Een werkstuk over kanaries? Dat flanst mama wel in elkaar.
Gaby Holtland uit IJsselmuiden doet er niet geheimzinnig over: ‘Ik flans alles in elkaar.’ Spreekbeurten over kanaries, Indonesië, olifanten en astma: Niks is Gaby te gek. Haar zoontje uit groep 6 helpt zijn vriendjes er bovendien graag mee uit de brand.‘Joh, dat komt wel goed’, sust hij, als ze geen zin hebben om te zwoegen op een presentatie. ‘Mijn moeder heeft er nog een heleboel in de computer!’
Ouders helpen op allerlei manieren met schoolopdrachten. Soms kauwen ze alles voor. En soms helpen ze hun kinderen slechts een eindje op weg. Wendy Vink uit Dordrecht laat dat bij voorkeur over aan haar echtgenoot. ‘Geen bal’, doet hun jongste zoon in groep 3. ‘Wat kunnen we daar aan doen’, vroeg de leerkracht onlangs.
Nou, thuis hard oefenen met lezen! ‘Dat doet mijn man nu. Elke avond, een half uur.’ Wendy moet er niet aan dénken, zegt ze. ‘Daar heb ik geen geduld voor. Als zij een bladzijde al 100 keer gelezen heeft, worstelt haar kind nog steeds met de eerste alinea. ‘Dan gooi ik hem het liefst het raam uit.’
Andere vaders en moeders hebben meer zitvlees. Zij willen hun kind vooruit helpen. En het liefst omhoog. Naar het vmbo in plaats van het praktijkonderwijs, naar de havo in plaats van het vmbo, en naar het vwo in plaats van de havo. Januari is een toetsmaand, waarin de spanning stijgt. Halverwege het schooljaar wordt er onder meer een reeks Cito’s afgenomen, die meewegen in het aanstaande schooladvies.
Sofie van As, de moeder van achtste groeper Lars, zat in dubio. ‘Havo’, luidde het voorlopige oordeel van de leerkracht onlangs. Zou ze extra met haar zoon gaan oefenen, om er alsnog ‘vwo’ uit te slepen? De reken- en taalbladen had de Sliedrechtse al opgeslagen op haar computer.
‘Lars naar het vwo’ - dat klinkt mooi. Daarmee maak je indruk op de buitenwereld. Maar: ‘Wat zouden we er nou écht mee opschieten? Dat hij straks voortdurend op zijn tenen moet lopen om bij te blijven?’ Sofie printte de oefenbladen niet uit. Doe je best, zei ze tegen Lars. En dat was dat.
De toetsuitslagen stonden al in Sofie's telefoon, voordat haar zoon wist dat de cijfers binnen waren. Zo gaat dat tegenwoordig. En ‘ping’, daar was het eerste appje. ‘Wat hebben jullie kids gescoord?’ Sofie hield zich afzijdig. Dat definitieve schooladvies, daar ligt ze niet meer wakker van. ‘Joh’, zegt ze met berusting in haar stem, ‘als Lars maar gelukkig wordt.’
Suus Dalebout en haar dochter Noëlle doen er wél een schepje bovenop. Het meisje blinkt uit in taekwondo. Door het hele land wint ze de ene na de andere beker. Maar op de Togtemaarschool in het Groningse Bedum is ze ‘geen hoogvlieger’. Vmbo-tl, zou dat haalbaar zijn?
Suus: ‘Ik weet dat ze het kan.’ Maar dan moet Noëlle wel wat beter gaan rekenen. Daarom krijgt ze bijles. Van haar meester (die buiten het lokaal met Noëlle oefent, terwijl er een andere leerkracht voor de klas met 32 leerlingen staat) én haar moeder.
's Avonds, na het eten, maken we twee of drie sommen.’ Suus wil niet te streberig zijn. ‘Buitenspelen, of even lekker in de zon zitten, vind ik net zo belangrijk.’ Het valt de Bedumse op dat Noëlle ‘ellenlange’ berekeningen maakt, waar geen touw aan is vast te knopen. Als Suus haar een ouderwetse (en veel beknoptere) staartdeling voorschotelt, valt het kwartje. ‘Ooo. Zó gaat het veel makkelijker.’
Ook Kim van den Berg oefende in haar vrije tijd wat af. Ze deed haar uiterste best. Maar leuk, nee, dat was het niet altijd. Als klein meisje had ze een chronisch loopoor. Ze kreeg last van pus en poliepen, haar keelamandelen moesten er uit en haar neusamandelen werden zelfs drie keer verwijderd. Door al die ongemakken hoorde Kim slecht en liep ze een taalachterstand op. ‘Ze praatte de oren van je kop, maar de meeste mensen verstonden er niks van.’
Bij de logopedist ‘oefende, oefende en oefende’ ze. Maar vooral met lezen boekte ze amper progressie. Geleidelijk drong tot haar moeder Debbie door: ‘Dit schiet niet op.’
De basisschool vond het te vroeg voor maatregelen. Maar Debbie wilde er vaart achter zetten. Op het dorp was een psychologenpraktijk en daar ging zij met Kim naartoe. ‘Dyslexie’, luidde de diagnose. Een opluchting, was dat voor het gezin. Want: ‘Een stempel gaf ons houvast.’
Kims basisschool zette de zwakke taalbroeders bij elkaar. Er werd hard gewerkt, maar er was weinig tijd voor individuele begeleiding. Een dyslexie-specialiste in Eindhoven gaf het meisje wel de volle aandacht. Deze mevrouw krikte Kims spelling én zelfvertrouwen op.
Het kostte 60 euro per week (die door ingewikkelde regelgeving niet vergoed werd), maar daar kreeg Kim dan ook wat voor terug: ‘Het complete pakketje.'
Haar ouders plunderden hun spaarrekening. Eerst een paar maanden, uiteindelijk jarenlang. Tot Kim van de basisschool ging. Al die tijd werd er ook thuis geoefend. Moeder en dochter gingen er samen voor zitten. Elke doordeweekse dag maakten ze een opgave. ‘Ik kon zowat nooit meer buiten spelen’, zegt Kim, die net de huiskamer is binnengelopen.
Maar, ze ging vooruit. Mede dankzij een tabletje methylfenidaat, dat Kim af en toe slikte om zich beter te kunnen concentreren.
Debbie: ‘Hebben we er goed aan gedaan? Die vraag spookt soms door mijn hoofd.' Waarschijnlijk wel, denkt ze. ‘Want kijk eens waar Kim nu staat.’ Via het vmbo is ze op de kappersopleiding belandt. En daar, vertelt het meisje met een brede glimlach, heeft ze het ontzettend naar haar zin.
Wel of geen bijles. Thuis extra oefenen, of toch maar niet. De Rotterdamse Cynthia Feteris stond voor hetzelfde dilemma. Afgelopen schooljaar bleef haar zoon Boy bijna zitten in groep 4. Cynthia kreeg de meester zover om hem toch over te laten gaan. ‘Boy was nieuw op school en had net vriendjes gemaakt. Het leek me zo fijn als hij bij hen in de klas bleef.’
In groep 5 is Boy een blij kind. Maar vooral ook nog een klein kind. ‘Hij ís, doet en denkt klein.’ Lezen lukt best, vertelt Cynthia, ‘maar hij heeft geen idee wat er staat.’ En rekenen is niet aan hem besteed. Boy tuurt met zijn dromerige bruine ogen liever naar een vogel. En gaat vooral op in zijn grootste hobby: voetbal.
‘Ik denk het beter is om hem nog een jaartje in groep 5 te houden’, zei de juf al tijdens het eerste tien minuten-gesprek. Cynthia legde zich er niet meteen bij neer. ‘Tafels stampen!’, schoot door haar hoofd. ‘Hup, aan het werk!’
Dat zou ze thuis tegen Boy zeggen. Of … toch maar niet? Nee. ‘Boy is een buitenkind. Hij houdt enorm van spelen. Als hij de hele dag moet leren, wordt hij doodongelukkig.’ Later, als de jongen wat groter is, kan hij nog lang genoeg met zijn neus in de boeken zitten. Cynthia heeft er vrede mee: ‘Laat hem nu maar lekker voetballen.’
Dat kan in het boek Schoolpleinmoeders
Meer informatie vind je hier: https://www.mijnwebwinkel.nl/winkel/meester-mark/a-53362204/
(De plaatjes in dit blog werden opgestuurd door Cindy La Haine, Kimberly Afra, Marja van den Bos, Michelle Verhaaff, Romy Steenbeek, Esther Wolvekamp, Ruben Aernds, Lysette Tom, Ingrid Brueren, Marjon Beukema en Rinske Luchtenberg)