Mea Culpa – Sidi Larbi Cherkaoui
Op zondag 10 november ben ik samen met een vriendin naar een voorstelling van de danser en choreograaf Sidi Larbi Cherkaoui gaan kijken in de opera te Gent.
Voordat het spektakel begon, mochten we genieten van het voorprogramma genaamd Cantus Firmus ontwikkeld door Jeanne Brabants, een Belgische danseres en choreografe. Dit was persoonlijk minder mijn smaak omdat ik het nogal abstract vond. Ik vond het namelijk moeilijk om er een verhaal in te herkennen. Wat mij wel kon plezieren was de klassieke techniek die de dansers en danseressen gebruikt hebben.
Nadat de korte pauze afgelopen was, kon de opvoering beginnen. Het stuk dat gebracht werd, heette Mea Culpa waarin thema’s zoals ongelijkheid, discriminatie, kolonisatie en slavernij naar voren werden gebracht.
Een stukje uit een recensie van concertnews.be
(http://www.concertnews.be/recensietonen.php?id=4278&kop=Brabants%20%7C%20Cherkaoui%20%E2%98%85%E2%98%85%E2%98%85%E2%98%85&waar=Opera%20Antwerpen)
‘Mea Culpa houdt immers een spiegel voor de beau monde (en dus een deel van het publiek) voor. Op die manier probeert het de rijke klasse een geweten te schoppen dat ze (hier letterlijk te zien) op de rug van zwarten hun rijkdom verwierven. Iets wat op zijn minst toch wat wrang moet voelen voor sommigen om op die manier een verjaardagvoorstelling te zien. Dat zo’n kanjer van een statement na een intense choreografie van zeventig minuten door een balletpubliek redelijk lauwtjes onthaald wordt, maakt het wat ons betreft helemaal af. Onze landgenoten zijn duidelijk nog niet helemaal klaar met hun koloniale verleden een plaats te geven, te verwerken, officiële verontschuldigingen aan te bieden, en ermee in het reine te komen. Wat een ballen heeft Ballet Vlaanderen aan haar lijf om de perversie van dat donkere koloniale verleden onomwonden op scène en in video te tonen! Misschien daarom wel dat we zo van dit gezelschap houden.’
Naar mijn mening vond ik dat onze geschiedenis zeer mooi werd weergegeven in de voorstelling. Niet alleen het decor en de kostuums hielpen hierbij, ook gewoonweg de bewegingen van de dansers en danseressen maakten het geheel af. En dan heb ik nog niet gesproken over de muziek die live gespeeld werd. Alles klopte gewoon. Het inlevingsvermogen van de dansers en muzikanten zorgde ervoor dat ik helemaal werd meegesleept in het verhaal.
‘De Amerikaanse eerste solist Matt Foley zet een fenomenale prestatie als gebroken man neer, een man als je wil die een fysieke beperking heeft opgelopen (al dan niet als gevolg van slavernij). We zien hem constant vallen, en elke slag van een lichaamsdeel op de plankenvloer zindert stevig bij ons na. Foley slaagt erin volledig ontmenselijkt als een geheel van lichaamsdelen zich aan het publiek voor te stellen op de tonen van ‘Incantation’ door Kaspy N’dia en Tister Ikomo en ‘Die mit Tränen säen’ van Heinrich Schütz. Een geheel dat voort probeert te strompelen. Wanneer hij zijn voeten inhaakt en op zijn bovenbenen en knieën beweegt doet hij denken aan een bedelaar op straat zonder onderbenen die zichzelf behelpt. Zijn ingetrokken onderbenen of armen verwijzen naar de afhakking van ledematen die plaatsvonden bij de lokale bevolking in Belgisch-Congo. Ijzersterk is dan ook de scène waarin hij repetitief valt, terug rechtkomt en vervolgens opnieuw valt. Dit hakt er stevig in.’
Toen ik deze man zag, kon ik mijn ogen niet geloven. Ik denk dat ik nog nooit in mijn leven zo veel spieren bij één mens heb gezien en dat was dan nog niet het meest opvallende. De (zeer ingewikkelde) bewegingen die deze man maakte, waren bijna niet menselijk te noemen. Zo verbazingwekkend en uitstekend waren ze. Ook door het feit dat deze solo zonder muziek gebracht werd, maakte het extra bijzonder. Want alleen al de klappen van zijn lichaamsdelen op het podium waren genoeg om de boodschap te laten binnenkomen bij mij en de rest van het publiek. Daarom is dit ook mijn favoriete stuk van het hele spektakel.
‘Eigen aan heel wat werk van Cherkaoui is dat de voorstelling ook behoorlijk wat Engelstalige tekst kreeg. De Braziliaanse half-solist Morgana Cappellari krijgt daarvoor de hoofdrol als landeigenares. Ze zegt de tekst na verloop van tijd samen met anderen, als een spreekkoor met vooraf bepaalde pauzes en euhs, versnellingen, enz. zodat die ritme meekrijgt.’
Dit was iets dat ik eigenlijk totaal niet verwacht had en daarom vond ik het ook zo goed. De manier waarop de tekst werd voorgedragen, eerst iemand alleen en dan meer en meer mensen te samen, vormde een heel mooi geheel. Mijn aandacht werd er volledig naartoe gezogen waardoor het verhaal echt duidelijk werd en ik helemaal mee was.
‘Wat deze Mea Culpa zo geniaal maakt, is niet alleen de sterke opbouw, de spanningsboog, het knappe evenwicht tussen vorm en inhoud, Afrikaanse muziek van Diomedes Cato, Tister Ikomo, Biagio Marini, Kaspy N’Dia en Westerse klanken van de Duitse componist Heinrich Schütz uit de zeventiende eeuw, maar ook de combinatie van ernst en humor.’
Kortom, Mea Culpa is een fantastisch stuk waarin de passie van iedereen die eraan meewerkt, er gewoon van afspat. Zowel op muzikaal vlak als op vlak van dansen en alles erom heen. Ik heb echt genoten van de voorstelling en heb me geen enkele seconde verveeld. Het is dus vast en zeker een aanrader. Ik zou zeggen: allen daarheen!
Foto's door Filip Van Roe (https://www.operaballet.be/nl/programma/2019-2020/brabants-cherkaoui/media#tab)