Een voorstel voor het nieuwe Spuiforum/Spuikwartier
Brief aan J. Wijsmuller, wethouder van Stadsontwikkeling, Wonen, Duurzaamheid en Cultuur Gemeente Den Haag
Beste heer Wijsmuller, wethouder van Stadsontwikkeling, Wonen, Duurzaamheid en Cultuur,
College van Bestuur gemeente Den Haag,
Medewerkers Dienst Stedelijke Ontwikkeling,
Als jonge Haags architect en historicus, geïnteresseerd geraakt in de casus van het Spuikwartier door het schrijven van mijn afstudeerscriptie aan de VU Amsterdam over dit gebied, wil ik bij deze mijn engagement en bezorgdheid uiten over de ambities van het geplande aanbestedingsproces voor de herinrichting van het Spuikwartier, door het versturen van een kort maar bondig adviesdocument.
In de hierop volgende uiteenzetting, probeer ik, vertrekkende vanuit een analyse van de historische ontwikkeling van het gebied, een oplossing aan te dragen, die als leidraad dienen kan voor het opstellen van een ruimtelijk kader ten behoeve van het DBMFO-aanbestedingstraject.
Vanuit een stedenbouwkundig en historisch perspectief kan het Spuikwartier worden getypeerd op twee verschillende manieren.
De eerste typering is redelijk voor de hand liggend en algemeen bekend. Door zijn uitzonderlijke positie in de stad, zijn afgetekende schaalvergroting en harde infrastructurele begrenzingen, kan het gebied getypeerd worden als een 'eiland', fysiek en gevoelsmatig gedetacheerd van zijn directe stedelijke omgeving.
De tweede typering komt pas naar voren als men een analyse maakt van de transformatie van het gebied in de afgelopen 40 jaar. Het veelvoud van transformaties dat het gebied heeft ondergaan, zorgt ervoor dat we het kunnen typeren als een soort lappendeken of lapjesjas, een gebruiksvoorwerp dat is samengesteld uit verschillende lapjes in de meeste uiteenlopende kleuren en afmetingen.
Het Spuikwartier is een vergelijkbaar 'aaneengroeisel' van gebouwen die los van elkaar zijn ontwikkeld. Het zijn gebouwen die een representatie zijn van de opvattingen over architectuur en stedenbouw in hun eigen tijd, een karakterisering van toen geldende overtuigingen.
Dit hoeft niet meteen een probleem te zijn, deze diversiteit kan zelfs gezien worden als een kwaliteit. Elke periode heeft pareltjes van moderne architectuur voortgebracht en daar staat het Spuikwartier zonder twijfel vol van. Het probleem is echter dat deze gebouwen maar nauwelijks op elkaar zijn afgestemd, of dat de toegeëigende publieke ruimtes niet met elkaar zijn verweven.
Voorbeelden hiervan zijn JuBi-torens, waarnaast de theatergebouwen erg klein uitvallen, en waar beide expeditie-(achter)zijdes een erg onaangename open ruimte creëren. Ook is een hoogwaardig en hoogstedelijk bouwblok als de Resident van R. Krier, nauwelijks afgestemd op het stedelijk weefsel van omliggende straten, waardoor een afgelegen en bijna semi-collectief gebied is ontstaan.
De initiële blauwdruk van het gebied, het plan Weeber uit 1977, tekent zich nog steeds duidelijk af. Echter bepaalde deze 'tekening' enkel de footprint, en nauwelijks of niet de hoogte van de bouwwerken, de programmering op maaiveldniveau en hoger of de bestemming van de publieke ruimte.
Als het Spuikwartierde jas is, waarmee Den Haag wil pronken, zich aan haar inwoners en de buitenwereld wil tonen, is deze misschien wel toe aan een grondige onderhoudsbeurt. Dit klinkt heel serieus en ingrijpend, maar niets is minder waar. Den Haag heeft met het Spuikwartier geen geheel nieuwe jas nodig, maar eerder een nieuwe voering, een nieuwe bekleding of stoffering.
Een nieuwe laag moet toegevoegd worden, die deel uitmaakt van een integrale visie-vorming op het gebied, die zich focust op de waarde van de publieke ruimte en het Spuikwartier probeert te verbinden met de omliggende gebieden.
Verscheidene plannen die een eenheid proberen te creëren in de vormgeving van de publieke ruimte, de materialisering ervan en functionele bestemming, zijn reeds gemaakt, en sommige ervan ook deels uitgevoerd. Maar veel verder dan de fysieke aanpassing van bestrating en verlichting is nooit echt gekomen.
De sleutel ligt dan ook niet enkel in het creëren van eenheid in het stadsbeeld, maar vooral in het verbinden van het gebied met het omliggende stedelijke weefsel.
Door het (auto)verkeersvrij maken van grote delen van de hedendaagse binnenstad, gebruiken we de binnenstad namelijk weer zoals deze rond de vorige eeuwwisseling werd gebruikt, namelijk te voet of met de fiets. De meerwaarde hiervan is dat zo de stad op een authentieke manier kan worden beleefd. Men beweegt doorheen de stad zoals vroeger, de wandelaar krijgt de kans om de verschillende tijdslagen die de stad heeft doorgemaakt gewaar te worden, die men vervolgens kan eigen maken en proberen te begrijpen.
Binnen deze gedachte zijn de historisch gegroeide stadsstructuren erg waardevol. Vanuit een cultuurhistorisch oogpunt, maar ook omdat deze structuren 'werken' aangezien ze al langere tijd bestaan en hun dienst ontegenzeggelijk hebben vervuld.
Daarom zou ik het projectgebied niet laten begrenzen door een eenzijdige lijn, maar durven voorop stellen dat het gaat over de verweving van het gebied in het omliggende stedelijke weefsel. Het klinkt als vanzelfsprekend, maar het stellen als uitgangspunt dat de betrekking van het omliggende publieke domein in het plangebied een fundamentele eis is in de toekomstige aanbesteding, is de enige mogelijkheid om de transitie in schaal op een succesvolle manier te volbrengen.
De nodige aandacht moet dan ook geschonken worden aan de 'derde dimensie', de hoogte van de gebouwen. Door de schaalvergroting die zich voordoet in het Spuikwartier, moet een transitie, een zogenaamde schaalsprong, plaatsvinden tussen de kleinschalige (veelal historische) bebouwing van de omliggende wijken en de hoge bebouwing van het Spuikwartier waar enige vorm van menselijke schaal nauwelijks aanwezig is.
De essentie ligt in het (her)implementeren van de menselijke schaal in het stadsbeeld. Dit is geen esthetische kwestie (zoals een voorkeur voor traditionele bouwstijlen), maar gaat over het afstemmen van de publieke ruimte en de publieke zijdes van de gebouwen op de 'gebruiker' (de stedeling), en het creëren van mooie en werkende stedelijke ruimtes.
Hoe doe je dat? Hoe maak je een stedelijke ruimte die vertrekt vanuit het bestaande stedelijke weefsel, en probeert, door de verwerking van de menselijke schaal in het plan, een waardevolle stedelijke ruimte te creëren?
Op een schetsmatige manier is de casus van het Spuiplein uitgewerkt op een vergelijkbare wijze.
De oplossing laat een besloten stedelijke ruimte zien, die een resultaat is van een modificatie van de huidige bebouwde ruimte.
De langgerekte Turfmarkt komt uit op een besloten (Spui)plein dat een ruimtelijke dialoog aangaat met (de ommuurde tuin van) de Nieuwe Kerk. Ten opzichte van de open en onbestemde ruimte dat het Spuiplein nu is, is het nieuwe Spuiplein een beschutte en sfeervolle plek, met een duidelijke richting en bestemming.
Een doorwaadbare plek, een bestrate onderbreking van een groene trambaan, zorgt voor een veilige oversteek van het plein naar de andere kant van het Spui.
De theatergebouwen kunnen behouden blijven, maar worden uitgebreid en nemen hierdoor actief deel aan de nieuw gevormde publieke ruimte in de vorm van een moderne colonnade.
Het reeds 20 jaar oude stadhuis, kent een eerste renovatie waarbij de ambigue ruimte tussen de ingangen van de bibliotheek en het stadhuis wordt getransformeerd tot een overdekte passage met meerdere winkels.
Ik hoop vanuit persoonlijk perspectief van harte dat u mijn advies in overweging of beraad neemt. Vanuit professioneel perspectief houd ik mij aanbevolen indien u op zoek bent naar iemand die vanuit een adviserende of inspirerende rol enige inhoud en waarde kan toevoegen aan de discussie en het verdere verloop van het project.
Hoogachtend,
Philip Mannaerts, architect en Historicus
Een vakantiewoning gelegen op een prachtige, unieke locatie in het heuvellandschap van Toscane.
Uit de droom van een opdrachtgever voor een eigen vakantiewoning in Toscane, volgde een ontwerp waarbij de torenvormige ruïne wordt gerestaureerd en tegelijkertijd uitgebreid met twee nieuwe, moderne toren-volumes.
Het ontwerp vertrekt vanuit een verdrievoudiging van de bestaande toren die in het omliggende heuvellandschap een belangrijke rol vervult, doordat het hoog uittorent boven olijfboomgaarden, wuivende cipressen en andere lokale gebouwtjes.
begane grond verdieping
1e verdieping
De drie afzonderlijke torens zijn in een speelse relatie ten opzichte van elkaar geplaatst, waarbij ze elk een eigen, individueel karakter hebben. Het ruwe, wilde metselverband van de ruïne wordt aangevuld met een stenen materialisatie van de hoogste toren, en een thermowood beplanking van het lagere torenvolume.
Binnenin echter is deze verdeling onmerkbaar en versmelten de drie torens tot één ruimtelijk geheel. Een ruime woonkamer wordt aangesloten op een open keuken in bestaande volume, gelegen naast de eetkamer die is ondergebracht in een kamer met een prachtig gewelfd plafond.
Gevelopeningen zijn minimaal gehouden om opwarming door de zon te voorkomen, maar strategisch gepositioneerd om prachtige vergezichten te verwezenlijken.
Verwerkt in het dak van de bestaande toren, zit een compact dakterras, dat bereikbaar is vanaf de hoogste toren.
Schetsontwerp voor een woninguitbreiding van een gezinswoning in Rijswijk.
3 verschillende varianten zijn gemaakt om de wensen van de opdrachtgever te testen.
Tegelijkertijd wordt de kans gegrepen om coherentie te creëren in de buitenruimte, met onder andere een alternatief voor het afdakje aan de entreedeur.
Schetsontwerp voor een uitbouw met bijhorend dakterras van een hoekwoning in Den Haag.
Het thema bij dit project is continuïteit en behoud.
Het huidige metselwerk wordt doorgezet in de muur van de uitbouw, inclusief het staande metselwerk en de geglazuurde stenen.
De daklijst wordt wit uitgevoerd, in de stijl van de daklijst bovenop het gebouw en het balkon van de 2de verdieping. Ook het balkonhek wordt op een zelfde manier in het wit uitgevoerd, om ook een gelijkvormigheid te creëren met de hekwerken van de bestaande balkons. De uitbouw wordt op deze manier als 'vanzelfsprekend' aanzien, in harmonie met de rest van het gebouw.
Beide ramen van de slaapkamers vallen binnen 1 kader, dat de enige aanwijzing is, dat er zich iets nieuws bevindt achter dat deel van de gevel.
Het raam is uitgewerkt als een betonnen frame, het kozijn waarbinnen de beide ramen voor de kleine slaapkamers vallen, en waarbij de scheidende muur wordt weggewerkt achter een aluminium lijst, in dezelfde antraciete kleur.
Verbouwing van een verouderd interieur tot zelfstandig appartement.
Op een unieke locatie, bovenin het heuvellandschap van Toscane wordt een bestaand vakantiehuis verbouwd. Het verouderde interieur van een woonkamer wordt omgetoverd tot een modern, zelfstandig apartement.
Het concept bestaat uit de plaatsing van een centraal kastvolume, dat Het herbergt een ingebouwde keuken en opbergruimte voor de slaapkamer en vormt een verbindingsruimte tussen de twee kamers zelf.
Los in de ruimte wordt een tweede muur geplaatst, waar voor de badkamer de nodige privacy wordt verzorgd.
Voorstel voor de prijsvraag 'Bouwen op elkaar', hoogbouw door middel van particulier opdrachtgeverschap in de gemeente den Haag.
In samenwerking met Ir. J.P. Bos
Bouwen op elkaar - situering
De wens van de gemeente Den Haag die blijkt uit het uitschrijven van de prijsvraag, is een wens voor experiment en alternatieven, maar is vooral een zoektocht naar verdichting in de bestaande stad.
Den Haag kent al langere tijd problemen om de uitbreiding van de stad en haar woningvoorraad te realiseren. Den Haag barst uit zijn voegen. Zelfs na annexatie van Leidschenveen-Ypenburg lijkt de beschikbare grond volledig volgebouwd. Tevens kent het geen voor de hand liggende uitbreidingszones zoals Amsterdam met de oude industrie bij Amsterdam-Noord of Rotterdam met de oude Maashavens. Nieuwe woningprojecten worden zo gecompliceerd en bijgevolg erg duur en schaars. De beschikbare ruimte moet dus worden gezocht in bestaande structuren van de stad.
Tevens is er in deze tijd van economische onzekerheid - en wie weet hoelang dit nog blijft duren – een gebrek aan partijen die met grote kapitaalkracht grote projecten op touw kunnen zetten. Een groter deel van het initiatief moet komen van de particulier, zodat projecten geleidelijk kunnen groeien en afgestemd kunnen worden op de vraag en niet op het aanbod.
Algemeen bekend is de traditionele particuliere woningbouw, in de vorm van grondgebonden woningen. Als men - zoals voorgesteld met de prijsvraag - diezelfde ruimte wil opzoeken (midden) in de stad, en niet grondgebonden maar in de lucht, zijn er beperkingen waarmee rekening moet worden gehouden.
Dit betekent onder andere het beperken van de overlast tussen de verschillende bewoners die op, onder en naast elkaar gaan wonen. Dit betekent ook nadenken over de verschijningsvorm van het gebouw, of dezelfde vrijheid kan worden behaald als met de grondgebonden woning, en hoe de menselijke schaal en eenheid in het gebouw kunnen worden verwerkt.
Bij het bouwen midden in de stad, in een (hoog)stedelijk gebied, betekent ook dat het aanwezige leven in dat gebied zo minimaal mogelijk mag worden verstoord. Zowel op korte als op lange termijn moeten de bouwwerkzaamheden georkestreerd kunnen gebeuren om zowel overlast door bouwwerkzaamheden als wildgroei van de meest uiteenlopende vormen en structuren te voorkomen. Volledige vrijheid lijkt dus niet raadzaam, enige structuur is hierbij gewenst.
Het (bouw)systeem
Als reactie hierop stellen wij geen ‘af’ ontwerp voor, geen vooraf vastgestelde creatie, maar een systeem.
Een systeem dat zich vrij en geleidelijk kan ontwikkelen. Een systeem dat algemeen toepasbaar is, op meerdere plekken in de stad en in verschillende configuraties. Een systeem waarvan de bouwtijd door middel van prefabricage aanzienlijk wordt verminderd. Een systeem dat uitgebreide mogelijkheden biedt voor persoonlijke invulling door de toekomstige bewoners.
Het systeem is opgebouwd uit stapelbare, zelfdragende hexagonale elementen. Deze basiselementen, ‘HEXA-cellen’ genoemd, kunnen simpelweg op elkaar worden gestapeld, en vervolgens aan elkaar worden gekoppeld om een stabiele structuur te bekomen.
Zeshoeken zijn bekend als stabiele en constructief sterke structuren, iets wat we terugvinden in de natuur met o.a. de vaste structuur van de door de bijen zelf geproduceerde honingraten, of in de scheikunde met de bindingsstructuur van de benzeenring.
De HEXA-cellen
Een enkeleHEXA-cel bestaat uit een hexagonale koker, die geprefabriceerd wordt op de bouwplaats of van fabriek naar bouwplaats wordt vervoerd wanneer de wens daarvoor wordt uitgesproken. Met een kraan kunnen vervolgens de HEXA-cellen (in één of meerdere delen) naar boven worden getakeld. Er kan een afspraak worden gemaakt met een bouwbedrijf, die steeds paraat staat om de nieuwe cellen te leveren en omhoog te takelen.
Een woning kan bestaan uit één of meerdere HEXA-cellen die vrij aan elkaar kunnen worden gekoppeld. Hierdoor ontstaat de mogelijkheid voor een grote verscheidenheid aan bewoners, die tot uitdrukking komt in een gevarieerd gevelbeeld en een diverse en levendige bewoning. (zie afb. 1)
Verwerkt in een HEXA-cel zit reeds de (schacht)ruimte voor lift(en) en nutsvoorzieningen, stabiliteitsvoorzieningen en openingen voor mogelijke trapgaten, om van de ene HEXA-cel naar de andere te bewegen.
De gevelbekleding en het interieur zijn variabel en volledig naar wens van de eigenaar te bepalen. Dit project biedt de mogelijkheid om de prefabricage te combineren met de meest innovatieve technieken op het gebied van 3D-printen en lasersnijden, milling, etc. Ons voorstel is om de bouwplaats permanent te voorzien van een prefab-laboratorium, waar gevelelementen, delen van het interieur, meubilair, etc.. op maat van de ruimte en de gebruiker kunnen worden gemaakt.
Als een persoonlijke IKEA-kast kan vervolgens alles in elkaar worden gestoken. Door de ruimte voor eigen inbreng en creativiteit, kan er een uniek product kan worden gecreëerd.
De schuine kanten aan de HEXA-cellen, die misschien in eerste opzicht een verlies aan ruimte lijken, bieden echter de mogelijkheid voor nieuwe en uitdagende ruimtelijke configuraties, en worden optimaal gebruikt als een basis voor ontsluitingszones en trappen, zowel aan de binnen- als de buitenkant van het gebouw.
Door de toevoeging van het prefab-laboratorium, kunnen op eenvoudige wijze interieurelementen en meubilair worden gefabriceerd, die zijn aangepast aan de irreguliere ruimtelijkheid van de cellen.
Faciliterende partij
Hoewel het particuliere initiatief van HEX-appeal nadrukkelijk en essentieel is, is de rol van een derde partij onvermijdelijk. Niet alleen moet er grond worden vrijgegeven, maar moet ook een fysieke structuur worden gerealiseerd waarop kan worden gebouwd/gestapeld.
De rol die deze partij speelt in dit proces, is vergelijkbaar met de rol die de gemeente speelt bij het faciliteren van woonboten. Woonboten leggen aan bij kademuur van de gemeente, en kunnen locaal aansluiten op het elektriciteits-, water-, gas- en rioleringsnet.
Deze verhouding valt bijna 1-op1 te vertalen naar de rol die de gemeente of een (andere) derde partij (ontwikkelaar oid) speelt bij de realisatie van de woontoren. Deze partij faciliteert de stapelbouw door het bouwen van de fundering (een basis, een kade) waarop de HEXA-cellen gestapeld kunnen worden, en zorgt voor een aansluitpunt voor alle nutsvoorzieningen. De dimensionering van zowel de nutsvoorzieningen als de constructie, kan worden berekend op basis van de maximaal gewenste stapeling van elementen, d.w.z. de maximaal gewenste bouwhoogte. (zie afb. 2)
Implementatie in de stad
Het volume van gestapelde HEXA-cellen kan boven maaiveldniveau worden gehouden. De faciliterende partij kan - afhankelijk van de plek in de stad waar HEX-appeal wordt gerealiseerd - besluiten om het begane grond niveau van een publieke/commerciële ruimte te voorzien. Hierin kunnen winkels of kantoren worden ondergebracht, maar ook een schooltje of een kinderdagverblijf.
Bovenop dit commerciele volume (boven straatniveau) ontstaat ruimte voor parkeerplaatsen voor het gehele woongebouw. Dit is ideaal voor binnenstedelijk gebied, waar het straatniveau dan open blijft voor publieke initiatieven. Het aantal parkeerplaatsen kan tevens worden berekend op basis van het maximale aantal woningen/cellen. Een (tijdelijk) overschot aan parkeerplaatsen - wanneer het gebouw nog aan het groeien is - kan worden opgevangen door het vrije gedeelte publiek en betalend te maken (waardoor die investering (deels) kan worden terugverdiend).
De plint met verhoogd parkeren volgt in principe de stedelijke structuur van het bouwblok en de straten, terwijl het woonvolume daar bovenop onder een andere hoek kan worden geplaatst (voor optimale bezonning bijvoorbeeld).
Meerdere configuraties zijn overigens mogelijk. Er kan vanop maaiveldniveau met het stapelen van HEXA-cellen worden begonnen of het gebouw kan enkel op ‘pootjes’ (pilotis) worden gezet, waardoor het gebouw dan een louter residentieel karakter krijgt. We geloven dat HEX-appeal ook bovenop een bestaand gebouw of binnen in een bestaand bouwblok kan worden gebouwd, zodat - zonder afbraak van het bestaande - voor stedelijke verdichting kan worden gezorgd.
Verder zijn, zoals eerder vermeld, de geprefabriceerde HEXA-cellen voorzien van een schachtruimte voor liften. De centrale positionering van deze schacht, creëert de mogelijkheid om de lift inpandig te laten lopen, en met sleutelbediening te regelen. Je komt bijgevolg met je persoonlijke sleutel vanuit de lift meteen uit in je woonruimte, zonder daarvoor een nieuwe collectieve hal of portiek doorkruist te hebben.
Tijdens het groeien van HEX-appeal kan dezelfde liftschacht worden gebruikt. De liftkoker zit al verwerkt in de HEXA-cel zelf, de liftkabel enkel worden verlengd en de motor moet een verdieping hoger worden geplaatst.
Collectiviteit en duurzaamheid
Een verveelvoudiging van deze HEXA-cellen creëert onvermijdelijk een sterke referentie naar een bijen- of honingraster. Wat naar onze mening een mooie symbolische verwijzing is naar samenwerking en co-existentie, naar hoe in de bijenwereld de rasters door de werkbijen zelf worden gemaakt en hoe enkel door samenwerking de kolonie in stand wordt gehouden. Zo wordt ook van de toekomstige bewoners van HEX-appeal net iets meer gevraagd dan van bewoners van een reguliere woonflat of woonwijk, maar krijgt men daarvoor ook iets in de plaats. Gedurende een zekere periode van het jaar kan men hinder ondervinden van bouwwerkzaamheden, ookal wordt de bouwtijd geminimaliseerd. Wij leggen liever de nadruk op de mogelijkheden die het project in zich heeft om een samenhorigheidsgevoel te creëren. Dit komt tot uiting in de ruimte die ontstaat rondom de trappen van het gebouw.
De vluchttrappen volgen de hexagonale structuur en groeien geleidelijk mee met het gebouw. Als nieuwe bewoner ben je verantwoordelijk voor de trappen die aantakken op het bestaande netwerk van vluchttrappen.
Naar onze mening hoeven de trappen niet alleen louter functioneel als vluchttrap te dienen, maar kunnen ze, doordat ze verbonden worden met de terrassen van elke woning, fungeren als een verticaal netwerk van paden. Het wordt een plek om elkaar te ontmoeten, vergelijkbaar met de ontsluiting en collectieve zones van woonerfwijken.
Het hexagonale grid biedt tevens de mogelijkheid om op enkele plekken een HEXA-cel weg te laten. Wij geloven dat dit erg waardevolle plekken kunnen worden voor de woongemeenschap, waardoor het ontmoetingskarakter van de trappen nog wordt versterkt. Hier kunnen collectieve buitenruimtes ontstaan, waar gezamenlijke activiteiten kunnen worden georganiseerd, waar een speeltuintje kan staan, waar aan urban-farming kan worden gedaan, etc...
Vereenvoudigd kan deze verzameling van trappen en collectieve ruimtes gezien worden als een verticale versie van stedelijke structuur van straten en pleinen.
Op een plek waar een HEXA-cel wordt weggelaten ontstaat ook een zone voor gezamelijke of individuele energieproductie in de vorm van windenergie. Bewoners kunnen op deze manier onafhankelijk energie produceren door de gezamenlijke of individuele aanschaf van een windmolentje.
Het geveloppervlak is daarentegen minimaal, maar de woningen hebben het karakter van ‘doorzonwoningen’. Die oriëntatie kan - in de mate van het mogelijke - worden afgestemd op de meest optimale bezonning voor genot en passieve zonne-energie, door vooraf de oriëntatie van het woonvolume daarop af te stemmen.
De isolatie is in principe enkel aan de voor- en achterzijde nodig, maar ook de scheidingsstructuur tussen de verschillende cellen kan best met een geïsoleerde spouw worden uitgevoerd. Niet alleen met het oog op een optimale energiehuishouding en akoestiek, maar ook om de periode waarin nog niemand bij de laatst gerealiseerde woning op- of aan- heeft gebouwd geïsoleerd te kunnen overbruggen.
Sculpturaal interieur ontwerp van woonkamer en keuken van een gezinswoning.
Interieurontwerp voor de woonkamer en keuken van een klassieke en ruime gezinswoning, gelegen aan de Schie in Rijswijk.
De gehele woonruimte op de begane grond wordt op de schop genomen. Wanden worden geïsoleerd met houtvezelisolatie, vloeren geïsoleerd met hoogwaardig XPS en voorzien van vloerverwarming.
Voor de inrichting van de ruimte, is met behulp van een uitgebreide variantenstudie naar de concrete wens van de opdrachtgevers gezocht. De optimale variant bleek een benadrukking van het onevenwicht in de U-vormige woonruimte, met het opdelen van de ruimte in verschillende hoekjes.
Een verhoogde zithoek en besloten keuken, worden begrensd en vormgegeven door een kronkelige sculptuur, uitgevoerd in beton-cire. De grijze, betonachtige look wordt gecombineerd met een bamboe bekleding van vloer en kastdeurtjes. Overige elementen als bovenkastjes, radiatorombouwen en boekenplanken zijn strak en helder, wit.
De resterende ruimte is langwerpig en gestructureerd, hierin past een lange kloostertafel en een yoga-plek.
doorsnedes
plattegrond
Variantenstudie, voorafgaand aan definitef ontwerp
Design and execution in cooperation with Peter Bedner.
Building preparation and technical development by Philip Mannaerts.
A new house, completely constructed out of timber, with a pitched vegetation roof. The design is rather straightforward, as it refers to a barn, very common in this area and on the site.
The site, with a farm that is a national monument, is surrounded by forrests of trees and large acres.