreeg een andere opdracht.
"Vanaf nu gaat gij vrouwen bekijken. En ge gaat echt tegen uzelf zeggen wat er lelijk/fout aan hen is, luidop. Begin al maar eens, wat kunt ge zeggen van..."
Meer dan dat't echt een mooie vrouw was voor haar leeftijd, kreeg'k niet gezegd en toen'k dan ook nog eens positief antwoordde op de vraag of'k ook mijn karákter zou ruilen voor het hare, gingen plots mijn ogen ook open.
'k Wist wat er fout was, maar de manier om uit't denkpatroon te stappen, vond ik niet. 'k Wou mijzelf gerust omruilen. Meer zelfs. Alsof'k mijzelf de moeite niet vond om voor op te komen.
't Ging diep. La Mama kreeg mij op'n gegeven moment (en zodus niet tijdens bezoekuren, want op die uren zat mijn gezin daar constant voltallig...) huilend aan de telefoon met de woorden dat'k nu echt niet meer kon...
...tot'k op een bepaalde dag een verpleegster kreeg die nog nooit in mijn kamer was geweest. 't Zag er trouwens een 'lief dingetje' uit, een 'deezeke' zoals wij hier in Grootstad Oevel wel eens zeggen en 't leven heeft mij al geleerd dat'k voor dergelijke personen steevast op m'n hoede ben.
Mevrouw Dees schrok eerst al van de hoeveelheid kaartjes, bloemen en knuffelberen die ervoor zorgden dat er eerder een cadeauwinkeltje had overgegeven in mijn kamer, dan dat't gewoon een patiëntenkamer was. 't Kwam voor Mevrouw Dees eerder over als verwend nest, maar toen ze hoorde dat elk geschenk van aparte personen kwam en zodus niet allemaal van dezelfde, zweeg ze daar maar over. Ze ging zitten en sprak. 't Was een roodharige, maar wat ze op dat moment aanhad kan'k zelfs niet meer navertellen, aangezien ik de hele tijd enkel naar mijn bedrand heb gekeken.
"En ge wilt kindjes hoor ik? Zoude da wel doen? Ge bent ten eerste nogal jong en 't is nie echt de moment hé...zie dat ge dit nog is trugkrijgt en da kindje heeft zorgen nodig? Maar jullie zijn ook al erg jong getrouwd dacht ik hé? Waarom eigenlijk?"
'k Deed nog pogingen om kort te antwoorden.
"'k Merk trouwens da gij hier andere patiënten wel vaak troost...is da uw ding zo? Aleeja, ge moogt daar eens mee praten of die rolstoel eens verder duwen ofzo, maar gij knuffelt ook met mensen die ge nie kent...wa vindt uwe man daar eigenlijk van?"
'k Probeerde nog...maar Mevrouw Dees bracht als enige terug gevoelens in mij teweeg die er al lang niet meer waren. Ze ergerder mij. Enorm zelfs.
"Dit weekend moogt ge is naar huis. Ge gaat toch iets me uwe man doen hé en toch nie weer iets met uw familie? Daar zijt ge wel hééél veel bij hé?"
En er kwam een klik.
Was't haar bedoeling of was Mevrouw Dees gewoon een kalf, geen idee, maar ze zorgde er wel voor dat'k vanaf dat gesprek kwaad werd. Kwaad omdat'k inderdaad kindjes wou, omdat'k inderdaad al veel had meegemaakt waardoor ik in deze toestand was beland maar dat't me niet zou beletten om hier uit te komen, kwaad omdat'k zeker iemand ben die graag anderen troost en die zelfs een onbekende om straat zou vastpakken indien hij/zij dat zou nodig hebben. En kwaad, omdat mijn familie begod het belangrijkst in mijn leven is, inclusief Manlief.
En Pappie werd geruster, want hij was degene die als'n volleerd detective op zoek ging naar mijn favoriete kleur. De kleur die'k steevast op één of andere manier verwerk in zowel schilderijen als in mijn kledij-van-de-dag.
Diezelfde dag nog, maakte ik'n roze bloem.
'k Ben daar lang geweest en 'k denk dat'k zelfs nog banger was toen ik terug buiten stapte dan die ene vrijdag toen'k binnen ging.
Maar 'k zit hier ondertussen. Eén jaar later. Nog steeds niet met geweldige body, maar met nog-veel-geweldigere baby.
En ik leer dagelijks om voor mezelf op te komen. Voor Fedde.