De Donkere Kamer van Damokles: een moderne tragedie
“– Dorbeck weet alles. Zoek Dorbeck. Dorbeck moet ergens zijn. Dorbeck weet alles. - Maar Osenwoudt... - Dorbeck moet gevonden worden.”
HET BOEK De Donkere Kamer van Damokles, van W.F. Hermans, is een goed voorbeeld van een tragedie. Het volgt het verhaal van Osenwoudt en hoe hij handelt tijdens de oorlog. Hij is een typische tragische held omdat hij verwikkeld raakt in een reeks gebeurtenissen, waardoor hij zijn treurige lot niet kan ontlopen. Zijn hamartia is zijn volledig vertrouwen in andere mensen (in dit geval Dorbeck), wat ook te zien is aan het boven gegeven citaat.
In het verloop van het verhaal gebeuren er een aantal dingen die van belang zijn in de ontwikkeling van Osenwoudt en zijn uiteindelijke ondergang. Ten eerste zijn ontmoeting met Dorbeck. Dorbeck vraagt hem om een rolletje foto’s te ontwikkelen en hem een nieuw pak te geven. Osenwoudt verheerlijkt Dorbeck en doet zonder vragen wat hem wordt opgedragen. Als de foto’s mislukken koopt hij zelf een camera en gaat foto’s maken. Daarna blijft Dorbeck hem opdrachten geven en raakt hij betrokken bij het verzet. Hij blijft doorgaan zelfs als de opdrachten zo mogelijk nog minder onschuldig worden en uiteindelijk gaat hij zelfs mensen neerschieten. “Een week lang dacht hij bijna voortdurend aan Dorbeck en hij hoopte dat hij iets van hem zou horen. Maar Dorbeck kwam niet, er kwamen ook geen boodschappen of brieven. Er verscheen evenmin een woord over de geschiedenis in de kranten. Hoe hij ook nadacht over middelen met Dorbeck in contact te komen, hij kon niet bedenken dat hem veilig genoeg scheen om het te proberen.” Vervolgens hoort hij drie jaar lang niets meer van Dorbeck, tot hij op een zekere dag weer een rolletje foto’s krijgt om af te leveren bij een postbus. Enkele dagen later komt er een Engels meisje bij hem langs, Elly Sprenkelbach Meijer. Ze vraagt hem om hulp en geeft hem een van de foto’s die hij aan Dorbeck had gestuurd. Toen hij terug naar huis keerde ontdekte hij dat zijn vrouw en moeder waren gearresteerd. De omkering is als hij een nep persoonsbewijs krijgt op naam van Filip van Druten.
Vanaf dat moment raakt Osenwoudt nog nauwer betrokken bij het verzet en op gegeven moment wordt hij opgepakt. Hij wordt overhoord omdat men denkt dat hij Dorbeck zelf is omdat ze sprekend op elkaar lijken. Als hij door zijn verwondingen naar het ziekenhuis wordt gebracht, wordt hij door onbekenden bevrijd. Als hij zijn vriendin na zijn bevrijding uit het ziekenhuis weer ziet laat hij zich uit over zijn gevoelens over Dorbeck; "Ik heb nooit geweten, dat ik het mislukte exemplaar was tot ik Dorbeck ontmoette." Later die nacht wordt hij weer opgepakt en vervolgens bevrijdt door Ebernuss die denkt dat hij Dorbeck is. Tot het eind van de oorlog blijft hij de bevelen van Dorbeck opvolgen. Dan gaat hij naar het bevrijde gebied en wordt daar door de Nederlandse strijdmacht gearresteerd. Hij weet geen overtuigend bewijs te produceren dat hij geen landverrader is. Dorbeck is onvindbaar, Jagtman en Moorlag zijn dood, Mirjam (zijn vriendin) is in Israël. Hij had nog een foto gemaakt samen met Dorbeck, maar die blijkt mislukt te zijn. Hij benadrukt nogmaals dat Dorbeck alle antwoorden heeft. “Ga Dorbeck zoeken zeg ik, Dorbeck weet alles. Alles zeg ik. Ikzelf ben niets zonder Dorbeck, ik kom er rond voor uit. Dorbeck is alles.” Tenslotte rent hij radeloos naar buiten, roepend voor Dorbeck. Als hij bij het prikkeldraad komt wordt hij neergeschoten. De pater probeert zijn leven te redden maar is hiertoe niet in staat. Het verhaal eindigt noodlottig, Osenwoudt is dood en Dorbeck blijft onvindbaar.
Het laatste kenmerk van een tragedie waaraan De Donkere Kamer van Damokles voldoet is de uiteindelijke catharsis. Volgens de interpretatie van Bernays verwijst het begrip ‘catharsis’ naar een ‘zuivering van psychisch leed’. Door de hevige emoties die de tragedie bij de toeschouwers oproept worden hun overtollige emoties afgevoerd. In zijn uitleg van een tragedie, heeft Aristoteles het over vrees. De vrees dat ons hetzelfde zal overkomen als de hoofdpersoon. Toch is dit niet de soort catharsis die W.F. Hermans aan zijn boeken toeschrijft. Hij heeft het eerder over een komische catharsis. Hierbij kunnen lezers vaak hun lachen niet inhouden als ze lezen over de uitbundige overmaat aan ellende waar de hoofdpersoon aan onderworpen wordt. “Zoals de tragische catharsis berust op een zuivering van de door de tragedie opgewekte vrees en medelijden, gaat het bij de komische catharsis om een zuivering van de gevoelens van hoon en overmoed. [...] Waar de tragische held medelijden opwekt omdat hij in zijn moedige strijd onevenredig wordt gestraft, daar wordt het komische karakter vanwege het hem aangedane leed juist geridiculiseerd en vernederd.”(BRON: Jos de Mul 2012) Dit is de soort catharsis die je terugvindt in De Donkere Kamer van Damokles.
Samenvattend, De Donkere Kamer van Damokles is een goed voorbeeld van een tragedie, omdat de hoofdpersoon een reeks gebeurtenissen ondergaat waardoor zijn uiteindelijke noodlot onomkeerbaar en onvermijdelijk wordt. Ook is er sprake van een uiteindelijke catharsis, hoewel deze meer lijkt op een komische catharsis dan de klassieke catharsis die Aristoteles beschrijft.
“- Dorbeck, alweer Dorbeck! - Dorbeck weet hoe alles precies gegaan is.”











