Dezelfde val als al die jaren. Hetzelfde gat, dezelfde kuil. Ik spring er weer in. Zwart en donker. Koud en leeg, maar mijn veilige haven. Het voelt er goed en niet alleen. Geen pijn, geen gevaar, geen geschreeuw, geen onrust. Mijn trauma los van mij. Ik, alleen met mezelf. Zonder angst. Met liefde, rust en kalm. Maar dit is niet wat ik wil. Is dit niet wat ik wil? De pijn, de wonden, het bloed, het geeft me rust. Gevoelloosheid, duizelingen, niks. Het biedt me ruimte. Maar nee. Dit is niet wat ik de rest van mijn leven wil. Laat die gezonde kant spreken, laat het doordringen tot mijn angst. Laat me veilig voelen zonder destructie. Ik ben niet in gevaar. Eten is geen gevaar. Eten is ook voor mij een levensbehoefte. Het hoort erbij en het is veilig. Het is veilig. Niet voorwaardelijk. Het gevaar zit in mij. Het wordt gevoed door mij. Ik voel het maar het is er niet. Mijn angst in de hoek. Ga weg. Ga weg. Ik wordt gek van je. Ik wil leven. Angst laat me beven. Ik wil rennen en vluchten door jouw angst. Ga weg. Nee blijf. Je bent mijn leidraad je mag er zijn. Je houdt me veilig. Uit gevaar. Ik heb je lief, je bent goed. Kom naar mij dan zitten we samen. Ik houd je vast en zorg voor je. Ik zal voor je zorgen. Ik zal voor je zorgen. Ik weet dat je dat niet gelooft, dat ik niks heb gedaan om je dat te laten geloven. Ik zorg voor je, ik doe mij best, ik ga mijn best doen. Ik ben er en ik zal je veilig laten voelen. Ik ben er. Ik ga het doen. Ik zorg voor je kleine meid.
















